Hnd 17: 15 - 34 Hnd 17: 15 - 34

Paulus richtte zich tot de leden van de Areopagus en zei: ‘Atheners, ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig u in ieder opzicht bent. Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. (Hnd 17: 22v - NBV21)

A                      Er ligt veel begrip in die woorden van Paulus

over dat tastend zoeken van God.

Hij neemt het geloof van mensen heel serieus.

Ook al is het geen geloof in de God van de Bijbel

Ook al weet het niets van Jezus

en de Geest die gekomen is.

Hij zegt niet dat het onvoldoende is

Of dat het op niets is uitgelopen

En op geen enkele manier maakt hij hun geloof belachelijk.

Hij waardeert het als een serieuse poging

om God, de ware, de enige te dienen.

 

Een en al respect...dat is wel iets om te onthouden

Zo gemakkelijk kunnen we wijwaterkwasten,

klankschalen, een vastenmaand enz. op de hak nemen.

Of het iets-isme van onze kinderen en kleinkinderen

Maar dan beledigen we hen in dingen die hun heilig zijn.

Dan gaat de deur dicht.

Dan zullen ze echt niet nieuwsgierig worden naar ons geloof

Laat staan dat ze ons de kans geven om van Jezus en zijn God te vertellen.

 

Trouwens: het IS toch een zoeken en tasten

ook bij ons?

Wie heeft ooit God gezien?

Wie kan God uittekenen?

Hopen we niet allemaal af en toe eens op een teken

een signaal dat Hij er is en voor je zorgt?

En als op vakantie de bergen ons imponeren

dan vermoed je even iets van God

En bij de geboorte van een kind

Of een ongeluk dat nog net goed afloopt

Dan vermoeden we opnieuw God

Zo zoeken we ons leven af

Zo speuren we om ons heen

Op de tast naar God.

 

Blijkbaar kunnen wij mensen niet goed

zonder God en geloof

We hebben niet genoeg aan wat voor handen is

Een leven voor enkel hier en nu is te weinig

En er zijn net teveel aanwijzingen dat er wel Iets is

We blijven zoeken naar meer: naar zin, naar betekenis.

 

Dat is altijd zo geweest:

waar je ook komt

en hoe ver je ook terug gaat in de tijd

als je sporen van mensen vindt,

vind je ook sporen van geloof:

van tastend zoeken naar God (om met Paulus te spreken)



 

B        We spelen blindemannetje

We moeten er naar raden wie God is.

Geen wonder dat er zoveel verschillende godsdiensten zijn

Het ligt er nu eenmaal niet zo dik boven op.

 

Iemand zei: Er is maar 1 God

En al die religies zijn naar die ene God op zoek.

In wezen komen al die godsdiensten op hetzelfde neer.

op liefde en zorg voor elkaar.

En al het andere:

wijwaterkwasten, vasten en klankschalen, besnijdenis

doop en avondmaal...dat is maar bijzaak.

 

En hij vertelde een verhaal over een koning van een groot land.

De koning stoort zich eraan dat Joden, Christenen,

Moslims, Hindoes en Boeddhisten

het niet met elkaar vinden kunnen.

De spanningen lopen op. Hier en daar een aanslag.

De onenigheid is een gevaar voor de vrede in zijn rijk.

Hoe moet dat nu verder?

 

Op een dag laat hij de leiders van de religies bij zich komen.

Als ze er zijn, doet hij ze een blinddoek voor.

Jullie zullen straks met je handen iets voelen

en dan moeten jullie zeggen wat het is.

Ik ben benieuwd of jullie er al tastende uitkomen.

 

De 5 religieuze leiders zien niet

hoe een grote olifant de zaal binnenkomt.

Ik weet het, zegt de eerste die de staart in handen heeft:

dit is een stevig touw.

De tweede voelt aan een van de poten

Nee, dit is een dikke, stevige pilaar.

De derde legt zijn hand op de slurf

Volgens mij is dit een waterslang

De vierde voelt de punt van de slagtand

Ik denk dat het om een speer gaat.

De vijfde zit aan het oor: een rafelige waaier.

