Offers (2) verbond Offers (2) verbond
Dit deel bouwt voort op wat in de inleiding over offers is gezegd.

Verbond
Behalve offers ivm dankbaarheid en als er iets niet in orde is, zijn er offers ivm het sluiten van een verbond (Hebr. zebach sjalamim - vredeoffers) . Een ‘verbond’ (Hebr Berieth) is een overeenkomst of verdrag tussen twee partijen die niet van nature, door het bloed, aan elkaar verwant zijn. Zij beloven elkaar onder ede (en als het om twee menselijke partijen gaat met aanroeping van God) om zich aan bepaalde afspraken te houden. Het kan gaan om:  Soms zijn de beloften wederzijds (David en Jonathan), maar lang niet altijd. Het komt ook voor dat de belofte maar door één partij wordt gedaan, afgedwongen door de andere partij, bv een koning die met zijn legers een andere koning met zijn volk had onderworpen.
In de Bijbel is het ‘verbond’ de belangrijkste manier om de relatie tussen God en zijn volk Israël te benoemen. Gelijkwaardig zijn de partners in dit verbond niet. God is de superieure partij. Hij geeft het verbond en de regels die daarbij horen. Israël neemt die op zich en belooft zich daar aan te houden. Vanwege dit on-gelijkwaardige werd Berieth in de Griekse vertaling van het Oude Testament weergegeven met diathèkè; niet met sunthèkè dat een verdrag of overeenkomst tussen twee gelijkwaardige partners aangeeft. In het Latijn is dat eenzijdige ook bewaard gebleven in het woord testamentum.1

In de tijd van het Oude Testament werden bij het sluiten van een verbond offers gebracht. Die gaan - anders dan de offers uit dankbaarheid - niet volledig in rook op, alsof ze alleen voor God bedoeld zijn. De offeraars eten er ook zelf van. Vredeoffers staan dus in verband met verbondenheid, goede verhoudingen en vrienschap. Ze zijn gepast als er iets te vieren valt (1 Sam 11: 15 ) en een gemeenschappelijke maaltijd gepast is. (Deut 27: 7)


Verbondssluiting
Als Israël door Mozes en met Gods hulp is bevrijd uit Egypte, vindt de verbondssluiting plaats: in de woestijn, bij de berg Sinai.
We lezen hierover in Ex 24: 3 - 8. Mozes maakte het volk bekend met alle geboden en regels die de HEER had gegeven, en het volk verklaarde eenstemmig: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we doen.’ Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één. Hij droeg een aantal jonge Israëlieten op om de HEER brandoffers te brengen en stieren te slachten voor een vredeoffer. Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, de andere helft goot hij tegen het altaar. Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we doen en ter harte nemen.’ Toen nam Mozes het bloed en besprenkelde daarmee het volk. ‘Met dit bloed,’ zei hij, ‘wordt het verbond bekrachtigd dat de HEER met u heeft gesloten door u al deze geboden te geven.’ (NBV21)
Een paar dingen vallen op:
  • De brandofferoffers gingen helemaal in rook op. Die waren volledig voor God bestemd.
  • Er zijn ook vredeoffers bij. Daar mochten de priesters en ook de offeraars, in dit geval het volk Israël, kreeg een deel. Een maaltijd om de saamhorigheid of verbondenheid tot uitdrukking te brengen en te vieren.
  • Er gebeurt ook iets met het bloed van de dieren. Het wordt opgevangen in schalen.
    De eerste helft is voor God: het wordt tegen het altaar gegoten
    De tweede helft is voor het volk: het wordt over het volk uitgesprenkeld.
  • Het geeft aan dat beide partijen het echt menen. Ze sluiten een verbond. God met het volk en het volk met God. Dat is een ernstige zaak: bloedserieus.
    God zegt ahw: ik sta er voor in, om voor dit volk te zorgen. Het komt mijn eer te na, als het dit volk niet goed gaat > Deut 26: 18vv
    En het volk zegt ahw: wij staan er met ons leven voor in, we mogen omkomen als we ons niet aan het verbond houden > Deut 26: 17
  • Zo zijn God en het volk door bloed verbonden tot zeer hechte partners. Het (on)geluk van de een is het (on)geluk van de ander.
    De profeet Hosea denkt zelfs aan een huwelijk: zoals twee mensen getrouwd zijn, zo God met zijn volk. Voortaan is het alles of niets.
    Trouw aan het verbond zal liefde geluk en zegen met zich brengen. Verbondsbreuk, ontrouw betekent: onheil, vloek.
  • De deelnemers aan de maaltijd ervaren Gods nabijheid, er is vrede tussen God en zijn volk.
De bijbel vertelt dat dit verbond enkele keren opnieuw is bekrachtigd en vernieuwd: na de geschiedenis met het gouden kalf (Ex 34) en later nogmaals in Joz 24 en tijdens koning Josia (2 kon 23)

