Psalmen Psalmen

Lofprijzingen
Het bijbelboek dat de naam Psalmen draagt, heet in het Hebreeuws Tehillim, lofprijzingen. Daarin vinden we 150 gedichten die soms Mizmor (Hebr: begeleid door een instrument zingen) of Sjir (hebr: lied) heten. Mizmor werd in het Grieks (Septuaginta) vertaald met Psalmoi (Gr: de snaren aanslaan) en zo overgenomen in het Latijn (Vulgata) en de Europese talen waaronder het Nederlands. Soms wordt het ook wel psalter of psalterium genoemd.


150+
De Hebreeuwse psalmen zijn genummerd 1 t/m 150 en dezelfde nummering is in de Nederlandse vertaling aangehouden. Merkwaardig is dat sommige psalmen er twee keer in staan: (Ps 14 = Ps 54) en dat andere psalmen gesplitst werden (Ps 42 en 43 horen bij elkaar, evenals Ps 9 en 10.

De kortste psalm is Ps 117, die wel de hooipsalm wordt genoemd - geschikt om na het eten uit de bijbel te lezen als er eigenlijk geen tijd was omdat het hooi van het land moest. Ps 119 is met 176 verzen de langste. De Septuaginta heeft nog een Psalm 151, die trouwens niet zo lang geleden in het Hebreeuws is teruggevonden in Qumran.

Er zijn veel meer liederen in de bijbel te vinden, vooral bij Jesaja en Job, maar ook Ex 15 en Deut 32 (van Mozes), 1 Sam 2 (de lofzang van Hanna) en Jona 2 (Jona's dankgebed) zijn psalmen. Buiten de bijbel vinden we liederen in Qumran (1QH en 11QPs), en in de apokriefe geschriften (bv Psalmen van Salomo). Israël was niet het enige volk met godsdienstige liederen. We vinden religieuze liederen in alle landen van het Midden Oosten, vooral Mesopotamië.

De 150 psalmen zijn in 5 groepen verdeeld: 1 - 41; 42 - 72; 73 - 89; 90 - 106; 107 - 150. De eerste 4 groepen eindigen met een lofprijzing of doxologie, bv: Geloofd zij de Here, de God van Israel, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid. Amen, ja amen. De vijfde groep eindigt met Ps 150: één grote lofprijzing waarmee de hele psalmbundel werd afgesloten.

Deze 5 waren waarschijnlijk eerder losse verzamelingen van liederen, die (2-e eeuw vC?) werden samengevoegd tot de bundel die wij nu in de bijbel hebben. Vanwege Ps 72: 20 neemt men soms aan dat al eerder de delen 1 en 2 werden samengevoegd.

Deze 5 waren op hun beurt weer opgebouwd uit nog weer kleinere verzamelingen, bv van de Korachieten (Ps 42 - 49; 84 - 88), van Asaf (Ps 73 - 83), de bedevaarts- of pelgrimsliederen (Ps 120 - 134), of het kleine Halleel (Ps 113 t/m 118). Het grote Halleel is Ps 136, al rekenen sommigen er ook de pelgrimsliederen en Ps 135 bij.


Opschriften
De bijbelvertalers van het NBG gaven elke psalm een opschrift mee, bv Ps 1: 'de twee wegen'. In het Hebreeuws echter hebben veel psalmen geen opschrift, bv Ps 1 en 2. De eerste psalm die wel een Hebreeuws. opschrift heeft is Ps 3: 'Een psalm van David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom'. In hoeverre deze opschriften werkelijk de achtergrond van het lied vormen, is zeer omstreden. Veel vaker bevatten de Hebreeuwse opschriften aanwijzingen voor het zingen of de muziek, bv Ps 4: Voor de koorleider. bij snarenspel. Een psalm van David.

De Hebreeuwse opschriften noemen vaak David (73x), maar ook Asaf (12x), zonen van Korach (12x), Salomo (2x), Etan (1x) en Mozes (1x). De gebruikte uitdrukking kan betekenen dat David de dichter is, of dat de psalm à la David is, of voor koning David bedoeld is.


Datering
Omdat de opschriften niet gebruikt kunnen worden voor de datering en de inhoud van de psalmen meestal niet zo concreet is, dat die met een historische gebeurtenis valt te verbinden, is er maar weinig zekerheid over de ouderdom van de psalmen. Veelzeggend is dat Ps 137 door Gunkel als de oudste van alle beschouwd wordt; Mowinckel houdt deze juist voor de jongste.

Het lijkt aannemelijk dat vele psalmen van vòòr de ballingschap dateren en in de loop van de tijd, bv door het gebruik in de cultus, veranderingen hebben ondergaan. Maar waren alle psalmen voor gebruik in de tempel? En bij welke gelegenheid werden ze dan gezongen? Bij het feest van de Troonsbestijging (Mowinckel), of het Verbondsfeest (Weiser) of een koninklijk Sionsfeest (Kraus)?


