Daniël 1 Daniël 1

tekst Dan 1: 8

A      Een paar jaar terug was ik voor het eerst in Groningen: de stad

Op een gegeven moment kom ik langs een mooie kerk.

En toen snapte ik het even niet:

t was vrijdagmiddag, en een drukte bij die kerk

En nog gekker: er kwamen mensen uit die boodschappenwagentjes duwden

Toen zag ik het: t was een Albert Hein geworden

 

Ja dan gaan er toch weer veel meer mensen naar de kerk dan je had gedacht

 

Maar leuk is anders: ik was geschokt

want zo gaat het op heel veel plaatsen:

Kerken omgebouwd tot bibliotheek, tot partycentrum, tot bed en breakfast,

tot jongeren appartementen.

Wat wil je ook als steeds meer mensen de kerk voor gezien houden.

We hebben de wind tegen. Zal het hierbij blijven?

Of zullen we nog meer kerken moeten afstoten.

Nog kleiner in ledentallen worden?

 

Nog veel groter moet de schok voor Daniël geweest zijn.

Van Israel was maar een klein koninkrijkje over: Jeruzalem en omstreken.

En nu was dat ook onder de voet gelopen door de Babyloniers.
Jeruzalem verwoest. De tempel geplunderd.
De gouden vazen en schalen meegenomen naar Babel:

neergezet in de tempels van de goden daar.

En de bevolking gedwongen om in datzelfde verre land
op staatsboerderijen de akkers te bewerken.

Om de bevolking in de grote steden van voedsel te voorzien.

 

God had wel mooie dingen beloofd aan Abraham.

Over veel nakomelingen, een heel volk,

een welvarend land: overvloeiend van melk en honing.

En een heilige stad gegeven: Jeruzalem

En in hun midden gewoond in de tempel. En nog veel meer.

Het leek alsof ze het helemaal voor elkaar hadden

Alsof hun niets meer kon gebeuren

Maar nu zijn ze alles kwijt.

Niets is meer over van alles wat God hun gegeven had.

Alleen God zelf is er nog. Tenminste als je dat geloofde.

Maar steeds meer mensen houden het erop

dat ze zich in God vergist hebben.

De goden van Babel hadden gewonnen.

 

En nu de secularisatie wint voor ons dezelfde bange vraag:

Hebben we ons vergist met ons bidden en bijbel lezen,

met geloven, met aan Jezus een voorbeeld te nemen.

 

Voelt heel onwennig: als christenen te leven

in een wereld die met God geen rekening houdt.

Het maakt onzeker en bang.

 

En bezorgd maakt het me ook: waar gaan we voor leven

als het niet is voor God en voor zijn rijk dat komt

Hoe gaat dat vacuüm opgevuld worden?


B      Hoe heeft het toch zover kunnen komen?
Het antwoord is heel verrassend:

De Heer leverde koning Jojakim uit aan Nebukadnesar

God gaf de tempelschatten aan Babel

 

De legers van Israel worden niet zomaar verslagen.

Jeruzalem niet zomaar verwoest.

Dat gebeurt omdat God het wil. Hij zelf zit erachter.
 

Dat is wel het laatste wat je van God verwacht:

dat Hij zich tegen zijn volk keert.

Maar dat is wat Daniel zegt van deze ongehoorde ramp.

Dit is niet dat het God uit de hand loopt.

Dat Hij machteloos moet toezien hoe andere koningen

groter en groter worden en Israel inlijven.

Het is Gods eigen werk: Hij levert de koning uit.

Hij geeft zelfs de tempelschatten over aan de afgoden in Babel.

Onvoorstelbaar.

 

En de profeten weten ook waarom:

Het is omdat het project Israel mislukt is.

Het moest daar in het beloofde land een proeftuin worden.

Een andere manier van leven: vrede en gerechtigheid.

Een aantrekkelijk alternatief voor de andere landen.

Maar het volk heeft er een bende van gemaakt.

Er was honger en armoede bij velen omdat sommigen veel te rijk waren.

En wat deden een hoop mensen aan afgoderij

met alle ontsporingen om sexueel gebied die daarbij horen.

Hoe zou God daar zijn handen zegenend boven houden?

Hij trekt zich terug. Daarom deze ramp. Om te straffen?

Nog veel meer als een tijd om te ervaren wat het is om zonder God te zijn.
Om weer naar God te gaan verlangen!

 

Gaan we daarom als kerk zo door het dal?

We zijn bedoeld om zout voor de aarde, om licht voor de wereld te zijn.

Maar wat brengen we ervan terecht?

Is er bij ons geen drankmisbruik?

Geen verslaving aan porno?

Zijn wij minder druk met werk en carriere?

