Ietsisme Ietsisme
inleiding
Veel mensen hebben het gevoel dat er wel iets is, een 'hogere macht ofzo'. In ons land is dat ongeveer de helft van de bevolking (!) en hun aantal neemt toe. Niet dat zij zichzelf 'ietsist' noemen. Met die naam kwam 1997 Ronald Plasterk, vooraanstaand bioloog die ook enkele jaren minister was. Hij omschreef hen als mensen die zichzelf niet christelijk of gelovig noemen, maar zichzelf evenmin tot de ongelovigen rekenen, omdat ze het leven zonder zin en zonder vervolg zo kaal vinden.

vergelijking
Anders dan de zgn agnosten, die beweren dat je niet kunt weten of er wel of niet een God is, houden de ietsisten heter op dat er wel iets is. Maar hoe of wat, daar kunnen ze niets over zeggen.

Ietsisten lijken niet erg druk te zijn om wat meer over dat iets aan de weet te komen. Dat laatste is dan een verschil met de zgn solo-religieuzen, die wel een verlangen hebben naar meer dan iets.

Gemeenschappelijk aan deze drie groepen is dat ze het in de kerk niet kunnen vinden of verwachten te vinden. Het lukt de kerk blijkbaar niet om zó het evangelie van Gods liefde naar voren te brengen dat het hen aanspreekt.

Het is omstreden wat de ietsisten het gevoel geeft dat er wel iets moet zijn. Verwondering - over het gegeven 'dat er iets is en niet niets' - is een te groot woord. Een vurig verlangen naar een betere wereld, of de verwachting daarvan is het nog minder. Het woord 'vermoeden' omschrijft misschien het beste hun gevoel of intuïtie.

waardering
De waardering van het ietsisme loopt nogal uiteen. In de omschrijving van Plasterk hierboven komen ze er niet al te best af: uit een soort zwakte en niet stelling durven nemen, blijven ze hangen tussen gelovig en ongelovig.

Vanuit de theologie is men positiever over het ietsisme. Hun vermoeden wordt soms opgeplust tot verwondering om daar vervolgens het antwoord van het christelijk geloof aan op te hangen. Dat doet bv Dingemans in zijn boeken 'Ietsisme' en 'De stem van de Roepende' waarbij het christelijke geloof een radicale herziening krijgt. Maar men kan ook proberen aan te sluiten met een vereenvoudigde traditionele boodschap.

Anderen zijn - in het spoor van Barth en Miskotte - juist afkeurend over dit aansluiten bij het vermoeden of verwonderen van de Ietsisten. Ze vrezen dat de bijbelse boodschap dan zó te kort wordt gedaan, dat je niet bij de God van Jezus uitkomt, maar in een vorm van heidendom eindigt dat de natuur vereert en tot onderwerping aan het lot brengt (amor fati).

Dan zijn er ook nog theologen onder wie ikzelf, die in de opkomst van het ietsisme een duidelijk signaal zien dat de traditionele voorstelling van een God in de hemel die alles kan en bestuurt en af en toe op wonderlijke wijze ingrijpt, echt niet meer kan. Die voorstelling is een hindernis om te gaan geloven en niet een behulpzaam model om de weg naar God te vinden.

 
terug