Jona 4 Jona 4

Toen zei de HEER : ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een boom die in één nacht opkwam en in één nacht weer vergingn...zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen...en dan nog al die dieren?’ (Jona 4: 1- - 11 NBV21)

A         Misschien kun je Jona nog het beste vergelijken

met een werknemer in een grote fabriek

En God met de directeur.

 

Op een dag is er een reorganisatie.

Sommige werknemers gaan vervroegd met pensioen.

Maar Jona kwam daar niet voor in aanmerking.

Hij wordt overgeplaatst naar een andere vestiging

krijgt een nieuwe functie-omschrijving

en andere werktijden.

Met behoud van salaris, dat wel, maar verder is alles anders:

nieuwe collega's

ander werk

En dat allemaal ongevraagd.

Terwijl hij al zo lang daar werkt

en nooit een dag ziek.

Hoe kon de directie dit toch doen?

Woest is hij, en beledigd en miskend

en hij voelt zich gepasseerd.

Als ze hem gevraagd hadden,

dan was die reorganisatie heel anders uitgevoerd.

 

Op een dag krijgt Jona een brief.

Van de directeur.

Die vraagt hem naar zijn kantoor

Voor een kop koffie met een goed gesprek.

 

Jona komt binnen, geeft een hand

Spuit zijn kritiek

En dan neemt de directeur het woord.

Ik zal je mijn kijk op de zaak geven zegt hij

mijn visie...

Wil ons bedrijf overleven....

en hij vertelt van automatisering

en van lage lonen landen

en van wisselkoersen

en van nog veel meer

waar Jona nog nooit bij heeft stil gestaan.

 

Het ruime perspectief van de directeur.

Het grote verhaal.

En Jona begint te zien hoe wat hem overkomt

onderdeel is van een veel groter verhaal.

 

Nog steeds beroerd, die overplaatsing.

Zeker vanuit zijn perspectief.

Maar vanuit het perspectief van de directeur

noodzakelijk wil het bedrijf er over 5 jaar nog zijn.

Van die kant had Jona het nog nooit bekeken.

Zijn directeur was geen koele bezuiniger

Het bedrijf hem aan het hart

Hij deed er alles voor om zijn werknemers

aan het werk te houden.



 

B    In de bijbel loopt Jona vast op de hemelse directie.

Wat God doet...dat is voor Jona onbegrijpelijk

en onrechtvaardig en onverantwoordelijk

helemaal verkeerd.

 

U en jij en ik toch net zo goed:

of vinden wij het allemaal zo eerlijk en redelijk

en verstandig hoe God zijn bedrijf runt?

Zeggen wij zomaar ja en amen op alles wat er gebeurt?

 

Hoe vaak zijn wij niet zo verontwaardigd als Jona

om het kwaad dat goede mensen treft

om brutalen die de halve wereld hebben

 

om de ellende in mijn eigen leven

en de voorspoed van mensen die nergens aan doen?

 

Volgens Jona hoort die vreselijke stad Nineve

compleet van de aardbodem te verdwijnen

Te erg wat dat volk Israel heeft aangedaan:

mensen vermoord, steden verwoest, het land geplunderd.

 

Moet hij daarheen om te waarschuwen?

Stel je voor dat ze hun straf ontlopen.

Jona voelt er helemaal niet voor

Vlucht weg, de zee op, naar het westen.

Maar dat gaat niet door.

Een storm, een vis...voor de tweede keer naar Nineve gestuurd

om te waarschuwen.

 

Tegen wil en dank gaat hij dan toch.

Maar erg zijn best doet hij niet.

Stel je voor dat ze zich bekeren.

Na 1 dag waarschuwen houdt hij het al voor gezien.

Dan op veilige afstand

telt hij de dagen af: 40, 39, 38, naar het uur 0

Maar er gebeurt niets:

geen vuur uit de hemel / geen aardbeving / geen erge ziekte

 

En hij ontploft:

Ik wist het wel, ik was er al bang voor.

Een beetje verandering bij de mensen

en God strijkt over zijn hart:

geen straf en vergelding, geen ondergang.

 

Dat is toch niet rechtvaardig, verstandig

Zo kun je toch geen leiding geven aan de wereld?

Daar gaan mensen toch misbruik van maken?

Waarom zou je een mens van geloof, hoop en liefde willen zijn

als dat geen enkel voordeel oplevert

Waarom zou je niet als een grote egoist leven

als het toch geen enkel nadeel oplevert?

 

 

C         Jona  loopt helemaal vast.

Hij heeft zo zijn opvattingen

over hoe het hoort toe te gaan in de wereld:

zegen en beloning voor wie rechtvaardig leven

staf en vergelding voor wie als grote egoisten

alleen maar aan zichzelf denken.

“IK zou het heel anders doen”

 

Maar zo zit het leven niet in elkaar

Voor Jona is dat onverdraaglijk: het liefst was hij dood.

 

Het is misschien wel speciaal voor moeilijk

voor serieuze, gelovige mensen

De oudste zoon uit de gelijkenis

kan de vreugde om de terugkeer van zijn jongere broer

gewoon niet mee-maken.

Vanuit zijn perspectief verdient dat joch geen feest.

 

En hoeveel mensen zouden om die reden

heel het geloof maar aan de kant gedaan hebben

omdat ze gewoon niet snappen

hoe God deze wereld in de hand heeft

en stuurt en leidt.

