Postmodernisme Postmodernisme
Vogelvlucht
De tijd vanaf de middeleeuwen heet wel de nieuwe tijd, onder te verdelen in vroeg-modern en modern (vanaf 1800 de Verlichting). De nieuwe tijd begon in Florence en enkele andere welvarende steden in Italië in de 14-eeuw met de Renaissance. Vanaf 1450 verspreidt die zich over heel Europa. De eeuwen door zijn er allerlei stromingen aan te wijzen als Barok, Romantiek enz en tenslotte het Modernisme van de eerste helft van de 20-ste eeuw.


Kenmerken
typisch voor de tijd van Renaissance tot en met Modernisme (+/- 1450 - 1950):
  • mens centraal (humanisme)(individualisme)
  • wereldbeeld niet langer geocentrisch, maar heliocentrisch.
  • Zo onbevooroordeeld mogelijk wetenschappelijk onderzoek
  • men streeft naar zuivere objectieve kennis en acht die bereikbaar
  • een groot vertrouwen in techniek, uitvindingen, industrie
  • optimisme: vooruitgangsgeloof en maakbare samenleving
  • Godsbeeld en wereldbeeld: God theïstisch transcendent gedacht als hoogste zijnde; in een eigen bovennatuurlijke wereld. Zo vind je dat vrij algemeen: zowel in Rooms Katholieke als bij de Reformatorische Kerk, zowel in de orthodoxe richtingen als ook bij de modernere stromingen (liberaal, vrijzinnig) en de bemiddelende groeperingen tussen die beide(de ethische theologie).
Door de ontwikkeling van wetenschap, techniek en gezondheidszorg is God steeds minder nodig om de werkelijkheid te kunnen verklaren. Vooral vanaf de eerste wereldoorlog is een steeds groter deel van de bevolking niet meer bij een kerk aangesloten. Velen van hen geven ook aan, helemaal niet meer in God te geloven: zij delen niet langer het traditionele gods- en wereldbeeld.

Postmodernisme
Op het modernisme volgt na de tweede wereldoorlog - naast het existentialisme - het postmodernisme. Met deze term wordt een veelheid aan opvattingen over taal, werkelijkheid, macht, wetenschap en geschiedenis bedoeld en ook uitingen in schilderkunst, architectuur, muziek, literatuur.

PM is enerzijds een uitloper van de Nieuwe Tijd die allerlei tendensen voortzet, anderzijds is het een breuk daarmee:
  • In het PM is geen vertrouwen in de mens als neutrale, objectieve onderzoeker omdat hij niet autonoom is maar gestuurd wordt door zijn onbewuste. Dat maakt hem irrationeel.
  • Kennis van de waarheid is onmogelijk. We kunnen niet alles begrijpen en in systeem brengen. De werkelijkheid is niet te representeren in woorden en formules van de wetenschap.
  • In het PM geldt de taal als een onvolmaakt middel om met elkaar van gedachten te wisselen. Woorden hebben geen eenduidige betekenis. Consensus is daarom onbereikbaar, pluralisme onvermijdelijk.
  • In het verlengde daarvan is een deconstructivistische manier van lezen opgekomen. Een argwanende lezing die laat zien dat achter teksten allerlei belangen en machten zijn te vermoeden.
  • PM denkers achten de waarheid onbereikbaar; er zijn alleen gedachtenconstructies (relativisme).
  • Voor het PM hebben de grote verhalen (bv vooruitgangsgeloof) afgedaan. Er is teveel ergs gebeurd (slavernij, gaskamers, misbruik) onder de dekmantel van mooie idealen.
  • Het PM is veel minder optimistisch over de mens en zijn mogelijkheden. De samenleving is niet maakbaar.
  • In de moderne tijd verstond de mens zichzelf als een pelgrim (onderweg, doelgericht); in de PM ziet hij zichzelf meer als een rondtrekkende nomade zonder reisplan.
Positief aan PM:
  • de aandacht voor de bedenkelijke kanten die er aan grote verhalen en omvattende geloofssystemen kleven.
  • aandacht voor de kleine verhalen van gewone mensen.
  • de terechte kritiek op al te menselijke beelden voor en eenzijdige voorstellingen van God.
Negatief aan PM:
  • Kritiek is er op het jargon van PM filosofen dat men vaag en onduidelijk vindt. Men neemt het hen kwalijk dat ze niet in staat zijn moeilijke dingen op een eenvoudige manier uit te leggen. Berucht: de Sokal affaire (1996)*.
  • Men vraagt zich ook af wat het PM standpunt nu eigenlijk oplevert. Je kunt overal wel een vraagteken achter zetten, maar als er geen nieuwe ontdekkingen worden gedaan en er geen toename is van wetenschappelijke kennis, wat heeft het dan voor zin?
  • Velen vinden het niet nodig om zo negatief te zijn over het kunnen onderzoeken van de werkelijkheid en het helder formuleren van de resultaten.
  • Een argwanende PM lezing van teksten suggereert wel veel over machthebbers, belangen en onderdrukking, maar bewijzen zijn het niet. Men komt er op door aandacht te vragen voor wat er niet staat en dat 'lege' vervolgens in te vullen met allerlei aannames (cirkelredenering).
  • Is PM niet vooral een conservatieve reactie op de soms zorgwekkende resultaten die wetenschap, techniek en industrie weten te bereiken? Net als holisme en fundamentalisme?
  • Het PM kan maar moeizaam (alleen door forse herinterpretatie) recht doen aan de belangrijkste elementen van het christelijk geloof.
Geloof
Voor een grote groep mensen is het postmodernisme hun levensgevoel geworden. Dat werkt door in hoe zij het geloof zien en beleven. Het afscheid van de grote verhalen betekent dat ook de christelijke boodschap niet meer die status heeft. Bijbelse verhalen zijn soms bruikbaar en inspirerend, maar kunnen ook gecombineerd worden met bv Boedhistische elementen.

Het ontbreken van een alomvattend systeem heeft als consequentie dat God zich niet meer denken laat. Men kan alleen zeggen wat God niet is (negatieve theologie). Geloven wordt 'oprecht veinzen' (Kellendonk) 'zichzelf een vlot liegen' (Holtrop), hopen dat bijbelverhalen je aanspreken (de Vos), God gebeurt (Hendrikse).

Procestheologie wordt wel eens post-modernistisch genoemd, maar dat lijkt me niet terecht: in de procestheologie is het grote verhaal (het evangelie) en het systeem van God, mens en wereld wel belangrijk.


* De Sokal-affaire (1996) laat zien dat de redacteuren van wetenschappelijke tijdschriften niet altijd in staat zijn om diepzinnig en quasidiepzinnig van elkaar te onderscheiden: een onzin artikel met de titel Transgressing the Boundaries: Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity werd zonder problemen geplaatst.
 
terug