Soorten
Een belangrijke onderscheiding is die tussen dank- of lofliederen (bv Ps 113 t/m 118; 135, 136 en 145 t/m 150) en klaagpsalmen. Dank en klacht kunnen afkomstig zijn van een enkeling of van het volk als geheel. De klaagpsalmen van de enkeling (bv Ps 22) komen het vaakst voor (50 x).

Verder worden genoemd: vloek- of wraakpsalmen (Ps 79, 109, 137), pelgrimsliederen (Ps 84, 122 t/m 134), koningspsalmen of troonbestijgingspsalmen (Ps 2, 110, 47, 93, 96 t/m 99), boetepsalmen (Ps 32, 51, 106, 130) natuur- of scheppingspsalmen (Ps 8, 19, 29, 104, 148), historische psalmen (Ps 78, 105, 106, 114, 136); onschuldspalmen (Ps 7, 17), leerdichten, wijsheidspsalmen of wetsliederen (Ps 1, 19b, 119, 133) smeekbeden om genezing, vergeving, hulp, overwinning (Ps 20, 25, 35, 86, 41, 69, 70), vertrouwensliederen (Ps 23, 27, 46, 56, 57, 62, 91) enz. Kortom de hele breedte van het leven vinden we in het boek van de Psalmen terug.


Dialoog
Geen ander bijbelboek maakt zo duidelijk dat het in het geloof gaat om een levende relatie met God die dialogisch verloopt. Op het spreken en handelen van God antwoordt de gelovige cq het volk door te smeken/roepen of te prijzen/loven. enz.


Kenmerken
De psalmen vallen op door de beeldspraak die indringend overkomt. Zie bv Ps 31: 13 waar de dichter zijn ellende beschrijft: ik ben geworden als gebroken vaatwerk. Dat wordt nog versterkt door het parallellismus membrorum (zie hieronder).
Tegelijk is meestal niet te achterhalen wat er precies aan de hand is. Is hij ziek, in gevaar, wanhopig? wie of wat zijn vijanden of tegenstanders?

Daarnaast valt op dat in de nood soms heel onverwacht de dank opkomt. Zie bv de overgang Ps 22: 22 ' Verlos mij uit de muil van de leeuw en van de horens der woudossen'. En dan: ' Gij hebt mij geantwoord'.

 

Parallellismus Membrorum
De Hebreeuwse poezie is niet zoals de Nederlandse gebaseerd op metrum en rijm. Kenmerkend is het gebruik van herhalingen oftewel parallellismus membrorum. Dat betekent letterlijk evenredigheid van de delen

  • bv Ps 1: 2
    die aan de wet van de Here zjin welgevallen heeft // en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.
    Dit is een synoniem parallellisme: de verschillende delen zeggen hetzelfde, maar gebruiken verschillende woorden.
  • Er is ook een antithetisch parallellisme: de verschillende delen zeggen het tegenovergestelde.
    bv Ps 1: 6
    De Here kent de weg der rechtvaardigen <> maar de weg der goddelozen vergaat.
  • Dan is er nog het aanvullend parallellisme: waarbij elk volgend deel uitgebreider is tov van het vorige.
    bv Ps 1: 1
    die niet wandelt in de raad der goddelozen // die niet staat op de weg der goddelozen // noch zit in de kring der spotters.
    (van kwaad tot erger)


Gelaagdheid
Vaak heeft een versdeel in het begin een tegenhanger op het eind.
bv Ps 23: 2 correspondeert met Ps 23: 6; Ps 23: 3 met 23: 5
Dan blijft in het midden vers 4 over: het centrale vers waar alles om draait.
Deze gelaagdheid heet ook wel eens ui-structuur.


ABC gedicht (ook wel abecedarium of acrostichon)
Bij sommige psalmen begint elke nieuwe regel of strofe met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet.
Ps 9
+ 10; 25, 34, 37, 111, 112, 145
Op grond van het ABC horen Ps 9 en 10 bij elkaar als een gedicht

Het Hebreeuwse alfabet heeft 22 medeklinkers. Ps 119 heeft strofen waarbij telkens 8 verzen met dezelfde letters beginnen. Dus 8 x 22 = 176 verzen.


Refrein
In enkele psalmen komen één of meer versregels herhaaldelijk terug.
Op grond van 42: 6 dat in 42: 12 en 43: 5 herhaald wordt, vormen Ps 42 en 43 eigenlijk één psalm.
In Ps 136 volgt op elk van de 26 versregels even zovaak het refrein 'want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid'.


Overige kenmerken
Nauwkeurig onderzoek in de Hebreeuwse grondtekst leert dat de psalmen 8 - 9 lettergrepen per colon (halfvers) hebben. Twee (soms drie) cola vormen een vers of strophe, meerdere strophen een zgn. stanza.
In de Nederlandse vertaling is een strophe te herkennen aan de witregel tussen twee strophen.

 

terug