Psalm 13 Psalm 13

A      geliefde gemeente, familie, vrienden

Vandaag gedenken wij samen

de mensen die ons ontvielen

Wij noemen hun namen

Denken terug aan wie zij waren

Wat ze voor ons betekenden.

 

We doen dat samen:

- kerkelijk en niet-kerkelijk bij elkaar

- gelovend in God, of iets, of toch niet zo

Want hoe dan ook:

onze beleving van het gemis is hetzelfde:

- de leegte, het gemis

- het leven dat zijn glans verloor

- de eenzaamheid

We zijn één in ons verdriet en rouw

 

En ook: kerkelijk of niet-kerkelijk

We hebben hetzelfde nodig aan ondersteuning:

- oprechte belangstelling,

- warmte, geborgenheid

- en een woord dat licht brengt en toekomst opent

Ook in die dingen zijn we één

 

En gelovig of niet zo gelovig,

we kunnen elkaar die dingen ook geven:

- vriendschap

- even bij elkaar op bezoek

- een helpende hand

Ook in die dingen zijn wij één.

 

We doen dat samen: jong en oud

- Want ook kinderen zijn verdrietig om vaders en moeders

de opa's en oma's die ze moeten missen

- Ook kinderen hebben warmte en geborgenheid nodig

- En het zijn vaak juist kinderen

met een gebaar, een uitspraak, een tekening / een werkstuk

die ons verdriet doorbreken

- T zijn vaak kinderen die ons weer overeind helpen, want

* hun verjaardagen moeten gevierd

* bij het voetbal moeten ze aangemoedigd worden
 

 

 

B      De Psalm heb ik gekozen vanwege die vraag:

Hoe lang nog mijn zorgen, mijn verdriet

Hoe lang nog mijn moeilijkheden, vraagt David


Het is ook de vraag van wie een geliefde verloor

Hoe lang nog dit gemis, deze pijn,

Hoe lang nog de vragen en waaroms

 

Het kan lang duren:

Een jaar dat je voor het eerst

alles zonder hem of haar doet:

- de kerstdagen, de jaarwisseling, de verjaardagen

Daar kun je tegen op zien.

 

Een tweede jaar dat je moet bedenken:

Voor wie of wat ben ik er nog?

Toen hij of zij er nog was, was dat geen vraag

Je leefde voor hem of voor haar

Maar als hij of zij er niet meer is,

die voor jou 'je alles' was...wat dan?

Je wilt toch voor iets of iemand belangrijk zijn.

Dan moet je zoeken naar opnieuw zin en betekenis.

 

Iemand zei:

Na al die jaren mis ik m'n man nog steeds, iedere dag

T was eerst een wond

En langzaam genas die een beetje

En liet een litteken achter

Maar elke keer als het weer verandert doet die pijn.

Zomaar een liedje op de radio kan alles weer open leggen.

Hoe lang nog?

Eigenlijk gaat het nooit helemaal over.

 

 

 

C       Het kan lang duren, je verdriet

Ook al doe je nog zo je best

om niet bij de pakken neer te zitten.

 

En als het lang duurt dan haken mensen af.

Ze vergeten je,

Je hoort ze zeggen: t is nu al een jaar geleden

ben je er nu nog niet overheen?

 

Zulke vrienden ga je voortaan uit de weg.

David noemt het gewoon vijanden: mensen die hem kapot maken.

 

Zulke 'vrienden' zullen wij toch niet zijn?

Laten we geduld hebben met elkaar.

Het kan echt lang duren

En dat is inderdaad niet fijn, niet leuk, niet makkelijk

Maar wie heeft ons wijs gemaakt

- dat het leven een feestje is

- en dat alles leuk en aardig moet zijn?
 

D Als het lang duurt, dan lijkt het wel

of zelfs God afhaakt:

Je bidden bereikt de hemel niet meer

God die er niet voor je is

Hij houdt zich verborgen

En geloof, hoop en liefde drogen op

 

En als je niet in God gelooft, zeg dan maar:

het Leven - het Leven spreekt me niet meer aan

Alles wordt grijs engrauw

 

Want of je gelooft of niet

Voor iedereen is ook dit hetzelfde:

Dat je soms de kracht niet vindt om door te gaan

De lichtjes in je ogen schijnen niet meer,

Alles wordt dof.

