GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

W.M. Dekker, Domweg Gelukkig

De titel van dit boekje is ontleend aan een gedicht van J.C. Bloem:

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Best bijzonder dat de dichter zich gelukkig voelt. Het was een miezerige morgen en nat geregend was hij na zijn wandeling weer thuis gekomen. In de Dapperstraat, een heel gewone weg in Amsterdam. Alle reden om je ongelukkig te voelen. Maar hij voelt zich domweg gelukkig. Waardoor? Het voorlaatste vers geeft aan dat hij plotseling overvallen werd en zijn ogen open gingen voor de wonderen van het leven. In het tweede vers geeft hij aan wat hem zo getroffen heeft: de grauwe stedelijke wegen, de grachten (de in kaden vastgeklonken waterkant) en de wolken zoals hij ze zag vanuit het raam op zijn zolderkamer.

Het is over deze en andere gelukservaringen dat de schrijver ds. W.M. Dekker nadenkt en schrijft. Op allerlei aspecten van geluk gaat hij in. Bijv dat er geen recept voor geluk is: je kunt het niet afdwingen. De buurman die dezelfde wandeling maakt als de dichter en ook drijfnat thuis komt is misschien wel dood-ongelukkig. Hoe kan dat? Geluk heeft blijkbaar wel te maken met omstandigheden (plensbui), maar hangt er niet van af. Een ander aspect is het onverwachte: opeens ziet de dichter de wonderen van het leven.

Dekker zet zich af tegen de klassiek christelijke visie (van o.a. kerkvader Augustinus) dat het aardse leven een tranendal is en dat het geluk alleen maar als zaligheid in de hemel is te vinden. Nee, de schepping is goed en we zijn als mensen zo geschapen dat we streven naar geluk. Dat moeten we dan vooral ook doen. Maar daarbij goed weten van het ongrijpbare, onverwachte dat geluk eigen is. En dat je je geluk niet moet zoeken in je werk, je sport of in wat dan ook waar je je best voor doet. Want na je prestatie volgt vaak een terugval. Klassiek voorbeeld: het zwarte gat voor gepensioneerden. Wat je hebt kan je ook al niet gelukkig maken: want het bezit van de zaak is het einde van het vermaak. Zo is geluk iets raadselachtigs: het is iets tussen aards genot (lekker, fijn) en hemelse zaligheid in.

Geluk is soms, even zien, voelen, weten dat het leven goed is ondanks alles wat er niet goed is. Juist de mensen die te kort komen, zijn het die dat kunnen ervaren. Daarom prijst Jezus de armen zalig (p. 67vv). Het boek eindigt met 10 tips. Niet om gelukkig te worden –  er is immers geen recept voor geluk – maar wel om zo te leven dat je meer kans maakt op geluk.

Een rijk boekje dat het verdient om met anderen samen gelezen en besproken te worden.

Kerkbode okt 2021

Toeschouwer of Deelnemer

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen. (Hebr 10: 24-25)

Door de coronacrisis konden we nu al meer dan een jaar niet naar de kerk gaan zoals we wilden. In allerijl werd het mogelijk gemaakt de diensten thuis te volgen. En toen de vrijwilligers die er mee werken moesten, er wat meer handigheid in kregen, begon het er professioneel uit te zien. Hulde! Het is wat mij betreft ondenkbaar dat we na de coronatijd zouden stoppen met het online uitzenden van de diensten. Het zou zelfs een goede zaak zijn als we van week tot week een extra online dienst verzorgen helemaal gericht op die mensen die het toch al niet gewoon waren op zondag naar de kerk te gaan. Misschien kunnen we hen boeien met een korte overdenking, filmpjes en moderne muziek en de mogelijkheid om daarop via hun mobieltje op te reageren.

Toch hoop ik vooral dat de kerkdiensten straks weer goed bezocht zullen worden. Niet alleen omdat er dan weer wat interactie kan zijn met de kerkgangers. Dat is mij veel liever dan praten in een lege ruimte met een camera in de verte. Als ik dat had willen doen, zou ik wel voor nieuwslezer doorgeleerd hebben.

