GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Ongeloof

Hand 17: 32

In de bijbel
Atheïsme in de moderne betekenis van ‘niet geloven in het bestaan van God of goden’ komen we in de bijbel niet tegen. Wel is er 263 keer sprake van goddelozen (rasja’). Het woord rasja’ geeft aan dat het om moreel slechte mensen gaat, die zich niet storen aan de wet van Mozes en leven ten koste van andere mensen. Ze liegen en  bedriegen, ze beroven en moorden enz. (Ps 73: 1-12). We zouden rasja’ dus met boosdoeners, tuig of leugenaars kunnen vertalen. Maar naar bijbels besef is er meer aan de hand. Zulk verkeerd gedrag wijst op een religieus probleem: de rasja storen zich niet aan God en zijn gebod. Ze zijn onverschillig en zeggen bij zichzelf ‘er is geen God’ (Ps 14: 1). Vandaar dat rasja meestal met goddelozen of wettelozen wordt vertaald. Maar wat we in zulke teksten aantreffen moeten we dus niet zomaar in verband brengen met de atheïsten van nu, die weliswaar het bestaan van God ontkennen, maar bepaald geen immorele dieven en moordenaars zijn.

Ongeloof – tot de 18-e eeuw
Het christelijk geloof stuit van meet af aan op bezwaren en bedenkingen, op kritiek en tegenwerking. In de bijbel lezen we dat de meeste Joden het evangelie afwijzen omdat volgens hun geloof Jezus niet de Messias kan zijn: een gekruisigde geldt als een vervloekte.  Voor de Grieken in Athene is een dode-die-is-opgestaan een dwaasheid. Hun goden zijn volmaakt. Daar horen lijden en dood niet bij.

In het Romeinse Rijk kwam het nogal eens voor dat mensen voor atheïst werden uitgemaakt door hun tegenstanders. Daarmee waren ze verdacht en gevaarlijk gemaakt. In de ogen van de polytheïstische Romeinen waren de eerste christenen en ook de Joden zulke god-lozen of a-theïsten. Het leken mensen ‘die nergens aan doen’. Want Joden (in de diaspora buiten Israel) en christenen hebben geen tempels, beelden, altaren, mysterieuze rituelen zoals zij dat wel hebben. Joden komen in de synagoge bij elkaar om de Torah te lezen en te bespreken. Christenen komen als gemeenschap bij elkaar om te bidden, de bijbel te lezen en het avondmaal te vieren. Ook zien ze om naar zieken, armen, stervenden, gevangen en andere mensen die het moeilijk hebben. Dat viel toen wel op, maar het werd niet als godsdienstigheid geïnterpreteerd.

Later komen er vanuit de Islam bezwaren tegen het christelijk geloof, vooral tegen de leer van de Drie-eenheid.
Deze vormen van ongeloof komen voort uit een een andere godsdienstige overtuiging.

Ongeloof – vanaf de Verlichting
Vanaf de Verlichting (18-e eeuw) wordt dat anders. De critici van het christelijk geloof horen dan niet meer bij een andere religie. Zij hebben gebroken met elke vorm van godsdienst: atheïsme.

De atheïstische critici richten zich op de God van de kerk, daar hebben zij nu eenmaal het meest mee te maken. Hun kritiek betreft de kerk als conservatief instituut en God als het Opperwezen, de Voorzienigheid of de Albestuurder en veel minder de God van Jezus en de heilige Geest. Die God is overbodig in de wetenschap (Darwin). Die God is een produkt van maatschappelijke verhoudingen (Marx) of van psychologische factoren (Nietzsche, Freud). De kerk die vooruitgang en vrijheid belemmert, kan maar beter verdwijnen.

Dat standpunt nemen atheïsten in vanwege filosofische en wetenschappelijke overwegingen. Daarmee lijken ze hun overtuiging te onderbouwen en te bewijzen. Maar in feite is hun standpunt geen conclusie maar een uitgangspunt: het rust op een vooringenomen beslissing, namelijk dat God niet bestaat. Dat is dus een aanname, een geloof. Dat God niet bestaat kan niet bewezen worden, evenmin als het wel bestaan van God.

Ongeloof – 21-ste eeuw
In het tienjaarlijkse onderzoek ‘God in Nederland’ geeft 2016 bijna 25% van de geënqueteerden aan zichzelf als atheïst te beschouwen. Ongeveer 32% is aangesloten bij een kerk of andere religie als de Islam; 68% is buitenkerkelijk, te verdelen over wel gelovig/spiritueel (27%) en seculier (41%). Het christendom is een minderheid geworden en de krimp zet door. Het atheïsme wordt steeds meer de gangbare opvatting vanwege:

  • de waarom-vraag – als de christelijke God bestaat en liefde is en almachtig, waarom laat hij dan toe dat mensen elkaar de grootst mogelijke ellende aandoen (Auschwitz, Hirosjima)? En waarom grijpt hij niet in bij het leed dat mensen treft door de natuur (bv de Tsunami van 2010)?
  • de tegenvallende praktijk van de kerk die vaak aan de verkeerde kant stond en het niet opnam voor arbeiders, slaven, vrouwen, homo’s, andersdenkenden.
  • de resultaten van de wetenschap die God niet gebruiken kan om de werkelijkheid die zij onderzoekt te verklaren
  • de toegenomen welvaart maakt dat mensen geen overlevingsangst meer voelen.
  • het grote aanbod van amusement en vertier leidt ertoe dat steeds meer mensen geen tijd nemen om bij de grote levensvragen stil te staan.
  • het falen van de kerk om God nieuw ter sprake te brengen.

Beter af met het atheïsme?
Ook het atheïsme heeft geen antwoord op de waarom-vragen. Sterker nog, het beschouwt vragen naar het waarom van de dingen als onzinnig. Er is immers geen plan: het leven is wat het is en wat er gebeurt dat gebeurt nu eenmaal. Evenmin kan het in een antwoord voorzien op de levensvragen naar oorsprong, doel en betekenis van het bestaan en van je leven. Tenzij het zijn zichzelf opgelegde grenzen te buiten gaat en een paar geloofsuitspraken doet.
Het atheísme is niet van onbesproken gedrag: in de straf- en werkkampen in Rusland ttv Lenin en Stalin kwamen 20 tot 40 miljoen mensen om. In het Duitsland van Hitler, het Cambodja van Pol Pot en het China van Mao werden miljoenen mensen vermoord. Noord Korea en China staan op dit moment bovenaan op de lijst van landen waar christenen en andere gelovigen vervolgd worden.