Het Verbond verbroken

Een verbond is een ernstige zaak. Beide partijen, God en het volk, hebben zich aan elkaar verbonden. Samen zijn ze sterk en zullen ze het goed hebben. Daarom is het zo erg als één van de partijen zich niet houdt aan het verbond en de afspraken in de wind slaat.
De profeet Jeremia Jer 2: 4v verwijt het volk namens God dat dat gebeurd is: jullie hebben mij verlaten. Waarom toch? Heb ik jullie voorouders onrecht aangedaan? Heb ik jullie niet bijgestaan en gezegend?Waarom laten jullie je in met andere goden? Jeremia doelt op de Baäls en de Astartes. De goden van sex en vruchtbaarheid. Onverminderd actueel. Wat raken er een mensen in de ban van deze machten. En wat doen mensen soms de ergste dingen als ze hieraan verslaafd zijn. Want wat je aanbidt, zo word je zelf ook: bij waardeloze goden horen onmenselijke mensen. De verontwaardiging is groot bij Jeremia. Bij God. Het is een en al verbijstering: hoe kon dit gebeuren? En zorg klinkt er ook in door: zal het nog weer goed komen?

Een nieuw verbond
Jeremia heeft de ontrouw van het volk aangeklaagd. De hoererij. Het onrecht. De corruptie. En waarschuwt voor de gevolgen: het verbond verbreken, dat kan niet goed gaan.
Het heeft niet geholpen. Tot zijn ontzetting maakte hij mee
hoe God - volgens de afspraak van het verbond - zijn volk in de steek liet. Toen stond Israël er alleen voor. De Babyloniërs kwamen, verwoestten het land en deporteerden de bevolking. Als slaven moesten ze werken in dat verre land op de akkers bij Nineve en Babel om voedsel te verbouwen voor de bevolking in de grote steden.
En dan, als alles verloren is, bedenkt Jeremia: wij kunnen het verbond wel breken, maar God niet. God is trouw. Hij komt niet op zijn woord terug. Jeremia weet van de geweldige spanning binnen God: tussen toorn en genade. Maar God zal zijn genade het zwaarste laten wegen. Zo waagt de profeet het te spreken van toch weer een verbond:  De dag zal komen – spreekt de HEER – dat Ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit,....dit is het verbond dat Ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal Ik hun God zijn en zij mijn volk. 34Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent Mij dan al – spreekt de HEER. (Jer 31: 31vv NBV21).

Dat eerste verbond, met Mozes, bevatte de tien geboden en honderden voorschriften en regels, bepalingen en uitzonderingen. Het lag voor de hand dat het meer om de uiterlijke regels ging draaien dan om het gevoel van betrokkenheid. Zo konden het dode letters worden: wetticisme. Maar de bedoeling van de regels en voorschriften was juist om die van harte te doen; niet op routine. Niet om je er gemakkelijk van af te maken, maar van binnenuit en met overgave. Om die verbondendheid met God te beseffen. Om die band levend te houden.
'
Ik ga het nog een keer proberen' zegt God door de mond van zijn profeet: 'de dag zal komen dat ik een nieuw verbond sluit met Israël. Mijn wet geschreven in hun binnenste. Hun hart en ziel vol van mijn wil.'

Hoop
Jeremia sprak van een nieuw verbond, evenals Ezechiël (Ez 34) en Jesaja (Jes 42: 6) Is het er ooit van gekomen? Niet direct. Het volk Israël heeft deze belofte van God onthouden. Net als de woorden van andere profeten. Zoals van Jesaja over de knecht des Heren die zou lijden en sterven om zijn volk te bevrijden (Jes 52: 13 - 53: 12). Of de belofte uit Deuteronomium, over een profeet die komen zou, een tweede Mozes, om het volk de weg te wijzen. En woorden van de profeet Nathan: over een zoon van David en een koningschap dat voor eeuwig zou zijn.
Al die mooie woorden die een mooie toekomst beloofden, gingen rond in de tijd van Jezus, maar ze waren nog niet uitgekomen. Mensen hoopten erop dat het gauw zou gebeuren: dat nieuwe verbond, die tweede Mozes, die Zoon van David. Er leefden allerlei messiaanse verwachtingen.

