Jesaja 24 - 27 Jesaja 24 - 27

Apokalyptiek
Vanwege zijn inhoud noemt men Jes 24 - 27 wel de Apokalyps van Jesaja. Terecht : het is geheimzinnig, vol symboliek, het gaat over de eindtijd, er is sprake van mythologie, het is dualistisch: heel zwart - wit staan goed en kwaad tegenover elkaar.

Twee steden
Dit laatste zien we terug in de tegenstelling van de goede en de slechte stad.

  • De goede stad is uiteraard 'deze berg', dwz Jeruzalem dat op de berg Sion gebouwd is (Jes 24: 23b; 25: 6 - 7; 26: 1; 27: 13).
  • De slechte stad heeft bij Jesaja geen naam (Jes 24: 10-12; 25: 2; 25: 10 - 12; 26: 5v; 27: 10). Wel associeert Jesaja de slechte stad met Moab (Jes 25: 10), een buurland van Israel, met wie het een geschiedenis van conflicten deelt.

Als men deze hoofdstukken in de Perzische tijd dateert zou met de slechte stad Babel bedoeld kunnen zijn, veroverd door Cyrus (539 vC), Xerxes (485 vC) of Alexander de Grote in 331 vC. Acht men ze jonger dan is aan machtscentra uit de Hellenistische periode te denken. Carthago, Dibon, Samaria, een stad in Moab en andere plaatsen zijn wel voorgesteld. Alle met enige goede argumtenen, maar ook met bezwaren. Op dit punt is er geen gemeenschappelijke opvatting bij de onderzoekers. Het is zelfs denkbaar, dat het ene stukje tekst over de vijandelijke stad ouder is dan een andere passage. Dat er dus verschillende (verwoeste) steden zijn bedoeld.

Wanneer we uitgaan van Jes 24 - 27 als een samenhangende compositie, is dit allemaal van weinig belang. De eindredacteur van deze hoofdstukken bedoelde met de onbekende stad iets symbolisch: het centrum van macht, geweld en bederf, waar de onderdrukker zetelt. Zulke steden waren er vroeger (Sodom, Nineve), in het recente verleden en heden (bv Babel, Samaria), en zullen er in de toekomst zijn. Een andere schrijver noemt eind eerste eeuw nC Babel en bedoelt daarmee het Rome van zijn dagen (Openbaringen van Johannes). Jesaja profeteert dat de Here af zal rekenen met 'de wereldstad'. De verdrukking die daar van uitgaat zal een keer voorbij zijn. Daarom is het van belang om vol te houden.

Toekomst
Jesaja bedoelde niet een vijandelijke hoofdstad die in het recente verleden verwoest zou zijn, al lijkt Jes 25: 2 ( U hebt de stad tot een bouwval gemaakt) daar op te wijzen. Maar Jes 25: 9 wijst toch duidelijk naar een gebeurtenis in de toekomst (Op die dag zal men zeggen) en zo is ook Jes 25: 12 op te vatten (Hij haalt de hoge versterkte muren neer). Het 'op die dag' komt ook in Jes 26 en 27 terug, telkens verbonden met werkwoorden die wijzen op iets dat in de toekomst zal of moet gebeuren.

Indeling
Jes 24 De profeet ziet Gods vernietigend oordeel over de aarde en al haar bewoners van hoog tot laag. Daaraan valt niet te ontkomen. Tegelijk weet Jesaja dat het voor Israel goed zal aflopen (24: 23).

Jes 25 Dan volgt een lied waarin de Here gedankt wordt voor de val van de vijandelijke hoofdstad. Aansluitend het visioen van een maaltijd voor alle volken op de berg (Sion) en de ondergang van Moab.

Jes 26 Opnieuw een loflied op de Here, gevolgd door het lijden dat de rechtvaardigen moesten verduren en dat nog een korte tijd (Jes 26: 20) zal aanhouden.

Jes 27 Jesaja duidt dit lijden als het onderhoud van een wijngaard. Het volk maakte mee hoe de Here het onkruid eruit verwijderde. Het volk heeft daar onder geleden, maar het is er nog, in tegenstelling tot onkruid.

terug