Maar meer nog hoop ik op volle kerken omdat we dat als gelovigen zo nodig hebben. Want aan kerkdiensten thuis kleeft ook een gevaar: dat we geen deelnemers zijn aan de dienst, maar toeschouwers van een al dan niet boeiend programma.
Vergelijk het met voetballers. Die konden door corona lange tijd niet het veld op. Ze moesten zich behelpen met studio sport. Beter dan niets, maar het haalt niet bij met je elftal erop uit, een wedstrijd spelen, de kantine en de sterke verhalen. Stel je voor dat die voetballers nu zouden zeggen: ‘ ik blijf voortaan thuis, ik beleef mijn sport voor de buis’. Dat is niet erg gezond: ze raken nooit eens buiten adem. En als ze het allemaal zouden doen, zou er zelfs geen wedstrijd zijn om uit te zenden…

Zo is het ook met de kerkdiensten. Je kunt ze op de tv volgen. En als je wat mankeert dan kan het helaas vaak niet anders. Maar het blijft behelpen. Elkaar ontmoeten, je buren in de bank groeten, samen God de lof toezingen, samen bidden voor de nood van de wereld, samen ademloos luisteren naar de verhalen van Jezus, samen de zegen ontvangen, dat is het echte. Door mee te doen raak je weer opgeladen in je geloof. Waar twee of drie in mijn naam samenzijn, daar ben Ik in hun midden, zei Jezus. Prof van Ruler schreef een boekje met 21 redenen om naar de kerk te gaan: van “een kans de bekering op te lopen” tot “om de verlossing van de wereld te vieren”.

Waar je toeschouwer bent word je, als je niet oppast beoordelaar. Iemand die iets vindt van de uitzending, van de gemeentezang, van de dominee en zijn preek. Natuurlijk mogen er commentatoren zijn. Bij voetbal heb je ze ook. Maar voetballen is heel wat anders. En kerk-zijn ook. Geloven is meer dan een bepaalde opvatting hebben. Het is samen komen om te vieren en verrijkt aan een nieuwe week beginnen.

Kerkbode juni-juli 2021

Geen zorgen voor de dag van morgen (Mat 6: 25-34)

We moeten bij de dag leven en ons geen zorgen maken voor wat er allemaal wel niet zou kunnen gebeuren, zei Jezus (Mat 6: 34). Dat klinkt geruststellend, maar dat komt omdat ik alleen maar de zonnige helft aanhaalde. Als je doorleest volgt er “de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Kortom: er is en er zal altijd wel wat zijn. Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar.

Maar ook dat is maar de helft van het verhaal. In hetzelfde verband zegt Jezus dat God, onze Vader in de hemelen, heel goed op de hoogte is van onze zorgen om kleding en voedsel, onze eerste levensbehoeften. Hij zal er in voorzien, ruimschoots. Beter dan God voor de bloemen des velds en de vogelen des hemels zorgt, zal hij dat voor ons doen (Mat 6: 25-30). Jezus moedigt ons aan om daar op te vertrouwen en dus onze zorgen om wat morgen zou kunnen gebeuren los te laten. Het is al moeilijk genoeg om van deze dag wat moois en goeds te maken.

Je vindt je geluk niet door bij je zorgen in te zetten. Daar komt geen einde aan. Als je eten en drinken geregeld hebt, is er kleding nodig en een onderdak, dan een opleiding, een baan en vrije tijd en niet te vergeten vriendschap en liefde en tenslotte ‘jezelf kunnen zijn’ (vrijheid). Maslow, een bekende psycholoog, beeldde het uit als een pyramide van steeds hogere wensen.

Terechte wensen, zeker, maar is er op aarde wel iemand te vinden die al deze behoeften weet te vervullen? Hoe realistisch is het te verwachten dat je door deze dingen na te streven gelukkig wordt? Zijn huis en baan en vakantie, kinderen en vrienden, gezondheid behalve bronnen van geluk ook niet bronnen van zorgen? En kunnen we daar uit komen met geld en gevulde voorraadkasten en verzekeringen? Ook als je daar veel van hebt, is dat geen garantie dat je gezond en gelukkig en in leven blijft.

Jezus’ advies is om de pyramide op z’n kop te zetten. De punt naar beneden. Dan komt het hoogste en belangrijkste binnen hand bereik. Met andere woorden: begin bij datgene waar je anders nooit aan toe komt: zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid (Mat 6: 31-33). Waar moet je dat zoeken? Bij Jezus. In het evangelie. Dat vertelt je van God en zijn liefde en trouw aan mensen. Daarmee neemt hij jou voor zich in en wekt hij vreugde en vertrouwen. Zo is hij de Koning in je leven en leef jij in zijn koninkrijk. En van de weeromstuit kun je je eigen zorgen flink relativeren. En komen die van andere mensen in beeld: degenen die het zoveel slechter getroffen hebben. Die kun je niet laten zitten. Dat is de gerechtigheid die we hebben te zoeken.

