Bewijs van bestaan Bewijs van bestaan

We willen graag dat ons leven er toe doet. Niet dat dat we nu direct minister in de regering willen zijn, of de beste op de Olympische Spelen, of iets anders waarmee je op TV komt. Maar wel dat je een beetje trots op jezelf kunt zijn. Want leven met het idee dat je er net zo goed niet had kunnen zijn, dat voelt heel ongemakkelijk.
Een dichter, Jacques Bloem, voelde iets van dat ongemak. Hij schreef: "Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten voor de rechtvaardiging van mijn bestaan?” Mooie gedichten gemaakt - en toch onzeker over zichzelf. Want verder stelde zijn leven niet veel voor: zijn dagelijkse werk met tegenzin gedaan, een huwelijk mislukt. Weegt dit ertegen op: een stuk of wat gedichten? 161 om precies te zijn? Niet veel voor iemand die bijna 80 werd.
Is dit genoeg - zou een moeder kunnen vragen: mijn kinderen liefdevol groot gebracht? Is dit genoeg - zou een monteur kunnen vragen: duizenden auto's gerepareerd in de garage. Is dit genoeg - zou een dominee kunnen vragen: een handvol preken gemaakt?
Is dit genoeg? Veel mensen krijgen last van die vraag zo rond hun 40-ste. Ze voelen: er mist iets. Opeens moet alles anders. Nu kan het nog. En later, als ze met pensioen gaan, weer die onrust. Dan komt er een bucket list met allemaal dingen die ze nog willen doen: genieten, verre reizen maken, parachute springen. Prima! Fijn als het kan. Maar : is dat genoeg dan? Dat ze op je begrafenis kunnen zeggen: Hij heeft enorm genoten. Is in alle landen van Europa geweest. Of mist er dan toch iets?

Koning Salomo had er duidelijk niet genoeg aan. Mijn leven, mijn werk? Lucht en najagen van wind. Dat is raar! Hij schrijft (Pred 2) over paleizen gebouwd, wijngaarden, tuinen en parken aangelegd, rijkdom en luxe verzameld, genoten van vele, vele vrouwen. Alle dingen op zijn bucketlist kon hij afvinken. En toch niet tevreden! Hoe kan dat? Is dat omdat het allemaal verkeerde, zondige dingen zijn?
Nee, dat zijn gewoon de dingen die een koning doet. Wij doen hetzelfde als we rijk en welvarend zijn: gaan we groter wonen, met een mooie tuin enz. Niks mis mee.
Waarom is dat allemaal lucht en najagen van wind? Omdat hij op een dag moet sterven. En dan moet hij het allemaal achterlaten. Een doodshemd heeft geen zakken.
Het is allemaal voor zijn opvolgers: die verdelen straks de erfenis en doen er mee wat ze willen: Verbouwen het paleis. Verkopen het land. Jagen het geld erdoor. Wat Salomo heeft opgebouod, daar blijft niets van over. Zijn levenswerk ongedaan gemaakt. Zo gaat dat. Je kunt wel een steen in de rivier verleggen. Maar een ander legt hem weer terug. De ene generatie haalt de meanders uit de rivier Vecht. Een volgende generatie trekt ze er weer bij aan. De turfstekers legden in de 19-eeuw de Dedemsvaart aan. Honderd jaar later werd die weer dichtgegooid om er een weg op aan te leggen. Hoe zo, ik heb een steen verlegd? Hoe zo, ik leverde het bewijs van mijn bestaan? Alle sporen uitgewist.
Als je geluk hebt wordt een straat naar je genoemd. Of een dorp: Van Dedem....maar wie kent hem nog? Na 2 - 3 generaties zijn wij ook allemaal vergeten. Een stuk of wat gedichten : t is niet genoeg. Lucht en najagen van wind, dat is het. Dat voelt zo ongemakkelijk.