Verdriet en gemis stellen alles in de schaduw.

 

David gooit het er allemaal uit:

Hoe lang nog: 4 keer roept hij naar de hemel

naar die verborgen God: Hoe lang nog?

 

En dan een gebiedende wijs:

Zie mij ! Antwoord mij! Verlicht mijn ogen!

Kom mij te hulp voor het te laat is

 

 

 

E       Kun je dat nog bidden noemen?

Mag je zo met God om gaan?

Moet je het niet hebben over zonde en schuld en vergeving?

 

Dat zal ook wel eens nodig zijn. Meer dan eens.

Maar niet altijd.

Vandaag klaagt David alleen maar.

Hij gaat er vanuit dat zijn zorgen en verdriet en moelijkheden

niet aan slecht gedrag en zonde te wijten zijn.

Hij heeft het goede gedaan.

Hij gaat er vanuit dat hij van God hulp mocht verwachten

nieuwe moed en kracht om het vol te houden.

Hoelang nog? Zie mij toch!
 

David mag zijn hart luchten, zich helemaal uitspreken.

Geen censuur:

God kan wel een tegen een stootje.

 

F Weer een vraag aan u en mij:

als wij iemand met groot verdriet bezoeken

verdragen wij dan zijn klagen, heftigheid

Geven we dat de ruimte?

Of vallen we in de rede:

Ja, maar het is nu eenmaal zo...je moet het nemen zoals het is.

Ja, maar er zijn toch ook mooie dingen?

Ja, maar je moet vertrouwen...

 

Allemaal dingen die hij ook wel weet

Die hij al keer op keer tegen zichzelf heeft gezegd

Moet hij het nu ook nog een keer van ons horen: Ja, maar...

 

Zijn we dan nog vrienden van elkaar?

Of hebben we hem dan in de steek gelaten

Zijn we tegenover elkaar komen te staan?

Vijanden geworden?

 

G Echte vrienden verdragen zulke klachten

Echte vrienden delen in het donker

Zulke vrienden kunnen wij voor elkaar zijn.

Zou dat niet goed doen?

De ruimte geven...van je hart geen moordkuil hoeven maken

 

Want als je iemand bij je hebt die echt om je geeft:

- een lieve man of vrouw,

- een hele goede vriend

En je kijkt elkaar in ogen

En je ziet het licht van liefde en vriendschap stralen

Dan weet je: ik ben niet alleen.

Dan voel je je sterk worden.
 



H      Maar voor Davis is er niet zo'n hele goede vriend.

Er is niemand!

David is stik alleen met zijn zorgen en verdriet.

Ellendiger kun je er niet aan toe zijn!

 

Daarom gooit hij er alles uit

God, hoe lang nog

Zie mij...antwoord mij...Maak mijn ogen weer licht.

 

En dan gebeurt het

Hij beseft dat hij zijn klacht een adres had gegeven.

Hij had zijn wanhoop naar de hemel op gezonden

 

En even zich gezien en gehoord gevoeld.

Zoals mensen wel eens de ervaring op doen,

Dat toen ze geen mogelijkheden meer zagen,

En hun wanhoop deelden met God, er iets van rust kwam.

Alsof er iets of iemand aandacht voor ze had:

de stilte, de nacht werd een voertuig voor God.

 

En dan spreekt David zijn vertrouwen in God / in het leven uit

Soms bent U dichtbij, soms ver weg, verborgen

Maar ik vertrouw op uw liefde, uw goedheid, uw hulp.

Het zal goed komen.

Zo laat hij het klagen achter zicht

Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn leven

Gaat proberen er wat van te maken.

 

I Vandaag gedenken wij samen de geliefden die ons ontvallen zijn.

Dankbaar voor vele mooie dagen en jaren

Met verdriet in ons hart.

Zoveel dat het alle dagen grijs kleurt

en de lichtjes in onze ogen uitgaan.

 

Ze kunnen ook weer aangaan

Als we er voor elkaar zijn

- geduldig, zo lang als nodig is 1, 2 jaar of nog langer

- zonder 'ja maar' de klacht horen, delen in de wanhoop

- met liefde elkaar in de ogen kijken

Dan krijgen ze hun glans terug

 

Dat doet God...

of zo u wilt:

Dat is het wonder van het Leven.

 

AMEN

terug