Worden we daar minder van? Jezus belooft het tegenovergestelde: Zoek eerst het Koninkrijk van God en daarboven op zal je al het andere gegeven worden (Mat 6: 34). Hij heeft vast gedacht aan Salomo. Die mocht aan God vragen wat hij maar wilde en vroeg toen niet om rijkdom en roem en een lang leven, maar om wijsheid nodig om een rechtvaardige koning te zijn. Dat gebed wordt verhoord: “…de HEER zei tegen hem: ‘Omdat je hierom vraagt … zal ik je … zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat je iedereen vóór jou en na jou overtreft. Ook waar je niet om gevraagd hebt zal ik je geven: zo veel rijkdom en roem dat geen enkele andere koning je tijdens je leven zal evenaren. En als je mij gehoorzaamt en je houdt aan mijn bepalingen en geboden, zoals je vader David dat deed, zal ik je een lang leven schenken.’ (1 Kon 3: 11-14) Er ligt een zegen te wachten voor wie inzet bij het enige dat echt belangrijk is.

Nieuwste inhoud op de website

Geregeld voeg ik nieuwe inhoud aan de website toe:

22 april 2021: Bijgewerkt Aanwijzingen uit de Religieuze Ervaring en Godsdienstpsychologie
17 feb 2021: Aanwijzingen uit de Biologie
15 feb 2021: Aanwijzingen uit de Filosofie
11 jan 2021: over het criterium bij het laatste oordeel: Mat 25: 31-46
4 jan 2021: bijbelstudie Joh 14: 1-3 over het Vaderhuis
29 dec: aanwijzingen uit de Natuurkunde
24 dec: aanwijzingen voor het geloof.
22 dec: boekbespreking Falcke, Licht in de Duisternis.
19 nov: over kennis en geloof
5 nov: over Objectiveren
12 okt: bijbelstudie over keizerlijke belasting (Mat 22: 15-22)
10 okt: boekbespreking Trees van Montfoort, Groene Theologie.
15 sept: drie soorten relaties  die je terug kunt vinden in bijbel verhalen en in je eigen geloof.
11 sept: een inzicht uit de filosofie: opheffen
19 aug: de gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal (Mat 22: 1-14)
16 aug: over de gelijkenissen van Jezus.
11 aug: de gelijkenis van de werkers in de wijngaard.
5 aug: Elkaar vergeven: Mat 18: 21-35
30 juli: Het grote thema van Jezus: het Koninkrijk van God.
27 juli: Hoe zag Jezus’ zichzelf? klik hier.
16 juli: levensloop van Jezus: klik op biografie
15 juli: meditatie Ps 84: 2-3 toegevoegd.
13 juli: Blog verhaal van ongeboren tweeling over het leven na de geboorte
10 juli: over geloven
17 juni: over Kruisgeloof.
16 juni: over Comfortgeloof.
15 juni: over Ongeloof.
9 juni: uitleg van het onze Vader
5 juni: over verzoening, klik hier.
2 juni: bijbelstudie over Mat 12: 31-32 (zonde tegen de heilige Geest)
1 juni: over vergeven, klik hier.
29 mei: over zonde en waarom dat zo erg is, klik hier.
27 mei: een paar boekbesprekingen en een paar meditaties.
25 mei: ipv offer spreekt Jezus zelf van losprijs, klik hier.
22 mei: bijbeluitleg van Gal 5: 13-26, klik hier.
20 mei: over de verhouding God en wereld, klik hier.
18 mei: over het Nieuwe Testament (klik hier) en ‘na het Nieuwe Testament’, klik hier.
15 mei :  over de Bijbel (klik  hier) en over het Oude Testament, klik  hier.
8 mei: Vader, Zoon en heilige Geest, de drie namen die we als christenen voor God gebruiken, klik hier.

