Oude Testament

Het O.T. is in het Hebreeuws geschreven
Oude Testament

TeNaCh
De Joodse naam voor het Oude Testament is TeNach. Dat is een afkorting voor Torah, Nebi’im en Chetoebim.

  • Torah betekent aanwijzing, raad, leer,  wet. Het is de aanduiding voor de eerste vijf boeken: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. De traditie schrijft die toe aan Mozes.
    Een andere naam voor Torah is ‘Pentateuch’. Dat betekent ‘vijf rollen’ : in oude tijden werden er geen boeken gemaakt. Men schreef op perkament (dun leer) of papyrus (papier) dat opgerold kon worden.
  • Nebi’im betekent profeten: Jozua, Richteren, 1 en 2 Samuel, 1 en 2 Koningen en Jesaja t/m Maleachi. De tradite houdt Elia voor de grootste profeet.
  • Chetoebim betekent geschriften en omvat alle andere boeken: Psalmen, Spreuken, Job, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Daniël, Ezra en Nehemia, 1 en 2 Kronieken. (cursief: de zgn feestrollen)

Behalve TeNaCh heet deze verzameling ook wel eens: ‘de wet en de profeten’ (bv Mat 5: 17; Rom 3: 21) of ‘Mozes en de profeten’ (bv Luc 16: 29) of ‘de wet, profeten en schriften’ (Luc 24: 47). En als Mozes en Elia samen verschijnen (Mat 17: 3-4), staan ze symbool voor ‘wet en profeten’, voor de TeNaCh.

De Torah geldt als het belangrijkste deel van de TeNaCh. De kern. Daaromheen staan de profeten die aldoor de Torah onder de aandacht van koning en volk brengen. De buitenste cirkel wordt gevormd door de geschriften. Daarin komen de ervaringen van mensen met de Torah naar voren.

Ouderdom
De boeken bevatten verhalen, liederen, profetieën enz uit Israels geschiedenis van duizenden jaren voor Christus tot kort voor het begin van de gebruikelijke jaartelling. De oorspronkelijke teksten van de TeNaCh zijn echter in de loop van de eeuwen verloren gegaan. De oudste tekst van de complete Joodse bijbel is een handschrift uit het begin van de elfde eeuw. Het wordt bewaard in Leningrad. Deze tekst is de basis van de moderne bijbelvertalingen in protestantse kerken. In de Katholieke wereld is de Vulgata – een oude Latijnse Vertaling – de officiële.

Toen in 1946 in Qumran – bij de Dode Zee – handschriften uit de periode 250 vC tot 68 nC gevonden werden, waren daar meer dan 200 manuscripten met bijbelse teksten bij. De tekst uit Leningrad bleek maar heel weinig te verschillen van de teksten uit Qumran. Maw de copiïsten gingen in de vele jaren tussen Qumran en Leningrad zeer nauwkeurig te werk.

Oude Testament
In een oude, invloedrijke Griekse vertaling van de TenaCh zijn er enkele geschriften aan toegevoegd (de zgn. apocriefe of deuterocanonieke boeken) en is de volgorde gewijzigd. In de kerk nam men deze volgorde over. Daardoor verschilt het Oude Testament van de TeNaCh:

  • De indeling Wet, Profeten, Geschriften is nu Historische boeken, Geschriften, Profeten.
  • Daardoor eindigt het Oude Testament met de aankondiging  van de komst van Elia en de  ‘dag des Heren’ (Mal 4:6). Het Nieuwe Testament sluit daar direct op aan met de verhalen van Johannes de Doper (de nieuwe Elia) en van het Koninkrijk Gods dat Jezus komt brengen.
  • Het model van drie concentrische cirkels heeft plaats gemaakt voor een rechte lijn door de tijd, met oud-testamentische beloften die in het Nieuwe Testament in vervulling gaan.
  • De boeken van de Torah staan nu in een historisch verband uitlopend op het Nieuwe Testament. Daardoor kon het misverstand ontstaan dat alles in de Torah ‘echt gebeurd’ moest zijn. Dat ging ten koste van de aandacht voor de symbolische of geestelijke betekenis van deze verhalen.
terug