Naar de Schriften Naar de Schriften

Niet op persoonlijke titel
Opvattingen over geloof en leven kunnen niet op iemand subjectieve inzichten gebaseerd zijn. Om gezag te hebben is er een bijbelse grondslag nodig. Dat geldt voor de eerste christenen evenzeer als voor de toenmalige Joodse groeperingen als de Farizeeën, Sadduceeën en de Essenen (bij Qumran).

Paulus
Als bv Paulus in zijn brief aan de gemeente in Korinthe hoererij afkeurt (1 Kor 6: 16), dan doet hij door aan Gen 2:24 te herinnerren : Want de Schrift zegt: ‘Zij zullen één lichaam zijn.’ De Schrift is zo belangrijk, omdat daarin God aan het woord is. Daarom kan er soms nog directer staan: de Heer zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’ (Rom 12:19).
Als het over dingen gaat, waar het Oude Testament een antwoord schuldig blijft, valt de apostel terug op h
et woord van Jezus: Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. (1 Thess 4: 15).
Tenslotte kan Paulus ook nog op ambtelijke titel spreken, bv: Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. (Gal 5: 2). Dan zit daar het gezag van de Geest achter waardoor Paulus zich gemachtigd weet.

De evangelisten
Mat, Mc, Luc en Joh hebben bij het optreden van Jezus aan allerlei teksten uit het Oude Testament gedacht. Heel sterk zien we dat bij Mattheüs die vele malen schrijft 'dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan het schrift woord dat zegt...' De eerste keer in Mat 1: 23, de laatste in 27: 9. (> vervullingscitaten Mattheüs) Ook bij Johannes lezen we keer op keer 'zo moest de Schrift in vervulling gaan' (bv Joh 19: 24. 28. 36). Maar verwijzingen naar het Oude Testament kunnen ook minder expliciet zijn, bv 'Ze kruisigden Hem en verdeelden zijn kleren onder elkaar; ze dobbelden erom wie wat zou krijgen.' (Mc 15: 24) dat herinnert aan Ps 22: 19. Of 'En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg Ik mijn geest.' (Luc 23: 46) dat uit Ps 31: 6 komt.
Zo wilden de evangelisten laten zien, dat heel het optreden van Jezus, van zijn geboorte tot en met zijn lijden en sterven aan het kruis naar de Schriften is.


Jezus
Jezus zocht zijn levensweg bij het Oude Testament. Dat komt heel duidelijk naar voren in de lijdensaankondigingen (Mc 8: 31v; 9: 30v; 10: 32-34; 10: 45 en de parallellen bij Mat en Luc).  Daar vinden we dat Jezus zich voor zijn levensweg heeft georiënteerd op de Mensenzoon, de apokalyptische figuur uit Daniël 7: 13v. Deze symboliseert de heiligen van de Allerhoogste. Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. (Dan 7: 27) Jezus zal zich gerealiseerd hebben dat die koninkrijken en hun koningen zich niet zonder slag of stoot gewonnen zullen geven. Maw dat Hij moet lijden en sterven om die vijanden te verslaan.
Vast liet hij zich ook inspireren door de woorden over de lijdende Knecht des Heren (Jes 53). Daarbij wist Hij zich een Naz
oreeer, iemand als Samuel die volkomen aan God is toegewijd.

De discipelen

De leerlingen van Jezus hadden weinig of geen begrip voor het lijden en sterven dat Hij zei te moeten ondergaan. Wat de diverse groepen van het Joodse volk destijds ook van de Messias verwachtten, en dat was heel wat en zeer verschillend, deze dingen stonden niet in zijn profielschets. Vandaar dat de discipelen bezwaar maken (bv Mc 8: 32v).
Als ze niet veel later zien hoe Jezus wordt opgepakt, veroordeeld, gekruisigd en begraven wordt, is dat onbegrip nog niet voorbij. Integendeel. In hun ogen is nu alles mislukt. Geen van allen verwacht Jezus terug als de Levende, opgestaan/opgewekt uit het dodenrijk.
De Paasverhalen berichten over de verwarring die ontstaat als dat toch gebeurt. De Opgestane herinnert de vrouwen bij het graf aan zijn eerdere lijdensaankondigingen (Mat 28: 6
; Luc 24: 7) en zelfs dan wil het er bij de leerlingen maar met moeite in (Mat 28: 17; Luc 24: 11 - larie / kletspraat). Dat de Messias moest lijden en sterven om Gods verlossing te realiseren is heel anders dan men had gedacht, vooral omdat men dat zo in het Oude Testament niet had gelezen (Joh 20:9).

Naar de Schriften

Dat de lijdensweg van de Messias Jezus naar de Schriten is, riep dus veel vragen op bij de leerlingen en nog veel meer bij de mensen die men probeerde tot het christelijk geloof over te halen. Zowel Joden als niet-Joden. Vandaar dat Paulus benadrukt dat dit 'naar de Schriften' is.
Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen:
dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat,
dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat,
(1 Kor 15: 3v).
Daarbij is aan teksten als hierboven gedacht, maar meer nog aan het geheel, aan de strekking van de TeNaCh.
Dat zien we ook in Luc 24 waar Jezus aan de Emmausgangers uitlegt wat bij Mozes
, de profeten en de schriften - dwz de gehele TeNaCh - op hem betrekking heeft, dat hij lijden moest om zijn heerlijkheid in te gaan (Luc 24: 26 en 46)

Om deze contra-intuitieve opvatting van de Messias in het Oude Testament te zien
moeten ogen (Luc 24: 31) en verstand (vs 45) geopend worden. Anders blijven kruis en opstanding van Jezus een ergernis en een dwaasheid om met Paulus te spreken.

 

terug