 

Een touw, een pilaar, een waterslang, een speer en een waaier.

Wat is het nou vraagt de koning?

We komen er niet uit, zeggen de leiders.

Dan laat de koning hun de blinddoeken afnemen

en zien ze tot hun verrasing: de olifant.

En de koning zegt:

Zo is het ook met jullie geloof en godsdienst:

Jullie hebben allemaal een klein stukje van God in handen gekregen

Maar al die stukjes samen horen bij één en dezelfde God

En die ene God is veel groter, en heel anders

dan jullie ieder voor zich geloven.

Net zo als die olifant groter en anders is

dan dat touw, en die waterslang die je voelde.




C       Ik weet niet wat u er van vindt.

Het klinkt overtuigend.

Het is ook een aantrekkelijk idee:

alle godsdiensten in wezen hetzelfde

 

Maar toch vraag je je af

waarom gelovigen dat zo heel anders beleven.

Want besnijdenis is voor Joden geen bijzaak

En zeg niet tegen christenen

dat doop en avondmaal maar onbelangrijke dingetjes zijn.

En ga niet tegen moslims zeggen

dat ze eigenlijk in Jezus en zijn God geloven

Daar zijn ze het echt niet mee eens.

 

En nog wat anders.

Het verhaaltje klopt niet.

Want wij hebben allemaal wel eens een olifant gezien

En dan weet je dat slurf en slagtand en staart en poten bij elkaar horen

en samen 1 olifant vormen.

Maar geen van ons heeft ooit God gezien.

Niemand weet of besnijdenis en vasten en boerka's en klankschalen

en imponerende bergen en wonderlijke reddingen

allemaal aan God vast zitten.

Niemand kan weten of al die godsdiensten op hetzelfde neerkomen.

Ook die wijze koning niet

Ook hij is geblinddoekt

Ook hij moet het net als u en ik

doen met een paar aanwijzingen

de pracht van de natuur

een toevallige gebeurtenis

dromen en visioenen

de roes van de liefde

de vervoering van een heilige oorlog

 

Misschien was die toevallige gebeurtenis echt niet meer dan toeval

Misschien heeft God wel een hekel aan geweld en wraak

Misschien horen er nog wel heel andere dingen bij God:

vrede, recht, gezondheid.

Wie zal het zeggen?

 

We komen niet verder dan al tastende zoeken

 



D        Als Paulus in Athene rondloopt

dan treft hem al die godsdienstigheid in de stad.

Langs de straten, op de pleinen

overal treft hij tempels aan en beelden en altaren

De bevolking van Athene is door en door religieus

De mensen geloven dat er wel iets is.

 

Er is zelfs een altaar gewijd aan de “onbekende God”:

geen naam, geen beeld:

alleen een plek om te bidden, om een offer te brengen.

Blijkbaar ook toen al mensen

die het bij de bekende goden

en de gebruikelijke religies niet konden vinden.

Mensen net als wij uitgekeken op God en de kerk

Mensen die ook toen al wisten: er is wel iets...

Voor hen een altaar voor de onbekende God.

 

Blijkbaar is er in ons iets als een religieuze antenne

iets in je hart of ziel

waardoor je gevoelig bent

voor signalen die op Iets wijzen:

of het nu de machtige bergen zijn

of een toevallige gebeurtenis

het komt over als een hint, een aanwijzing

het zegt ons dat er meer is:

een goede macht. Een Geest. Iets...

 

Ach, dat is maar wensdenken, zeggen de atheïsten....

je maakt jezelf maar wat wijs.

Het zijn maar indrukken...

Dat Iets bestaat niet echt.

Er is niet een goede macht, een Geest.

 

Maar: wat je ziet met je oog zijn dat ook “maar” indrukken?

Als ik een auto recht op mij zie komen, twijfel ik geen moment

Die is echt! En ik spring weg.

 

En de muziek die je hoort met je oor is dat “alleen maar” inbeelding?

Die is er in het echt.

Daarom houd ik rekening met de buren als ik een cd-tje opzet.

 

Mijn zintuigen geven me een indruk

van een werkelijkheid die er is, die echt bestaat

Die er ook nog is, als ik blind geworden ben of doof.

