Hemelvaart? Hemelvaart?

Lucas
Van een hemelvaart vertelt alleen Lucas. In Hnd 1: 1-11 vinden we het bekende verhaal van Jezus die wordt opgenomen en een wolk die hem aan het zicht van de discipelen onttrekt. Hnd 1: 3 suggereert dat dit 40 dagen na de Opstanding gebeurt. Daarentegen vertelt dezelfde auteur in Luc 24 van een afscheid op het eind van de dag van de Opstanding. De overeenkomsten tussen beide berichten zijn groot:

 

Luc 24: 44-53

 

Hnd 1: 1-11

42 discipelen bij elkaar, kennelijk voor een maaltijd met gebakken vis

 

4 discipelen bij elkaar voor een maaltijd

47-48  zendingsopdracht

alle volken

om te beginnen in Jeruzalem

getuigenis van discipelen

 

 

8 in Jeruzalem, Judea, Galilea

tot aan de uiteinden der aarde

jullie zullen mijn getuigen zijn

49 ...wat mijn Vader heeft beloofd

blijf in de stad

 

kracht uit de hemel

 

4 ...wat de Vader heeft beloofd

ga niet weg uit Jeruzalem,

blijf daar wachten

8 kracht ontvangen als de heilige Geest komt

50 bij Betanië

 

12 Olijfberg

51 ging heen,

opgenomen in de hemel

 

9 omhoog geheven

opgenomen in een wolk

52 terug naar Jeruzalem

 

12 terug naar Jeruzalem


Hemelvaart op de Paasdag
De overeenkomsten zijn zo groot, dat we mogen aannemen dat Lucas met de twee berichten één en hetzelfde gebeuren wilde weergeven. Dat wordt nog versterkt door Hnd 1: 2 waar de evangelist herinnert aan de hemelvaart die hij eerder vertelde in Luc 24: 51. Er is dus één hemelvaart bij Luc, op het eind van de eerste Paasdag, en die vertelt hij twee keer: kort en bonding in het evangelie en kleurrijker in Handelingen. Als we Hnd 1: 3 niet hadden - Dat Hij leefde heeft Hij hun na zijn lijden en dood herhaaldelijk bewezen door gedurende veertig dagen in hun midden te verschijnen en met hen over het koninkrijk van God te spreken - zouden we dat zonder meer aannemen.


Maar nu staat Hnd 1: 3 er wél en dat lijkt te betekenen dat de hemelvaart op dag 40 valt. Toch is dat niet wat Lucas bedoelt. Hij wil met dit vers allereerst benadrukken dat Jezus echt is opgestaan en in de hemel is door te vermelden dat hij vele dagen (vanuit de hemel) verschenen is. In die zin is dit vers een tussenopmerking die de gang van de vertelling even onderbreekt. Vers 4 is de voortzetting van vers 2.

Daarbij is Hnd 1: 3 als een anticipatie op te vatten: een korte samenvatting van wat op de eerste Paasdag volgt: veertig dagen van verschijningen. In Hnd 1: 4 zijn we dus gewoon nog op de eerste Paasdag.
Zulke anticipaties heeft Luc wel vaker. Het bekendste voorbeeld is te vinden in Luc 3: 19v. Daar lezen we dat Johannes de Doper gevangen zit maar dan heeft Luc nog niet verteld dat Jezus gedoopt is. Dat volgt in Luc 3: 21v. Johannes doopte Jezus uiteraard voordat hij gevangen was, maar Luc geeft eerst al iets aan van het lot dat Johannes te wachten staat.

Opstanding en hemelvaart vallen in de voorstelling van Luc dus samen op dezelfde eerste dag van de week. 


Veertig dagen
Waarom koos Lucas dan voor een periode van 40 dagen waarin de Opgestane en in de hemel opgenomen Jezus aan zijn volgelingen (vanuit de hemel) verschijnt? Veertig is een symbolisch getal in het Oude Testament. Het staat voor een afgeronde periode. Mozes is bv 40 dagen op de berg (Ex 24: 18). Om diezelfde reden zal de verzoeking in de woestijn ook 40 dagen duren (Luc 4: 2). De dagen van verschijningen betreffen dus een afgeronde periode (elders aangeduid als een tijd van 'vele dagen' - Hnd 13: 31). Na deze periode zijn de verschijningen voorbij en zijn de volgelingen op de heilige Geest aangewezen. Die komt volgens Luc op het Joodse Wekenfeest, 7 dagen na Pesach-Pasen. In de kerk kreeg het feest van de uitstorting van de heilige Geest de naam Pentekostè, Grieks voor 'vijftigste' (dag). Dat verbasterde tot Pinksteren.

Na de afgeronde periode van 40 dagen zou je geen verschijningen van de Opgestane meer verwachten. Toch vertelt Luc er nog enkele: in Hnd 7: 55v ziet Stephanus de hemelen geopend en de Zoon des Mensen staande aan de rechterhand van God. In Hnd 9: 3-6 is er een hemels licht dat Saulus (Paulus) verblindt en een stemt zegt "Ik ben Jezus die jij vervolgt". Is Luc niet helemaal consequent aan zijn eigen ontwerp of heeft hij het idee dat het hier om een ander soort verschijningen gaat, nl niet van de Opgestane Heer menselijk als Jezus dichtbij, maar van de Verhoogde Christus in zijn hemelse glorie?



Terzijde
In Luc 23: 43 neemt de evangelist trouwens aan dat Jezus al op de dag van zijn sterven bij God in de hemel wordt opgenomen. Dan zegt Jezus nl tegen de moordenaar aan het kruis: 'Heden zult je met mij in het paradijs zijn'.  Dit heden heeft bij Lucas de letterlijke betekenis vandaag, deze dag. Zie 4: 21 'Heden is dit schriftwoord vervuld' en 19: 9 'Heden is aan dit huis redding geschonken'. Vgl ook Luc 22: 69 waar Jezus bij zijn verhoor op de dag van de kruisiging zegt  'Van nu aan zal de Zoon des Mensen gezeten zijn aan de rechterhand van God'.
Vanuit onze logica willen we graag weten of Jezus bij zijn sterven of op de eerste dag van Pasen werd opgenomen. Maar voor Lucas is het kennelijk niet of het één of het ander, maar kan hij allebei beweren zonder dat hij daar een probleem ziet. Hij heeft iets van schilders als Rembrandt die gebeurtenissen, die in de tijd op elkaar volgen, gelijktijdig uitbeelden. Bv op het schilderij van de terugkeer van de verloren zoon. Daarop zien we hoe de vader hem in zijn armen sluit, maar de oudste zoon staat er ook bij te kijken, terwijl de oudste volgens de gelijkenis dan op het land aan het werk is.
 
terug