Ruth 2 Ruth 2

Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je bent komen schuilen.’ Ruth 2:12 NBV21


 

A        Wij hebben dat vast wel eens gezien:

een kip met kleine kuikens erbij

van die leuke, piepkleine, gelige donsbolletjes

Als er maar even onrust is

vertrouwen ze het niet meer

en zijn ze weg: onder de vleugels van moeder kip

 

Of misschien ben je wel eens

te dicht gekomen bij een gans of een zwaan

met jongen

De jongen vluchten weg

achter moeder gans

of onder de vleugels van moeder zwaan

en als je nog dichterbij komt

begint ze boos te sissen

en als je niet oppast kun je een beste klap krijgen.

 

Vleugels zijn het symbool van bescherming:

jonge vogels kunnen er veilig onder schuilen

tegen regen en kou en wind

ze zijn er veilig voor roofdieren

en al te nieuwsgierige mensen:

moeder vecht desnoods voor haar kroost

ze laat haar jongen niet in de steek

 

Boaz zegt:

Ruth jij bent komen schuilen onder de vleugels van Israels God

Niet vaak wordt in de bijbel God met een dier vergeleken

vaker met een mens, een koning

maar nu wel: God als een vogel, een arend misschien,

met grote, beschermende vleugels

een moederlijk, een vrouwelijk beeld voor God.

 

 

 

 

B          Mooie beeldspraak, maar IS het ook zo?

Kun je er iets van merken?

Waar zie je iets van God die je onder zijn vleugelen neemt

van God die je beschermt

van God die desnoods voor je vecht?

 

Het is de grote vraag van het boekje Ruth:

Waar merk je iets van God?  Is hij erbij?

Bemoeit God zich wel met het gewone, alledaagse leven van u en mij?

 

Wij geven vaak als antwoord:

God leidt mijn leven

Hij stuurt het

toen ik die baan kreeg

toen die keer, dat dat ongeluk nog net goed afliep

dat heb ik aan God te danken

 

Onze schrijver is daar veel minder duidelijk in.

Hij heeft het over "toe-val"

Hij zegt niet:

Ruth ging erop uit aren te zoeken

en God leidde haar naar de akker van Boaz...

Alleen maar: Ruth ging heen

en bij geval trof zij het stuk land van Boaz (2:3).

Heel prozaisch en nuchter: toevallig.

Onze schrijver is voorzichtig met dat spreken over Gods leiding in je leven

Want wat als Ruth nu eens verkeerd was terecht gekomen,

bij één van die norse boeren

die geen woord overhadden

voor mensen die zelf niet werken

en zeker niet voor zo'n buitenlandse meid?

hadden we dan ook gesproken over Gods leiding?                    (van der Zee 60)

 

Toevallig: een kwestie van geluk,

zoals er ook wel eens domme pech of een vreselijk ongeluk gebeurt

die dingen gebeuren

zonder dat je ervan kunt zeggen

het is allemaal Gods wil.

Er is ook sprake van domme pech en van toevallig geluk hebben.

 

Gods leiding van ons leven sluit het toeval niet uit, maar in!

In voor- en tegenspoed zijn Gods handen om ons heen.

In leven en in sterven zijn wij in Hem geborgen

DAT geloven wij

dat is wat anders dan dat God ons alles aandoet.

 




C        Dat Gods vleugels om je heen zijn

kun je aan de gebeurtenissen in je leven niet altijd duidelijk zien.

Het lijkt een toevallige samenloop van omstandigheden.

 

En toch spreekt de bijbel over de vleugels van God

over zijn bescherming, zijn hulp, zijn leiding...

alleen: die ziet de bijbel niet zo duidelijk in wat je overkomt

aan ziekte en ongelukken

maar veel meer in "mensen".

In wie wij voor elkaar zijn.

Waar u of jij of ik een naaste voor de medemens willen zijn,

daar is God, daar zijn zijn vleugels.

 

Zo is het ook hier in Ruth.

Hoe God in de loop van allerlei toevallige gebeurtenissen werkt

is niet doorzichtig.

Onze schrijver waagt er geen grote woorden aan: bij geval…

Maar: als Ruth met een efa gerst thuis komt:

40 liter, 25 kilo

en opgewonden haar belevenissen vertelt

dan roept Maomi uit

de Here heeft zijn goedheid niet onttrokken.

Deze mens Boaz is het beste bewijs

dat de wereld niet van God verlaten is.

In hem blijkt de goedheid en trouw van God.

 

Als mensen niet de handen en voeten van God willen zijn

blijft God onzichtbaar.

Boaz zelf weet dat ook.

Hij zegt tegen Ruth: je hebt goed voor Naomi gezorgd

bent zelfs uit Moab met haar mee gekomen

moge God je belonen

En wat gebeurt er dan:

dan gaat Boaz zelf haar belonen.

De maaiers krijgen opdracht flink wat extra te laten liggen

 

En Boaz heeft het over de vleugels van de God van Israel

waaronder Ruth is komen schuilen.