 

Zou ik ogen hebben ontwikkeld als er niet iets was om te zien?

Zou ik oren hebben gekregen als er niet iets was om te horen?

Zou ik die religieuze antenne hebben als er niet “iets” was?

 

Zijn mensen daarom wereldwijd, de eeuwen door

al tastende op zoek gegaan naar de onbekende God

in de hoop hem ooit te mogen vinden?

 


 

E         Voor Paulus is het duidelijk:

Zo heeft God ons gemaakt: als zoekers met een antenne

Maar al tastende vinden we hem niet.

Mijn religieuze antenne staat niet goed afgesteld

Die vangt wel van alles op

bij het zien van hoge bergen enzo

maar die aanwijzingen brengen ons niet bij God.

Er zit teveel ruis op de lijn.


Daarom, zegt Paulus, heeft God

na eeuwen van tasten en zoeken

na tijden van onwetendheid

een nieuwe aanwijzing gegeven: een mens: Jezus

Als je wilt weten wie God echt is

vergeet dan eens al die andere aanwijzingen

en let eens op Jezus:

Hij is het helderste venster op God.

 

Mensen, u en ik, zijn dat ook wel een beetje:

venster op God

maar ons glas is beslagen, vervuild.

Wij maken God niet goed zichtbaar

Onze godsdiensten en kerken geven een vervormd beeld van Hem

 

Daarom moest Jezus komen.

Als hij bidt: uw naam worde geheiligd

dan wil hij niets liever dan dat Gods naam

weer bejubeld wordt als bron van vreugde.

En als hij bidt: uw koninkrijk kome

dan is dat helemaal zijn ideaal

hij heeft niets daarnaast: een bedrijf, een carriere

En als hij bidt: uw wil geschiede

dan meent hij dat...en geeft hij zich over aan zijn beulen

en sterft aan het kruis.

 

Hij is 100% transparant tot op God

En de God die zich door hem laat zien?

Eén en al liefde, vergeving, barmhartigheid

Al ons tasten en dwalen...al onze falen en tekort

wil hij voor lief nemen

om maar een plek in ons hart te krijgen.

 

 


F        Zo probeert Paulus de Atheners

de ogen te openen voor Jezus

meer nog: voor de God van Jezus

En met die boodschap staan we als kerk

nog steeds op de markt van geloof en zingeving.

 

Een goed verhaal over mensen

die verlangen naar meer

over ons die als blindemannetjes

zoeken en tasten naar Iets

en soms vermoeden dat ze warm zijn

en dan weer merken dat het weg is.

 

Een goed verhaal over God

die ook verlangt naar meer

die heel behoedzaam, tastenderwijs

op zoek gaat naar mensen.

Niet met geweld dringt hij zich op.

Dat is niet zijn stijl.

in een mens laat hij zijn liefde zien.

Door het verhaal van Jezus

laat hij zich in het hart kijken.

 

En nu is het aan u en jou en mij

wat we hiermee doen.

In Athene halen de meeste mensen

hun schouders er over op.

Zij houden het liever bij die onbekende God

waar je zo heerlijk over filosoferen kunt.

Of kwam het te dichtbij:

want een God die je met liefde vervult

dan kan het niet anders of je naaste komt in beeld:

de armen, de slaven, vrouwen en kinderen,

de zieken, iedereen, zelfs je vijand!

 

Een paar mensen komen wel tot geloof.

Voor hen vallen de stukjes van de puzzel op hun plek:

hoe ze aldoor maar tastten zonder te vinden

en hoe ze nu door een onbekende God gevonden waren.

En voortaan noemen ze hem net als Jezus:

“onze Vader in de hemelen”

En hun kwam het niet te dichtbij:

zij deelden de liefde van God

met armen en zieken, met slaven en knechten

met wie er maar op hun weg kwam.

 

Wij mogen nog heel lang geloven in meer,

in iets en blijven tasten...

Daar heb ik met Paulus heel veel respect voor

maar ook een beetje zorg.

Er is zoveel meer van God te vinden: In Jezus

Er is zoveel meer te doen: voor je naaste. AMEN

terug