Het criterium: barmhartigheid (Mat 25: 31-46)

Inleiding
Mattheüs plaatst uitspraken van Jezus vaak thematisch bij elkaar in grote redevoeringen. De laatste is de ‘eschatologische rede’ over wat er op het eind van de geschiedenis zal gebeuren. Die rede vinden we in Mat 24 en 25. Jezus spreekt daar niet in het openbaar (als Mat 23: 1) , maar richt zich tot de discipelen (Mat 24: 1). Hij eindigt met het bekende verhaal over de schapen en de bokken (Mat 25: 31-46). Het is geen gelijkenis, maar een ‘oordeelsdialoog’ die in het kader van ‘de laatste dingen’ een groot gewicht krijgt en zeer klemmend overkomt. Jezus geeft hier antwoord op de vraag ‘waar komt het op aan?’ Wat is het criterium waarop mensen tenslotte beoordeeld zullen worden?

Mat 25: 31-33
Dat er zoiets als een beoordeling zal plaatsvinden maakt vers 31 direct al duidelijk. De menselijke geschiedenis blijft niet dat door elkaar van goed en kwaad. Die verwarde kluwen van recht en onrecht, die wij niet ontwarren kunnen zonder de ellende nog groter te maken, gaat op een dag uit elkaar. Op Gods tijd zal de Mensenzoon komen om te oordelen.

Zijn oordelen betreft niet abstracte ideeën over goed en kwaad, recht en onrecht. Alsof dat dingen, geesten of machten zijn die echt bestaan. Zijn oordeel betreft de dragers van goed en kwaad: mensen die rechtvaardig of onrechtvaardig geleefd hebben. Alle mensen, alle volken (Mat 25: 32) moeten zich voor hem verantwoorden. Mensen kunnen zich niet in het collectief (volken) verschuilen. Het oordeel is individueel, persoonlijk.

Met de Mensenzoon doelt Jezus op zichzelf: na zijn lijden en sterven zal hij door God gerehabiliteerd worden (opstanding), de hoogste eer en alle macht krijgen (hemelvaart) om zijn leerlingen bij te staan (Mat 28: 16 – 20) in hun taak om het evangelie wereldwijd bekend te maken. Hoe lang die tijd zal duren weet niemand (Mat 24: 36), maar tenslotte zal de Mensenzoon komen ‘met grote macht en heerlijkheid’ om ‘de uitverkorenen’ te verzamelen (Mat 24: 30v; vgl 16: 27). Zijn komst is een komst in ‘heerlijkheid, met al de engelen, en hij zal plaatsnemen op de troon der heerlijkheid’. Dwz hij is bekleed met de macht van God. Als een koning (vs 34) zal hij rechtspreken, straffen en belonen.

De volken zullen voor hem verzameld worden…De passieve formulering met worden maakt duidelijk dat dit het werk van God cq van zijn engelen is.

Zoals een herder schapen en bokken van elkaar scheidt, zo worden de mensen verdeeld in twee groepen. Dit herinnert aan Ezechiël 34 waar de profeet spreekt van een tijd dat God de verstrooide schapen van Israel bij elkaar verzamelt en redt. En daarbij rechtspreekt tussen het ene schaap (zwak, verdwaald: mensen die te kort zijn gedaan) en het andere (sterk, vet: mensen die alleen voor zichzelf gezorgd hebben), tussen de rammen en de bokken (Ez 34: 17).
Overigens zijn er uitleggers die ipv bokken aan geiten denken: de schapen met hun vacht kunnen buiten overnachten, de geiten moeten in de stal. Voor de uitleg maakt het niet uit. Het gaat er in beide gevallen om dat er twee groepen gevormd worden aan weerszijden van de Mensenzoon. Links is de ongunstige, niet-eervolle zijde. Rechts geldt als de kant van eer, kracht, geluk en zegen. De schapen gaan naar rechts, de bokken (evt geiten) naar links.

