Boeddhisme Boeddhisme

Siddharta Gautama
Het Boeddhisme gaat terug op Siddharta Gautama, een prins uit de zesde eeuw voor Christus. Hij besluit op zijn 29-ste om zijn luxe leven in het paleis in Lumbini (nu Nepal) te verruilen voor een zwervend leven. Jaren trekt hij rond in het Noorden van India. Zes jaar later krijgt hij het inzicht dat het lijden voortkomt uit onszelf: wij nemen geen genoegen met hoe het is, maar wensen de dingen anders. Vanaf dan heet hij Boeddha, dat betekent 'verlichte' of 'ontwaakte'. De rest van zijn leven reist hij rond om anderen deelgenoot te maken van zijn inzicht dat mensen zelf het probleem van het lijden kunnen oplossen. Op 80-jarige leeftijd overlijdt hij.

Boeddhisme
Het Boeddhisme is een religie zonder God of goden. Het is veel meer het gaan van een pad, het zoeken van verlichting, het bereiken van nirwana: de toestand dat je lijden is uitgeblust omdat je niets meer begeert of haat of je ergens krampachtig aan vasthoud. Om die reden is er geen geloofsleer of dogmatiek. Daar zou je je maar aan vastklampen. Er zijn alleen opmerkingen van Boeddha en andere meesters die de moeite waard zijn voorzover ze resultaat opleveren: je verlichten en in de staat van nirwana brengen.
In de eeuwen na Boeddha ontwikkelden zich verschillende vormen van Boeddhisme: Mahayana, Theravada en Vajrayana. Maar gemeenschappelijk aan alle is heel in het kort het volgende:


Dharma (Leer)
Het Boeddhisme ziet het actuele leven van een mens als een fase in de eeuwige kringloop (samsara) van leven, sterven en opnieuw geboren worden. Die kringloop is problematisch vanwege het lijden (dukkha) dat mensen ervaren: veroudering, ziekte, sterven. Dat is de eerste van de zgn 'Vier Edele Waarheden'.

De volgende is dat het lijden voortkomt uit een keten van oorzaak en gevolg, waarvan een van de belangrijkste 'de onwetendheid' is, het gebrek aan inzicht in de werkelijke aard van de dingen. En die is dat alles veranderlijk en voorbijgaand is. Dingen verslijten nu eenmaal. Het leven is opgaan, blinken en verzinken. Dat moeten we gewoon nemen zoals het is. Dat anders willen hebben, is juist de oorzaak van het lijden. Het helpt niet je tegen het voorbijgaande te verzetten. Het maakt ook niet wat je daarvan vindt of gelooft. Het is wat het is.

De derde: Wie dat eenmaal inziet, realiseert zich dat krampachtig willen vasthouden van dingen die ons tussen de vingers door glippen geen zin heeft. Daarmee doven hebzucht, lijden, haat enz. in je uit. Dan heb je de staat van nirwana bereikt.

De vierde waarheid tenslotte leert dat er een (achtvoudig) pad is dat leidt naar dit doel: oa het goede spreken en zwijgen, het goede doen en laten, oplettend leven enz.

Deze vier punten vormen de basis van het Boeddhistisch onderricht (dharma)


Geen ziel
Tot het voorbijgaande  (tweede edele waarheid) hoort ook de menselijke ziel. Volgens het Theravada-Boeddhisme is het zelfbewustzijn een illusie (an-atman, Sanskriet voor 'geen adem/zelf/ziel'). Een ketting is geen fiets, een stuur ook niet, en een wiel ook niet. Maar die dingen, samen met andere vormen een fiets. Een fiets is dus alleen maar een naam voor een samengesteld ding. Als je die uit elkaar haalt, is er geen fiets meer. Zo is ook mijn ik niet meer dan een naam voor de optelsom van een hoofd, met lichaam en ledematen, van gevoelens, herineringen, wensen, meningen. Er is geen essentie van 'ik', geen ziel, geen onveranderlijke kern.

Leegte
Het Mahayana-Boeddhisme gaat nog een stap verder en stelt dat alles leegte (shunyata) is, want aan verandering onderhevig. Niets blijft wat het is. Dat geldt voor planten en dieren, voor fietsen en andere dingen die we maken, voor rivieren en bergen. Zelfs de sterren doven op een dag.
Je kunt wel een tijdje van fiets (en ziel) spreken, en zelfs erop rijden. Dat is de gebruikelijke waarheid, maar de Absolute Waarheid is dat die woorden leeg zijn. Zo krijg je paradoxale uitspraken als ik fiets op een fiets die niet bestaat.

 

terug