Gen 5 Gen 5

Gen 5: 1 – 2

Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis (Hebr demoet) van God.
Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, (Hebr adam) op de dag dat ze geschapen werden. (HSV)

De inleiding Gen 5: 1 – 2 grijpt terug op de schepping van Adam (Gen 1: 26v). Adam is in 1a als eigennaam voor een individu bedoeld en zo kan er straks van zijn nageslacht verteld worden. In 1b en 2 is Adam weer soortnaam voor het collectief: de mensheid, alle mannen en vrouwen. Daarop volgt het geslachtsregister van David t/m Noach, tien generaties.

Gen 5: 3 - 32
Op een wijze die herinnert aan de ‘refreinen’ van het scheppingsverhaal Gen 1 horen we bij elke generatie:

  1. toen NN x jaar was, verwekte hij NN
  2. na de geboorte van NN duurde NN’s leven nog x-jaar / leefde NN nog x-jaar
  3. Al de dagen van NN waren x jaar
  4. Hij verwekte zonen en dochters
  5. Daarna stierf hij

Dit model vinden we telkens exact  terug: Set (6 – 8), Enos (9 – 11), Kenan, Mahalalel ( 15 – 17), Jered (18 – 20), Metuselach (25 – 27)
Bij enkele van de voorouders is het model iets aangevuld:

  • Adam (4 – 5) + een zoon die op hem leek (Hebr demoet), die zijn evenbeeld (Hebr tselem) was. Hij noemde hem Set.
    Zo maakt de schrijver duidelijk dat ook na Adam de mensen nog steeds beelddrager van God zijn.
  • Henoch (21 – 24) + in verbondenheid met God (2x) + Op een dag was hij er niet meer, doordat God hem wegnam.
  • Lamech (28 - 31) + die hij Noach noemde. ‘Deze zoon,’ zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’
  • Noach (32) alleen deel (1) van het model. De andere delen van het model volgen later (Gen 9: 28v)
    Deel (2) van het model past de schrijver aan: het vervolg van Noachs leven rekent hij niet vanaf de geboorte van zijn zonen, maar vanaf de zondvloed (die begint als Noach 600 is – Gen 7: 11)
    Deel (3) ontbreekt want overbodig: de schrijver had al de drie zonen Sem, Cham en Jafet vermeld.


Strekking
Elke keer loopt het uit op ‘en hij stierf’. Al bereikten de oudvaders ongelofelijk hoge leeftijden, hun levens eindigden in de dood. De dood is onvermijdelijk. Zo gaat Gen 1: 26 v in vervulling. Er is maar één uitzondering: Henoch. Voor wie wandelt met God maakt de schrijver een uitzondering (evenals de dichters van Ps 49 en 73).

Wandelen met God betekent: gaan waar God heen gaat. Geen ander doel hebben dan het doel dat God heeft. Dat kenmerkte Henoch, en trouwens ook Noach. Maar van Henoch wordt dan ook gezegd dat God hem tot zich nam (Hebr. laqach, zoals een man zijn vrouw neemt na het voldoen van de bruidsschat). Dwz dat hij niet hoefde te sterven als de andere oudvaders en de mensheid iha. Hetzelfde laqach ook in de genoemde psalmen en bij de hemelvaart van Elia (2 Kon 2).
Om deze dingen is er later veel gefantaseerd over Henoch en zijn er allerlei geschriften over hem verschenen.

Er is trouwens ook een wandelen voor het aangezicht van God. Dan is God in rust, toeschouwer. De mens die wandelt weet zich gezien en verantwoordelijk voor de invulling van zijn leven. Hij probeert het zo goed mogelijk te doen.

Geslachtsregisters Gen 4 en 5 vergeleken:
 

 

Gen 4: 17 – 26

Gen 5: 1 – 32

Betekenis naam

Leeftijden

Niet genoemd

Wel genoemd

 

Vrouwen

Wel genoemd

Niet genoemd

 

Godsnaam

Jahweh

Jahweh Elohim

 

Generaties

7 Adam - Lamech

10 Adam – Noach

(Adam Lamech 9)

 

Via

Kaïn

Set

 


gelijkende namen (generatie)
leeftijd
x 5

Adam (1)

Adam (1)
930
186 x 5

mens, mensheid

 

 

Set (2)
912
181 x 5 + 7

Fundament?