Lees de krant, volg het journaal

“Als ik God was, zou ik het heel anders doen”

 

Omdat ze gewoon niet meer geloven kunnen

in een God, een schepper

een goede geest

een hart dat ergens in het verborgene klopt

voor ieder mens op deze wereld.

 

Zo ze zichzelf en God en het leven hadden voorgesteld:

die visie is hun uit handen geslagen

er is te veel gebeurd met hen zelf

met die hun lief waren.

En ze hebben geworsteld en gebeden

en geklaagd

maar ze konden het toch niet anders zien

dan vanuit hun eigen beleving en gezichtspunt.

En boos en bitter zet je op een dag

je geloof bij grof vuil.

Gewoon maar doorleven, er zit niets anders op


Maar lukt dat als je er niet de zin van inziet?

 

Zou het helpen

als God hen en ons eens bij zich riep als die directeur:

voor een goed gesprek met een kop koffie erbij?

Om iets van zijn visie te laten zien

Van het grote verhaal

waar onze levens en een deel van uitmaken?



 

D       Dat gebeurt met Jona.

Eigenlijk wil hij niet langer leven.

Het is voor hem onverdraaglijk

dat Nineve zijn straf ontloopt.

Zoveel goedheid voor zulke slechte mensen.

 

Dat kop koffie is de wonderboom

die in 1 nacht uit de grond komt

en uitgroeit met takken vol bladeren

Heerlijk om op het heetst van de dag in zijn schaduw te zitten

 

Maar de volgende dag is de boom dood:

geen schaduw meer voor Jona. En Jona boos! boos!

 

Ben je terecht zo boos? vraagt een stem.

 

En dan leert Jona dat zijn woede niet terecht is.

Hij heeft die boom toch niet gepoot en laten groeien?

Het is niet zijn boom.

 

Als mijn buurman een boom in zijn tuin omzaagt

moet hij dat toch zelf weten.

Daar kan ik toch niet boos om worden?

Ik kan dat jammer vinden en betreuren

maar wat niet kan is:

om daar heel boos over te worden.

Dat is niet terecht.

 

Het gesprek gaat verder:

Jona, jij wilde die boom houden

waar je niets voor gedaan hebt

Zou ik dan niet Nineve willen sparen

waar ik wel van alles voor gedaan heb?

120.000 mensen: alle dagen geef ik ze het leven

ik laat de zon voor ze opgaan

ik laat de wolken regen brengen

ik zorg voor de rechtvaardige en onrechtvaardige mensen

ze gaan mij allemaal aan het hart

die betekenen veel voor mij

ik wil daar zo graag mee verder!

 

Zo praat de directeur met Jona

Hij laat hem de wereld zien vanuit zijn perspectief.

Jona ontdekt:

God is heel anders bij zijn bedrijf betrokken dan gedacht:

Niet als een kille rechter, die heel zakelijk afrekening houdt:

die de rechtvaardigen beloont, de onrechtvaardigen bestraft.

Hij geeft om de wereld, om de mensen

Liefde drijft hem.

Hij is als de Vader uit de gelijkenis van Jezus.

Hij heeft liever dat mensen veranderen

dan dat ze gestraft worden.

 



E        Zo loopt het voor Jona en voor ons uit op de vraag:

Wil je naar jezelf en de mensen om je heen kijken

met de ruime blik van de directeur

Wil je zijn visie overnemen

en je eigen benauwde blik aan de kant doen?
 

Dan kijk je voortaan naar de mensen

als de vader uit de gelijkenis:

2 zonen heeft hij: de een heeft er een puinhoop van gemaakt

de ander keurig geleefd en gewerkt.

maar allebei: zijn kinderen.

De oudste moet zich niet verbeelden

dat hij meer geliefd is dan de jongste

De jongste moet niet denken

dat zijn vader niets meer van hem weten wil

 

Met die ruime blik:

Dan weet je dat je lang kunt wachten

tot je hemelse Vader ongenadig hard uithaalt

en met Nineve, met de onrechtvaardigen afrekent.

Dan weet je: ik mag dat ook niet wensen:

zijn dood, haar ondergang.

zo boos mag ik niet zijn, dat is niet terecht.

 

Ik kan ook bidden voor mijn vijanden:

dat ze hun vijandschap laten varen

op verandering aandringen

vrede en goede verhoudingen nastreven

verzoening aanbieden.

 

Misschien vind je dat teveel gevraagd

Blijf je met Jona boos op God die niet doet jij van hem verwacht

Of je zegt: die God kan me gestolen worden.

Liever zonder God, dan met God in een wereld vol onrecht.


Of was het een goed gesprek met de directeur

die er zo anders in staat dan wij dachten:

Niet vanuit een prachtig kantoor op de hoogste verdieping

kijkt hij naar de wereld

In Jezus wilde hij naar beneden komen

om te lijden aan alles wat er kapot is aan

en fout gaat in aan deze wereld.

Tot aan het kruis, tot in het graf is hij gegaan.

En alles zegevierend te boven gekomen.

 

Laat je jouw kleine verhaal met alle vragen en waaroms

met alle bezwaren en protesten opgenomen zijn

in het grote verhaal van God?

Dan zal boosheid verdwijnen, onterecht als die is.

Daarvoor in de plek zal de goede Geest

geloof, hoop en liefde wekken.

En we zullen de weg van Jezus gaan.

AMEN

terug