Wij verlangen naar dat gevoel van: ik mag er zijn - het is goed dat ik er ben. En dan is onze neiging dat we kijken naar onze prestaties: naar stenen verlegd (Vermeulen), naar gedichten geschreven (Bloem), naar een bucket list afgewerkt (Salomo). Dat gaat als vanzelf. Zo zit onze wereld in elkaar: Op school leer je al dat je je best moet doen, dan ga je over, als je er met de pet naar gooit, blijf je zitten.  Op je werk gaat het zo: promotie of ontslag. In de samenleving: een lintje of achter de tralies. Het is overal: voor wat - hoort wat, zakelijk. Je wordt afgerekend op je prestaties. En als vanzelf trek je die lijn door: Ik mag er zijn? Ja daar moet ik natuurlijk wel wat voor doen. Het is goed dat ik er ben? Ja dat moet ik wel eerst bewijzen. Ik moet mijn bestaansrecht verdienen. Ik vul mijn belastingpapieren netjes in. Ik gebruik groene stroom vanwege het milieu. Ik leef mee met de mensen om mij heen. Ik doe nog 4, 5, 100 goede dingen. En dus zeg ik tevreden tegen me zelf: Het is goed dat ik er ben. Ik mag er zijn. Mijn bestaan is goedgekeurd: gerechtvaardigd (bijbels gesproken). 
Of toch niet? Je hebt toch alleen maar gedaan wat van je verwacht mocht worden.  Het is toch niet meer dan normaal dat je probeert een goed mens te zijn? Dat gevoel van "ik mag er zijn" krijg je zo niet. Alleen Farizeeërs maken zichzelf dat wijs. Paulus zegt het heel scherp: Door de wet na te leven, word je niet rechtvaardig. Het is niet: voor wat - hoort wat. Zo hebben wij het leven wel georganiseerd. Maar het klopt niet. De grondslag van het leven is een andere.

Wat is dan de ware grondslag van het leven? Daar komt die ene misdadiger achter die tegelijk met Jezus gekruisigd werd. Hij was gepakt en veroordeeld en de rechter had gezegd:je mag er niet zijn. Het is niet goed dat je er bent. Je hebt je recht van bestaan verspeeld. Weg met jou: aan het kruis. En de veroordeelde had daar niets in tegen in te brengen. De beschuldigingen klopten. De veroordeling terecht. Volgens de wet verdiende hij niet beter. En zo hangt hij daar naast die bijzondere man: Jezus. Die ook al leerde dat je een goed mens moest zijn. Maar hij zei erbij: je moet niet trots zijn als dat een beetje lukt. Dat was tegen de Farizeeën. En tegen de hoeren en tollenaars zei hij je bent nog geen waardeloos figuur als je er niets van terecht bracht.
Geen 'voor wat - hoor wat' bij Jezus. Hij zet onze wereld op de kop. Daarom riep hij zoveel weerstand op. Daarom mocht hij er ook niet zijn. Want hij heeft het over een andere wereld, waar je niet wordt afgerekend op je gedrag. Eén waar je voor alles uit mag weten dat het goed is dat je er bent. Dat is de echte grondslag van het leven. In het verborgene klopt een hart voor jou. Vanuit die liefde ging hij met de mensen om ook met de mensen die er uit lagen en wat knapten ze er van op en wat deed het hun goed: zijn aandacht en zorg en liefde. Bij hem voelden ze waar zij zo naar verlangden. Waar wij allemaal naar hunkeren: t is goed dat je er bent - je mag er zijn. En die misdadiger naast Jezus had daar iets van opgevangen. En hij roept hem aan: gedenk mij. Het antwoord: heden zul je met mij in het paradijs zijn. De man die zijn bestaansrecht had verspeeld mocht er toch zijn! Hij kon zijn leven niet meer beteren. Hij kon nog wel getroost sterven. Aangeraakt door de liefde van God. Misschien voor het eerst van zijn leven.

De grondwet van het leven is niet "voor wat - hoort wat". In het verborgene klopt een hart voor ons! De grondslag van het leven is liefde. God is liefde. Onvoorwaardelijke liefde. Je hoeft er niets voor te doen: Je kunt er eigenlijk alleen maar naar verlangen. En het dan aannemen als het naar je toekomt, het geloven als Jezus, een bijbelverhaal, een overweging bij je binnenkomt.
Dit is zoveel beter dan een bucket list met leuke dingen afwerken. Als je daarmee bezig blijft zul je het nooit ontdekken. Dit is zoveel beter dan almaar proberen jezelf te verbeteren. Als je daarmee bezig blijft gaat het aan je voorbij. Dan eindig je even ongetroost als die ene misdadiger aan het kruis. Maar als we geloof hechten aan het evangelie, dan horen wij net als die andere misdadiger: Je mag er zijn - Ik ben blij met jou.
Met dit verschil: wij hebben nog tijd van leven. Tijd om vrede met jezelf te vinden Tijd om tegen je man, je vrouw te zeggen: wat goed dat je er bent Om je kind te laten weten: ik ben blij met je. Tijd om sorry, het spijt me te zeggen. Tijd om te vergeven. Tijd om een ander te helpen. Tijd om een vriend, een naaste te zijn voor de mensen om je heen. Blij met wie wat te vieren hebben. Verdrietig met wie iemand verloren. Tijd om te groeien in geloof, hoop en liefde. Zo leven we in het Koninkrijk der hemelen. Door Jezus Christus onze Heer.

 

terug