 

 

Enos (3)
905
181 x 5

(zwak) mens

 

Kaïn (2)

Kenan (4)
910
182 x 5

Verkregen, bezit

 

Chanoch (3)

Henoch (7)
365
73 x 5

Ingewijde, volgeling

 

Irad (4)

Jered (6)
962
191 x 5 + 7

? dienstknecht

 

Mechujaël (5)

Mahalalel (5)
895
179 x 5

God schenkt leven?

 

Metusaël (6)

Metuselach (8)
969
191 x 5 + 7 + 7

Man van God

 

Lamech (7)

Lamech (9)
777
154 x 5 + 7

Krachtige jonge man

 

 

Noach (10)
600 (6: 6) + 350 (9: 28) = 950 
190 x 5

rust


Wat is de betekenis van de hoge leeftijden?
Men heeft wel aan maanden gedacht ipv zonnejaren. De hoge leeftijden zou je dus door 12 moeten delen. Dan kom je inderdaad op meer gewone leeftijden uit, maar dan wordt Kenan wel heel jong vader (Gen 5: 12 'Toen Kenan 70 jaar was, verwekte hij Mahalalel' 70: 12 > nog geen 6 jaar...).

Een andere verklaring is dat de hoge leeftijden aangeven hoelang het nageslacht van de genoemde oudvader heerste.

Of is het alleen een literair middel om de oertijd, de voorgeschiedenis tot de roeping van Abraham toch een beetje in te vullen? Van schepping Adam tot dood Noach is het 2006 jaar. Dat was een gebruikelijke methode in het Midden Oosten. In een koningenlijst uit Sumerië staat van een koning dat hij 43.200 jaar regeerde.

Er zit ook iets van verval in: in de oertijd die Gen 1 – 11 beschrijft, werden mensen veel ouder dan in de tijd van de schrijver en van ons. De leeftijden tellen op tot 8575 jaar, ruim 850 jaar per generatie. Alleen Henoch bleef daar verder onder.

Getallensymboliek?
Labuschagne (Vertellen met getallen, 1992) stelt voor om van de hoge leeftijden 7 x 120 = 840 af te trekken. 7 is symbool voor wat volmaakt, afgerond, compleet is. 120 is de max leeftijd van een mens (Gen 6: 3). 840 is dan het 'supermaximum'. Dat levert voor Adam, Seth, Enos, Kenan en Noach de volgende leetijden op: 90, 72, 65, 70 en 110.
Voor Henoch, die 365 werd, kan dat niet de verklaring zijn. Labuschagne verwijst dan naar Schedl die verklaart dat de 365 slaat op het jaar dat de aarde nodig heeft om rond de zon te gaan.
De hoge leeftijden van Mahalalel, Jered en Lamech zouden volgens Schedl te maken met de tijden die andere planeten nodig hebben voor hun ronde om de zon (conjunctie). Ik vind dat gezocht en kan het niet controleren. Bovendien levert dit geen verklaring op voor Metusalach.

Later brengt Labuschagne (Zin en onzin rond de Bijbel, 2000) de verklaring van Cassuto naar voren. Die deelt de hoge leeftijden door 5. Dat komt vaak op 0 uit; als er een rest is, is het altijd 7 of 14.
Bv: Adam 930 = 186 x 5. Of Set 912 = 181 x 5 + 7. Of Metuselach 969 = 191 x 5 + 7 + 7.
Het totaal aantal levensjaren 8.575 = 1.708 x 5 + 35 of ook (244 x 7 x 5) + (5 x 7). Zie het schema hierboven.

Op zich is dit een boeiend resultaat, maar het levert ook veel vragen op:

  • Van de 10 leeftijden zijn er 6 deelbaar door 5. Maar waarom delen door 5? Wat betekent de symboliek van 5 (een handvol) in dit verband?
  • Wat betekenen de hoge getallen die delen door 5 oplevert? (186, 181, 191 enz)
  • Waarom is er soms een rest van 7 of 2 x 7, maar meestal niet?
  • Is het ook niet wat gezocht? Set (912) is ook 182 x 5 + 2. Of 12 x 76 rest 0, of 19 x 48 rest 0. Zulke sommetjes kun je van de leeftijden van 7 van de 10 oudvaders maken.
    De leeftijden van Enos, Mahalalel en Henoch zijn alleen maar door 5 te delen.
terug