Lopen wij voorop bij de opvang van vluchtelingen?

Gaan wij minder met vliegvakantie?

Is er bij ons meer omzien naar elkaar?

Of lijken we als twee druppels water op de wereld om ons heen?

Dan snap ik wel dat onze eigen kinderen niet goed zien

wat het nou uitmaakt, of je gelooft of niet.

Voor steeds meer mensen is de kerk totaal niet relevant.

 

Zou het dan kunnen zijn, dat God deze crisis in de kerk brengt?

Trekt Hij zich terug zodat we op een dag weer verlangen naar Jezus,

weer gaan leven voor God en de nieuwe wereld

God die zijn kerk overgeeft aan de secularisatie?

T zou mij niets verbazen. T gebeurde al eerder: met Israel.

 

 

C      Maar zover is het nog niet.

Het dieptepunt is nog niet bereikt.

Het wordt eerst alleen nog maar erger.

Nebukadnesar wil Israel helemaal laten opgaan in Babel.

Zo inlijven, dat het totaal niet meer herkenbaar is als volk.

Inburgeren moeten ze.

En een van de maatregelen die de koning neemt,

is dat hij de knapste jongens een opleiding aanbiedt

en kansen geeft voor een carriere aan het hof.

Dan kunnen die in elk geval hun talenten niet voor Israel in zetten.

Zo verzwakt hij Israel nog meer.


Om de inlijving compleet te maken,

krijgen Daniel en zijn vrienden andere namen.

Want ze hadden geloofsnamen:

Daniel – die naam betekent: Mijn rechter is God

En Chananja – die naam betekent: Genadig is de Heer

En Misaël – wat betekent: Wie is als God

En Azarja = een helper is de Heer

Maar zo mogen ze niet meer heten.
De Here God moeten ze vergeten. Die heeft afgedaan.
Ze krijgen andere namen.

Namen waarin de goden van Babel doorklinken: Bel, Marduk, Agu en Nego.

 

Daniel heet voortaan: Beltesassar = moge Bel de koning beschermen

Chananja gaat Sadrach heten : dienaar van Marduk

Misaël heet voortaan Mesach: Wie is als Agu

En Azarja heet voortaan Abednego: dienaar van Nego

Nieuwe namen: hun identiteit wordt hun ontnomen.

 

Zo probeert de koning hen helemaal op te laten gaan in de nieuwe omgeving.

Geen spanningen tussen bevolkingsgroepen. Stabiliteit.

Dat komt zijn macht ten goede: een volk, een rijk, een koning.

 

Zo is Nebukdnesar de vijand van God.

Alles op alles zet hij om Israel uit te wissen.

Zodat niets nog herinnert aan Abraham, aan Mozes en de tien geboden.

En niemand nog denkt aan het land van belofte

En geen mens nog uitziet naar een rijk dat komt, van vrede en gerechtigheid.


Daar is de vijand van God altijd weer op uit:

dat wij niet meer dromen Gods nieuwe wereld.

Dat wij genoegen nemen met een leven van enkel hier en nu:

Opstaan, werken, geld verdienen, dingen kopen.

Makke schapen die zich laten wijsmaken dat daarin je geluk ligt.

Makke schapen waar je flink aan kunt verdienen

Makke schapen die je goed kunt gebruiken voor de economie

 

Zorg wel voor wat vermaak op tv, voor wat kroegen in het week-end,

Dan komen ze niet toe aan de binnenkant:

Ze moeten niet voelen de leegte in hart en ziel

Laat ze vooral niet vragen naar wat er echt toe doet:

niet verlangen naar wat goed is en waar en mooi.

Want dat moeten we niet hebben: dan komt de consumptie in gevaar.




D      Daniël en zijn vrienden laten zich hun identiteit niet ontnemen.

Niet dat ze veel speelruimte hebben. Ze moeten naar het paleis.

Daar worden ze ondergedompeld in een andere cultuur

Ze moeten de nieuwe taal leren spreken en schrijven.

en de geschiedenis van Babel

de waarden en normen, de religie.

En alles wat er te weten is over zon, maan en sterren.
Een inburgeringscursus die heel wat verder gaat dan

wat vluchtelingen bij ons zich moeten eigen maken.


Maar ergens diep van binnen weet Daniël:

we moeten trouw blijven aan onze God.

De koning kan ons willen inlijven, de cultuur opdringen, een nieuw naam geven...

maar wij willen God niet kwijt.

De God die ons met pijn in zijn hart aan Babel heeft overgeleverd,

die zal ons op een dag ook van Babel verlossen.

Dat geloven we. Die hoop moeten we proberen levend te houden.