Een derde groep
Behalve de schapen en de bokken rechts en links van hem spreekt de Mensenzoon van ‘één van deze van mijn onaanzienlijkste broeders'(40) en van ‘één van deze onaanzienlijken’ (45). Wijst Jezus dan op de schapen aan zijn rechterhand? Daar lijkt het niet op. De vraag van de mensen recht en links is dan niet logisch. En het antwoord van de Mensenzoon zou dan hebben geluid “wat jullie voor elkaar (niet) hebben gedaan, dat heb je aan mij (niet) gedaan”.  Het heeft er meer van dat er een derde groep is. Wie zouden dat dan kunnen zijn? Op die vraag zijn twee antwoorden mogelijk:

  • Sociaal-universeel
    Met de onaanzienlijksten (Mat 25: 40 en 45) zouden arme, hulp-behoevende mensen in het algemeen bedoeld zijn.
    ‘Alle volken’ uit Mat 25: 32 is dan op te vatten als Israel plus alle niet-Joodse volken plus de kerk bestaande uit gelovigen van Joodse of niet-Joodse komaf.
    In deze uitleg worden joden, christenen en andersgelovigen beoordeeld op wat ze gedaan hebben voor mensen die tekort kwamen. De slachtoffers daarentegen hoeven zich niet te verantwoorden, de Mensenzoon rekent hen direct al tot de zijnen.
    Dit veronderstelt dat Jezus zich identificeert met mensen in nood in het algemeen en hen als zijn broeders ziet. Dat klopt met wat Mattheüs van Jezus vertelt: hoe hij keer op keer omziet naar mensen. Daar staat tegenover dat nergens in Mat arme, zieke, verdrukte mensen ‘broeders’ worden genoemd en ‘broeders’ de tweede keer achterwege blijft (Mat 25: 45).

  • Religieus-christelijk
    Met de onaanzienlijksten (Mat 25: 40 en 45) zouden uitgezonden discipelen bedoeld zijn. Dat sluit aan bij Mat 10: 42 “Wie één van deze kleinen, omdat hij een discipel is, ook maar een beker koud water te drinken geeft, voorwaar ik zeg u, zijn loon zal hem geenszins ontgaan.” (vgl Mat 18: 6. 10 en 14). Dit argument zou sterker zijn als er telkens hetzelfde woord was gebruikt, maar dat is niet het geval: de ene keer is er sprake van ‘geringen’, de andere keer van ‘kleinen’
    Met de volken Mat 25: 32 zijn dan bedoeld de heidenvolken + Israel + gelovigen-die-niet-als-evangelist rondgingen.
    In deze uitleg worden de ‘gewone’ gelovigen, Joden en niet-Joden beoordeeld op wat ze al dan niet gedaan hebben om de zendelingen van de Heer te helpen. De uitgezondenen daarentegen hoeven zich niet te verantwoorden, de Mensenzoon rekent hen direct al tot de zijnen.
    Dit veronderstelt dat Jezus zich identificeert met zijn evangeliserende apostelen die het moeilijk hebben. Dat zien we een enkele keer vaker, bv in Mat 10: 32. 40-42; vgl 28: 10 en 12: 49. In de gezondenen is de zender aanwezig.
    Toch lijken de aanduidingen ‘geringen’ of ‘kleinen’ beter bij ‘mensen in nood iha’ te passen, dan bij rondtrekkende zendelingen die er slecht aan toe zijn. Dat kwam niet zo vaak voor, dat ‘geringen’ of ‘kleinen’ een synoniem of uitdruking voor apostelen-in-nood werd.

Afweging
De eerste interpretatie brengt de sociale nood van alle mensen scherp onder de aandacht. Van mensen en zeker van christenen (geraakt door de liefde van Jezus) mag verwacht worden dat zij omzien naar mensen die te kort komen. Daar worden zij en ieder ander op beoordeeld. Dat past goed bij wat we verder in de bijbel vinden: profeten hameren er meer dan eens op dat voor God sociale gerechtigheid belangrijker is dan de religieuze inspanning van het offeren van dieren of het vasten op de sabbat. (Jes 58)
De tweede interpretatie loopt hier op uit: De evangelist haalt in een tijd dat de spanningen tussen Joodse volgelingen van Jezus en het traditionele Jodendom oplopen, dit woord van Jezus naar voren ter bemoediging van de christelijke gemeenschap. Daarbij houdt de evangelist de mogelijkheid open dat aan Joodse en heidense zijde er velen gevonden zullen worden die bij de rechtvaardigen zijn te rekenen. Omgekeerd is de evangelist kritisch tav zijn eigen achterban: ‘lauwe’ volgelingen van Jezus die wel ‘Here Here’ zeggen, maar hun zendelingen niet met raad en daad helpen. Die kritiek klinkt vaker in dit evangelie, vooral in de bergrede.