Die mooie beeldspraak blijft bij Boaz geen vrome gedachten

Nu neemt hij zelf haar in bescherming

De knechten mogen haar niet lastig vallen

Hij de rijke landheer nodigt haar arme vrouw zelfs aan tafel

 

De zorg van God voor Naomi en Ruth bereikt hun door Boaz.

Eindelijk zien ze weer eens iets van God

deze Boaz maakt het zichtbaar.

Ze komen op adem, krijgen hoop

voelen zich weer een beetje gelukkig met het leven.

 

 

D         Rijke mensen krijgen er in de bijbel nogal eens van langs.

Nee, niet omdat geld en goed verkeerd zijn

maar omdat je er zovaak verkeerd mee omgaat.

Jezus vertelt een gelijkenis van een rijke man

die een arme, hongerige bedelaar Lazarus niet eens ziet

terwijl hij elke dag bij hem voor de deur ligt te kreperen.


Zo had Boaz ook kunnen doen:

de andere kant op kijken

haar van het land jagen

want "daar kunnen we toch niet aan beginnen?"

"Ze zal het er zelf wel naar gemaakt hebben"

Of haar alleen de restjes kunnen laten,

zuinig, naar de letter van de wet.

Om zijn geweten te sussen: "ik heb mijn plicht gedaan."

 

Maar zo zit Boaz niet in elkaar.

Hij ziet in Ruth geen aanslag op zijn bezit.

Hij ziet in Ruth iemand die is komen schuilen

onder de vleugels van de God van Israel.

En aan hem de eer

haar de bescherming van de Allerhoogste te bieden.

Te zorgen voor Ruth is geen overlast

maar een voorrecht.

Waar anders heeft hij zijn rijkom, zijn land en zijn geld voor

dan om anderen te helpen?

Hij handelt naar de geest van de wet:

royaal, meer dan het gewone.

Waar anders voor zijn wij gezegend

dan om anderen tot een zegen te zijn?

 

Boaz maakt de vleugels van God zichtbaar.

Zoals eeuwen later

die verre nakomeling van Boaz

Jezus van Nazaret de liefde en trouw van God zichtbaar maakt

zijn hulp en bescherming belichaamt

Hij zoekt de armen, de zieken, de ellendigen

Hij zoekt de verstotenen, de hoeren en de tollenaars.

Zelf zegt Hij ergens

dat Hij rondging om de verloren mensen te verzamelen

als een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt. (Luc13:34 / Mat 23:37)

En zelfs wanneer tegenwerking en verzet toenemen.

blijft hij trouw aan zijn, aan uw en mijn roeping

om de liefde van God niet mooie woorden te laten

maar zichtbaar te maken

uit te delen aan de mensen.

Dat houdt hij vol tot op het kruis.

 

Op de Paasmorgen laat God zien

dat Hij achter Jezus staat.

Jezus, die de handen en voeten van God heeft willen zijn

is geen aansteller, zoals zijn tegenstanders denken

niet iemand die om zijn godslasterlijk optreden

de doodstraf verdient

maar die om zijn mensenliefde het leven verdient

God geeft het hem terug.

 

 

E      Geliefde gemeente

Vandaag de dag zijn er velen als Ruth in ons land

mannen en vrouwen in hun eigen land niet veilig

hier naar toe gevlucht

om te schuilen onder de vleugels van Israels God

Willen wij hun bescherming bieden

of maken wij God onzichtbaar achter gemakkelijke vooroordelen?

Zijn het profiteurs, gelukzoekers voor ons…

of kunnen ze op aandacht, zorg en ondersteuning rekenen?

 

 

En er is de stille armoede

mensen, gezinnen die van een te kleine uitkering moeten rondkomen

jaar in, jaar uit, zonder perspectief,

Zijn er voor hen ook vleugels van God?

Als je een bedrijf hebt,

denk dan ook eens aan hen bij het opvullen van een lege plek

Als je een vakantiehuisje of een caravan hebt: wie leent hem eens een weekje uit?

 

En er zijn de vele mensen die zich eenzaam voelen

anderen die voor hun verwarring en verdriet

geen gehoor vinden

Bieden wij een open oor, een bewogen hart

of maken wij de zorg, de aandacht van God voor ieder mensenkind

tot een leeg woord

een vrome wens?

 

Het is een hoge roeping, een eretaak die God ons geeft

en misschien voelen we ons er wel verlegen mee

en overvraagd.

Maar de bijbel vertelt ons van Boaz

die niet de hele wereld op zijn nek nam

maar wel voor Ruth en Naomi deed wat hij kon

en dat was veel:

En het betekende veel: Naomi verliest haar bitterheid.

 

Laten wij ons niet verlammen door het leed van de wereld

laat ons liever doen wat wij kunnen.

Iemand zei tegen moeder Theresa:

ik vind het goed hoor, wat u doet voor de armen

alleen: het is maar een druppel op een gloeiende plaat.

Haar antwoord:

met zijn allen kunnen we voor een flinke regenbui zorgen!

AMEN

terug