Jer 29: 7 Jer 29: 7

Tekst Jeremia 29: 7

A      Dat klinkt ongewoon:

dat we als gelovigen, als christenen

vreemdelingen zijn in deze wereld:

 

Zo hebben we ons lange tijd niet gevoeld:

We leefden altijd in een christelijk land.

Bijna iedereen hoorde wel bij een kerk.

Als je er niet bij hoorde had je wat uit te leggen.

En in elk geval ging je niet op zondag

een gaatje in de muur boren.

 

De kerk was een volkskerk

Je kwam er bij je doop, je deed er belijdenis

je trouwde er en op een dag werd je vanuit de kerk begraven.

En of je er verder veel of weinig aan deed:

aan de rand of in het midden: we hoorden er bij.

Dat voelde goed, vertrouwd, thuis

Maar dat is voorbij.

 

Ik herinner me nog goed.

Op een zondagmorgen op weg naar de kerk

een rij auto's achter me

Ik maakte me al blij om al die kerkgangers

Maar toen ik even later in m'n spiegeltje keek

waren ze allemaal afgeslagen

richting voetbalveld en zwembad.

 

Let er maar eens op als er een film op tv is:

hoor je dan nog iets over het geloof

zie je nog dat mensen bidden, een bijbel open doen, naar de kerk gaan.

bijna niet meer.


En als je burman op zondag het gras maait

of de auto staat te wassen

dan is dat tegenwoordig heel gewoon.

 

Zo is het veranderd.

En het voelt onwennig

Het maakt onzeker.

Als we naar de kerk gaan, voelen we ons bekeken

Dan heb je wat uit te leggen.

Of eigenlijk dat ook niet:

geen mens vraagt er naar.

Men haalt de schouders erover op.

Je ziet ze denken: daar gaan ze weer

wat zoeken ze daar toch?

 

Vreemdelingen zijn we geworden, een minderheid.

Het voelt niet goed, niet vertrouwd.

We waren altijd met de meesten.

Nu niet meer. En dat zal eerst wel zo blijven ook.




B      Onze situatie lijkt wel op die van het Joodse volk.

De stad Jeruzalem was gevallen 597 vC

De hele streek Juda veroverd door de Babyloniërs

De bevolking gedeporteerd naar helemaal in Babel.

Zij zijn letterlijk en figuurlijk niet meer thuis.

Een onbekende omgeving,

een ander volk,

op straat een taal die ze niet kenden

andere gewoontes, goden, feestdagen.

 

Jaren lang zouden ze er blijven.

70 jaar zelfs voorspelt Jeremia

Dat betekent niemand van al die gedeporteerde mensen

zal meemaken dat ze naar huis terug mogen.

Ze zullen daar ver van huis de rest van hun leven doorbrengen

en op een dag sterven en begraven worden.

 

Opvallend: de Bijbel waagt het om deze gebeurtenissen

met God in verband te brengen.

Het is niet zo maar een oorlog

Het is niet zo maar een deportatie

Niets is 'zomaar' in de Bijbel.

Het woordje toevallig komt bijna niet voor in de bijbel.

 

Zou dat kunnen?
God die met onze ballingschap te maken heeft?
Kerken die sluiten, elke week

Ledentallen die dramatisch terug lopen
Een cultuur die steeds minder kerkelijk wordt

Waarom laat de Heer van de kerk dat gebeuren?

 

Zou het zijn omdat het helemaal niet goed is

als een kerk groot is, zo groot

dat het gewoon is om er bij te horen.

Zo gewoon dat je maar belijdenis doet en laat dopen

omdat iedereen het doet.

Zo ging het toch?

 

Zou het zijn omdat de kerk ondertussen zelf

zo zich aangepast heeft aan de omgeving

dat helemaal niet meer duidelijk is

waar ze voor is, waar ze voor staat:

net zo druk vanwege werk en sport en hobbie

net zo begerig naar spulletjes

net zo bezorgd om gezondheid

net zo gehecht aan vrije tijd, vakantie, als ieder ander.

 

Zou goed kunnen dat God ons deze crisis aandoet

Met die moeilijkheden word je geloof getest, zegt Petrus

Net zoals goud gezuiverd wordt in vuur.

Geen pretje, zo'n test, maar wel nodig soms.

 

C      Of zoeken we er te veel achter

Maken we het te zwaar, te ernstig.

Moeten we niet denken aan God

die zijn kerk een lesje leert.

Misschien gebeurt het zo maar. Dat kan toch ook?
Zo probeer je om onder dat zware en ernstige uit te komen.


Dat deden de leugenprofeten ook

Die zeiden: t valt wel mee, t komt allemaal goed

Dat duurt echt geen 70 jaar.

Dat hoorden de mensen graag.

Maar het kwam niet uit.
 

Leugenprofeten waren er ook in de kerk:
Toen we de drempel over gingen naar het jaar 2000

kon je ze horen:

nu staan we aan het begin van een nieuwe tijd

veel geestelijker...en spiritueler...

Het gaat straks weer de goede kant op.

Dat klonk verleidelijk. Maar het kwam niet uit.

 

Anderen, rechts van het midden zeiden:

God is niet veranderd. Het geloof ook niet.

Laten we alles maar bij het oude laten.

Net doen of er geen TV en internet is.

Als we maar op hele noten blijven zingen,

dan komt het wel goed.

Maar het kwam niet uit.

Ook in die hoek van de kerk kraakt het.