Mijn voorkeur gaat uit naar de eerste interpretatie: sociaal en universeel. De tweede vind ik vooral historisch interessant. Hoe we daar tegenwoordig een praktische toepassing aan kunnen geven is mij niet duidelijk, bij de eerste wel. Zonder hulp te bieden aan mensen (joden, christenen en andere) zullen we de toets der kritiek niet doorstaan. Zonder praktische inzet voor mensen in nood is geloof een filosofietje, comfortgeloof. Wie geraakt is door de liefde van Christus kan niet anders dan met ontferming bewogen zijn en omzien naar de naaste. Hij of zij doet dat samen met andere christenen en alle menensen die het hart op de goede plek hebben.

Mat 25: 35 – 39 en 42 – 44
Vier keer komen dezelfde zes werken van barmhartigheid terug, telkens in dezelfde volgorde:
– voeden van de hongerigen,
– drinken geven aan de dorstigen
– opnemen van de vreemdelingen
– kleden van de naakten
– bezoeken van de zieken
– gaan naar de gevangenen
In de Joodse wereld bestonden ook dergelijke lijstjes van ‘goede werken’. Daar kwamen ook nog op voor:
– vrijkopen van mensen die tot slaven waren gemaakt
– gastvrijheid
– het opvoeden van weeskinderen
– het begraven van de doden.
Die laatste werd in de christelijke traditie aan de zes van Mat 25 toegevoegd. Bekend is het schilderwerk ‘de zeven werken van barmhartigheid’ van de Meester van Alkmaar (1504).
We zijn natuurlijk vrij om het lijstje nog langer te maken:
– bezoeken van eenzamen
– troosten van wie treuren
– meewerken met schuldhulpverlening
– verslavingszorg mogelijk maken enz.

Verbazing
De rechtvaardigen reageren verbaasd. Heer, Wanneer hebben wij U….? Omdat ze vergeten zijn dat ze rechtvaardig handelden? Want rechtvaardig handelen doe je als vanzelf, spontaan, vanuit je hart; niet uit berekening. Misschien, maar meer nog omdat ze niet wisten dat ze door mensen in nood te helpen, de Mensenzoon (die ze nu ‘Heer’ noemen) barmhartigheid hebben bewezen. Het antwoord benadrukt de nauwe band, de indentificatie van de Mensenzoon met mensen in nood.

De onrechtvaardigen zijn net zo verbaasd als eerst de rechtvaardigen. Heer, wanneer hebben wij U in de steek gelaten? Zij krijgen te horen dat zij niet hebben omgezien naar mensen in nood. Daarmee lieten ze Mensenzoon in de steek.

De Mensenzoon vereenzelvigt zich met mensen-in-nood. Hij trekt zich hun lijden aan. Dat is typerend voor Jezus en zijn God. Jezus gaat tot het uiterstte om mensen terecht te brengen. Hij geneest, hij voedt, hij bezoekt. Hij bevrijdt ook van die andere nood: van zonde, schuld en dood. Daar heeft hij zijn leven voor over. Wie geraakt zijn door dit alomvattende  en allesgevende liefdebetoon en iets ‘terug’ willen doen, kunnen hun dank en liefde aan Jezus bewijzen door om te zien naar mensen in nood, die hem werkelijk ter harte gaan. Hij heeft zich met hen vereenzelvigd.

Mat 25: 34. 41. 46
34 Voor de schapen rechts is er een zegen. Ze zijn welkom om deel te nemen aan Gods nieuwe wereld: het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor de rechtvaardigen bestemd is. Het plan dat God van meet af aan in gedachten heeft, komt uit!

41 Voor de bokken links is er een vloek. Ze moeten naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Dit is niet te verwarren met de hel waarmee in de middeleeuwen de mensen werden bang gemaakt. Het eeuwige vuur is niet een plaats van eindeloze martelingen. God is geen sadist. Het eeuwige vuur wijst erop dat de dragers van kwaad en onrecht voorgoed verdwijnen. Voor de duivel en zijn engelen en de onrechtvaardigen is geen plaats meer in Gods nieuwe wereld. De beulen trekken niet voor eeuwig aan het langste eind.

46 Het laatste vers vat dit oordeel kernachtig samen. Als je goed oplet, ontdek je een chiasme tov de voorgaande verzen. Het begint met eerst de rechtvaardigen, dan de onrechtvaardigen. Het eindigt met eerst de onrechtvaardigen, dan de rechtvaardigen.