 

Maar hoe? Hoe kunnen we dat lijntje met God in stand houden?

En dan vinden ze een gaatje. T is eigenlijk niks:

ze gaan niet in het verzet, vluchten niet naar het buitenland

Enkel: ze willen niet eten en drinken van wat de koning hun geeft.

Ze willen blijven bij de Joodse voorschriften: geen varkensvlees.

Voortaan groenten. Dat is alles.

Het lijkt onbelangrijk: wat maakt dat nou uit voor de hele situatie.

Nebukadnesar blijft de baas.

Maar toch: eten doe je elke dag. Elke dag een paar keer.

Elke dag een paar keer brengen Daniel en zijn vrienden

zich te binnen dat ze bij God horen!

Dat ze hier niet thuis zijn.

Daarmee komen de eerste barstjes in de macht van Babel.

 

Trouwens: zou het toevallig zijn dat

- Daniël drie vrienden heeft: hij staat er niet alleen voor!

Dat is een zegen. Want alleen tegen de stroom in?

- En daar is die kamerheer die het oogluikend toestaat dat ze groente eten

Kleine aanwijzingen dat God erbij is: in de ballingschap.

Om te helpen overleven!

 

Natuurlijk zijn wij bezorgd over kerk en geloof in Nederland.

Maar we moeten niet in paniek zijn.

God laat zijn kerk een hele moeilijke tijd doormaken.

Maar totaal in de steek laten, dat nooit.

Ook nu zijn er de kleine tekenen dat Hij erbij is:

In de gemeente: Zo vaak merk ik dat we er voor elkaar zijn.

Dat we op elkaar aankunnen als Daniel op zijn vrienden.

Wat een steun is dat!

 

En buiten de kerk valt het soms zomaar mee:

Dan respecteren je collega’s het als je wilt bidden voor het eten.

En Schiphol heeft een stiltecentrum.

De wereld die van God niet wil weten, is echt niet helemaal van God los
We zullen nog verrast worden door mensen vriendelijk en welwillend.

Zoals die kamerheer in Babel.




E     Hoe komen we als kerk door deze moeilijke tijd heen?

Daniel en zijn vrienden willen zich niet helemaal laten inlijven door Babel.

Zij zoeken naar een manier om hun identiteit te bewaren.

En die vinden ze ook: buiten het beloofde land, geen jeruzalem, geen tempel,

geen offers en feestdagen meer;

dit ene kan nog: de voedselvoorschriften.

Het lijkt niet veel, maar het was genoeg!

Kunnen we in de kerk ook iets vinden waarvan we zeggen:

dit is het minimum, hier ligt de grens,

als ik dit niet meer doe, dan kan ik mezelf echt niet gelovig meer noemen

Dan ben ik christen af.

 

Denkt u daar eens even over na.

 

Wat is voor u onopgeefbaar?

- Voor u is het misschien dat je vluchtelingen help met Nederlandse taal

- Voor jou is het misschien wezenlijk dat je op de voedselbank meehelpt

- Voor u is het misschien dat je bidt voor de mensen om je heen

- Voor jou misschien dat je echt nooit meer te veel wilt drinken

- Voor u dat je je inzet voor de weidevogels, voor de natuur.

- Voor jou dat je geen boodschappen doet op zondag.

- Enzovoort

 

En als u en jij en ik daar nou eens heel vastbesloten in zijn.

Al is het maar in dat ene dingetje.

En we gaan daar mee bezig met een paar vrienden die dat net zo belangrijk vinden. Dan zullen we vast ontdekken dat God niet zo ver weg is,

maar ons helpt en bemoedigt en sterkt als toen bij Daniël.

 

En als elk van vriendengroepjes nu eens op zondagmorgen hier bij elkaar komt.

Om van elkaar te horen,

om voor elkaar te bidden,

om elkaar aan te moedigen,

om elkaar te helpen waar dat kan, dan blijft er kerk.

En kunnen wij en onze kinderen hier blijven komen

om van Jezus en zijn God te horen.

Om te zingen van een rijk dat komt.

Om te blijven dromen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

 

We kunnen het ook allemaal niet doen.

Onszelf nergens toe verplichten: pure vrijblijvendheid.

Alleen maar komen als we eens zin hebben, steeds minder vaak.

Dan kunnen we wel raden waar dat op uitloopt:

Dan blijven we achteruit boeren.

Dan zal hier op een dag

de kerkzaal omgebouwd worden tot partycentrum of wat anders.

 

De situatie is ernstig, maar niet hopeloos.

Als u en jij en ik het echt willen

en daar vastbesloten in zijn

dan blijft in ons dorp het verhaal van Jezus

verteld, gevierd en geleefd worden.

 

AMEN.

terug