De Heer wil blijkbaar wat anders met zijn kerk

dan iets dat zo bij vroeger hoort.

 

Anderen wat links van het midden zeiden:
De mensen zijn veranderd. We weten zoveel.

Over het ontstaan van het heelal

Het begin van het leven.

Over de natuurwetten en dat wonderen niet gebeuren

En dat dood is dood en Pasen niet kan.

Dat is de tijdgeest. Onze cultuur.

Daar moeten we ons bij aanpassen.

 

En dus gaat het in de kerk niet meer zo over God

die hemel en aarde elke dag in stand houdt

die de geschiedenis van de volken stuurt

en met ieder mens zijn eigen weg gaat.

We moeten vooral lieve mensen zijn en het allemaal zelf doen.

Dan komt het heus wel goed.

 

Maar het kwam niet uit

T is eerder omgekeerd: Onze k en kk zeggen:

ik wil een goed mens zijn, en ik geloof wel dat er iets is

maar daar heb ik de kerk niet voor nodig.




D      Jeremia zegt: God stuurt zijn volk in de ballingschap.

Dat maakt het ernstig

Dan vallen woorden als schuld en straf

als loutering, als beproeving.

En toch wordt het dan juist hoopvol

als we onze problemen met God in verband brengen.

Dat we zeggen

De Heer van de kerk laat ons een moeilijke tijd door maken.

 

Daar zit dus niet het toeval achter:

zo van: we hebben de tijdgeest eventjes niet mee

pech, maar het wordt vanzelf weer anders.

 

Daar zit ook niet het noodlot achter

alsof het onvermijdelijk is

zo van: een moderne wereld heeft nu eenmaal geen behoefte aan een kerk.


Nee, God zit daarachter, de Heer van de kerk.

Wie anders dan Hij?
Hij brengt ons in deze crisis!

Maar dan weten we ook: als Hij het is, onze Heer, dan is er hoop.

 

Deze moeilijke tijd doet hij ons echt niet aan

omdat hij christenen niet meer ziet zitten

omdat Hij van zijn kerk af wil.

Deze moeilijke tijd zal hij bij ons zijn

en ons helpen

om kerk te zijn op een bescheiden manier:

Niet langer een grote volkskerk, maar kerk in de marge

Niet langer geworteld in een christelijk cultuur

maar in een veelkleurig land

met mensen overal vandaan

met allerlei godsdiensten, overtuigingen, gewoontes.

 

Dat klinkt als verlies

voor wie zich heel thuis voelde bij hoe het vroeger was.

Dan voel je iets van heimwee naar die goede oude tijd.

 

Maar het is ook een kans.

Een kans om het geloof duidelijker naar voren te laten komen:

Het evangelie is echt wat anders dan het humanisme

Kerk is wat anders dan (hoe goed ook) vereniging de zonnebloem

De Bijbel is (met alle respect) wat anders dan de Koran.

 

Vroeger had je eigenlijk geen keus.

Het was zelfs nadelig als je niet bij een kerk wilde horen.

Nu is dat voorbij.

Nu worden we uitgedaagd om te laten zien en horen

wie we zijn, waar we voor staan.

We worden één van de vele kraampjes

op de markt van religie en zingeving.

 

E      Babel, de hoofdstad van een wereldrijk

Van vele overwonnen volken werden mensen daarnaartoe gedeporteerd.

Dat was de manier

om overwonnen landen verzwakt en klein gehouden.

Verdeel en heers.


En die mensen in Babel, overal vandaan.

die integreerden zo goed, dat ze spoorloos verdwenen

Helemaal opgegaan in hun omgeving.

Alleen: met de Joodse bevolking gebeurt dat niet.

Het vindt zichzelf terug in Babel

Daar leren ze weer waar het op aankomt in het geloof

en in het leven met elkaar.

Ze her-ontdekken wie ze zijn: hun identiteit.

En na 70 jaar is er een Joodse gemeenschap

die de vrijheid krijgt

om terug te keren naar Jeruzalem en Israel.

Het woord van de Heer is uitgekomen!

 

Die God, de God van Israel is ook de Heer van de kerk!
Hij zorgt voor ons,

ook nu de kerk in de marge terechtkomt

ons land niet zo christelijk meer is

we ons vreemdelingen in onze eigen omgeving voelen.

 

Voor ons is dat een nieuwe, verwarrende ervaring.

Dat moest het eigenlijk niet zijn.

Want dit is juist kenmerkend voor christenen

dat ze niet thuis zijn in deze wereld.

Door het geloof in Jezus horen christenen bij God

en bij de nieuwe wereld die hij brengt.

vreemdelingen en bijwoners – heten we in de bijbel

burgers van een ander koninkrijk

 

In die rol, in die bescheiden positie

kan de kerk zijn wat ze hoort te zijn:
Kring van mensen die weten van God

en van zijn liefde in Jezus Christus

Een gemeente die daarvan zingt

Mensen die daar hun kracht in vinden

Mensen die niets liever willen

dan die geweldige liefde van God

bewijzen aan elkaar en aan hun omgeving.

 

Heb elkaar dan lief door te dienen en te delen

door te vergeven als het moet

En bid voor de vrede van je stad:

voor zijn bewoners, zijn bestuurders, voor de vluchtelingen binnenkort.

En draag je steentje bij...ieder naar vermogen

voor vrede en goede verhoudingen.

 

Zo zijn we zout voor de aarde, licht voor de wereld. AMEN

terug