Jezus
En dan is daar Jezus. Met zijn discipelen. In Jeruzalem, t is bijna Pesach: dan gedenkt en viert Israël de bevrijding uit het slavenhuis Egypte.2
Jezus en zijn discipelen gaan 's middags naar de tempel. Daar laten ze net als iedereen hun Paaslam slachten. Voor een deel was het voor God bestemd: het ging in rook op. Voor een deel mochten de priesters het hebben. De rest namen de discipelen mee, naar hun verblijfplaats in Jeruzalem om het in besloten kring te eten. Vroeg in de avond gebruiken ze hun pesach-maaltijd, gedenken de bevrijding uit Egypte en hopen op bevrijding van de Romeinse bezetter.
Die gelegenheid grijpt Jezus3 aan om het heilig avondmaal in te stellen, als teken van dat nieuwe verbond waar Jeremia van sprak. Daar hoort een maaltijd bij en bloed.4

Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’
En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. (Mat 26: 26 - 28 NBV21; vgl Mc 14: 24; Luc 22: 20 en 1 Kor 11: 25)


Het oude verbond was door Mozes gekomen. Het hoorde bij de eerste Exodus die Israël viert met Pesach: de bevrijding uit slavernij van Egypte. Honderden geboden en verboden. Met het risico van wetticisme.
Het nieuwe verbond is door Jezus gekomen. Het hoort bij de nieuwe Exodus die de kerk met Pasen viert: de bevrijding van zonde en schuld, de overwinning van dood en graf. Er is maar één gebod: je zult de Here God liefhebben met hart en ziel, met alle kracht en met heel je verstand; en de keerzijde daarvan: je naaste zul je liefhebben zo goed als ging het om jezelf. Met de bedoeling om dit van harte te doen.

Hebreeën
De onbekende schrijver van Hebreeën heeft zich buitengewoon verwonderd over deze dingen. Op allerlei manieren brengt Hebr naar voren dat het nieuwe verbond veel en veel beter is dan het eerdere.
  • Jezus is de hogepriester bij uitstek.
  • Hij doet dienst niet in een tempel, maar in de hemel.
  • Hij offerde geen bloed van dieren, maar dat van zichzelf.
  • Dat maakt hem zo bijzonder, dat de verlossing die hij brengt niet tijdelijk is en ieder jaar opnieuw moet. Zijn verlossing is voor eens en voorgoed.
Zie ihb Hebr 9: 11 - 15

Doorwerking
Wij raken vervreemd van onze bestemming en verslingerd aan de goden van onze tijd, maar God geeft ons niet op. Hij heeft ons direct al zo gemaakt, dat we niet echt gelukkig kunnen zijn als we ikzuchtig leven voor de leuk, voor enkel hier en nu.
Maar Hij ging verder. Hij nam en neemt mensen opnieuw voor Zich in, door in Jezus zijn liefde te bewijzen. Liefde die naar alle mensen uitgaat. Liefde die voor niets terugschrikt. Liefde die alles overwint.
Het vraagt van onze kant geloof, overgave aan zoveel liefde en genade van God. Maar wie het aannemen worden nieuwe mensen die hun oorspronkelijke bestemming gevonden hebben: geworteld in God leven we toegewijd aan Hem en aan de mensen om ons heen. Zo leeft God in ons en wij in God: een nieuw verbond in Jezus’ Naam.
Als we in de kerk het heilig Avondmaal (Ref) of de Eucharistie (RK) vieren, geloven we dat Christus aanwezig is om ons bij Gods verbond betrokken te houden.


-------

1 Testament is ook de naam geworden voor de beide hoofddelen van de bijbel: het oude en nieuwe testament. Dat is dus de weergave het oorspronkelijke Beriet, dat een min of meer eenzijdig verbond aangeeft. Met een testament dat je bij de notaris laat opstellen heeft dat niets te maken.
2 Jezus wist heel best wat hem te wachten stond en Hij koos ervoor om het rond Pesach te laten gebeuren. Het is dan ook onjuist om de betekenis van kruis en opstanding te duiden vanuit Grote Verzoendag, dat een heel ander feest is. Jezus is niet gestorven als de zondebok van Grote Verzoendag, maar als het Paaslam van Pesach.
3 Dat zegt ook wel iets over hoe hij zichzelf zag
4  Daarbij ervaren de discipelen Gods nabijheid en vrede, als ooit Mozes en het volk bij de verbondsluiting (Ex 24). De leerlingen krijgen de opdracht om het avondmaal te blijven vieren tot de wederkomst van Christus, tot het einde der tijden. Het geluk van die nieuwe  wereld (een nieuwe hemel en een nieuwe aarde) vat Jesaja (Jes 25: 6 - 8) in datzelfde beeld van een maaltijd. In die zin verwijst het avondmaal vooruit en is het een voorproefje van het messiaanse bruiloftsmaal.

 
terug