2 Petrus 3 2 Petrus 3

2 Pe 3: 1 - 2     Het juiste inzicht
In het eerste hoofdstuk heeft de schrijver zich voorgesteld als 'Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus'. Nu geeft hij aan dat hij al eerder geschreven heeft. En inderdaad is er in het NT een brief onder bijna dezelfde naam: 'Petrus, een apostel van Jezus Christus'. Of de beide brieven inderdaad van dezelfde auteur afkomstig zijn, en andere zgn inleidingsvragen zie 2 Petrus

De bedoeling van deze brief is bij de lezers het zuivere inzicht wakker te houden. Geloof kan verslappen, dwalen en misleid worden. Dat is blijkens het vervolg hier vooral het geval vanwege het uitblijven van de wederkomst van Christus.
Petrus klimt in de pen om de gemeente te herinneren aan de woorden van de profeten en aan wat de apostelen hebben doorgegeven: het gebod van de Heer en redder. Welk gebod dat is, veronderstelt Petrus als bekend. Hij vermeldt het in elk geval niet. Maar het zal betrekking hebben op de verwachting van de komst van de Heer: waakzaam blijven, de hoop niet opgeven.

2 Pe 3: 3 - 4     Er is niets veranderd
De gemeente wordt in verwarring gebracht door mensen die de wederkomst in twijfel trekken. Spotters worden ze genoemd. Mensen die hun eigen begeerte navolgen. Hun optreden is volgens Petrus echter juist een teken dat het einde nabij is. Maar ze zaaien wel verwarring met hun vragen. Petrus haalt die vragen aan:
‘Waar blijft Hij nu, Hij had toch beloofd te komen en de suggestie gewekt dat Hij niet heel lang op zich zou laten wachten. Maar - zeggen de 'spotters' - ondertussen is de generatie aan wie deze belofte was gedaan al gestorven. Er is helemaal niets veranderd. Wie zijn die spotters? Gezien het volgende gaat het om mensen die bekend zijn met de verhalen uit Genesis over de schepping en Noach. Ze blijken ook de brieven van Paulus te kennen. Dus om christenen die er afwijkende ideeën en een losbandige levensstijl op na houden. Vanwege het laatste ook wel Libertinisten (letterlijk: vrije mensen - niet gebonden aan wet en regel) genoemd.

2 Pe 3: 5 - 7     Er is al eens wat veranderd
Petrus maakt duidelijk dat het niet om een vergissing gaat. De spotters kennen de bijbelse verhalen over schepping van hemel en aarde uit water en de ondergang van de wereld in het water (van de zondvloed). Dan kunnen ze weten dat de wereld al eens grondig veranderd is. Maar dat willen ze niet weten. Waarom drukken ze die kennis weg? Ze kunnen die verhalen maar beter ter harte nemen. Dan zouden ze weten dat de tegenwoordige hemel en aarde alleen maar tijdelijk blijven zoals ze zijn. Dwz tot de dag van het oordeel over de goddelozen en hun ondergang. Het zal geen ondergang in het water zijn als de eerste keer bij Noach, maar in het vuur. Dit idee van een wereldbrand vinden we alleen hier in de bijbel. Het behoorde tot de toenmalige gangbare voorstellingen. Vooral voor Seneca en de Stoïcijnen was het een bekend leerstuk. Zij discussieerden hier over met de aanhangers van Plato die meenden dat de kosmos eeuwig en onveranderlijk is. Petrus neemt dit thema alleen maar op, om het einde ter sprake te brengen in categorieën die toen beschikbaar waren. Nu zou hij wellicht aansluiten bij de klimaatcrisis of een dreigende kernramp.
Hij heeft niet de behoefte om gedetailleerde plaatjes van de wereldbrand te schilderen, want hij is er niet op uit zijn lezers te laten griezelen.

2 Pe 3: 8      Andere tijdrekening
Het volgende argument dat Petrus inbrengt is dat voor de Heer één dag als duizend jaar zijn en duizend jaar als één dag. (vgl Ps 90: 4) Daarmee bedoelt Petrus niet een omrekenfactor (x 1000) te geven, maar zo maakt hij duidelijk dat ons idee van tijd totaal niet van toepassing is op God. Als Schepper van de tijd staat Hij niet onder, maar boven de tijd. Voor Hem ligt ahw de hele film van de geschiedenis uitgerold. Hij ziet elke scene op hetzelfde moment en is bij elke gebeurtenis betrokken. Wij echter spelen nog onze rol in de film, dag voor dag, jaar in jaar uit. Hierover doordenkend moet de conclusie zijn dat de aarde misschien nog wel heel lang mee moet. Dus dat we er zuinig op moeten zijn. Het is zeker niet de bedoeling dat christenen of andere mensen de wereldbrand zelf in gang zetten. Het vernietigen van de aarde is een misdaad en wordt bestraft, zegt Opb 11: 18 (om te verderven wie de aarde verderven)

2 Pe 3: 9     Geduld
Het derde punt dat Petrus naar voren brengt, is dat de Heer zijn belofte zonder meer nakomt, dus zal terugkomen. En dat zonder vertraging. Dat het - naar de mens zo lang duurt - verklaart Petrus als volgt: de Heer heeft geduld met u (de christenen). Die hebben een taak in deze genade-tijd. De kerk leeft in de tijd van Gods geduld. Ze krijgt de tijd om buitenstaanders tot bekering en geloof te brengen. Want dat is wat de Heer wil: dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

2 Pe 3: 10     Als een dief
Tenslotte brengt Petrus naar voren dat de Heer zal komen als een dief, dwz plotseling, op een onverwacht moment. Het valt niet te berekenen. Vergelijk: Mat 24: 43 en Luc 12: 39v en 1 Thes 5: 2. Dit is wel een heel groot contrast met het vorige vers dat van geduld, en van de wil om te redden spreekt. Zo wordt nog een keer duidelijk dat onze tijd en Gods tijd niet te vergelijken zijn.

2 Pe 3: 10 - 13     Alles zal vergaan
Op de dag van de wederkomst, hier 'de dag van God' genoemd (vs 12) zullen de hemelsferen vergaan (vs 10 en 12), de elementen (stoicheia, vs 10 en 12) gaan in vlammen op, en de aarde met de werken daarop verricht, verdwijnt. Met de elementen kunnen niet aarde, lucht, water en vuur bedoeld zijn waaruit hemel en aarde zijn gemaakt. Waarschijnlijk is aan zon en maan gedacht, en/of aan de kosmische krachten (vgl de boze geesten in de hemelsferen, Ef 6: 10v). De aarde zal vergaan niet omdat de aarde als zodanig slecht is. Het is en blijft Gods goede schepping. Maar omdat die zo in de greep van het kwaad ligt en daardoor bedorven, is die radicale ingreep nodig.

Het is zelfs omwille van die dag, dat deze dingen gebeuren (vs 12) dwz...Wil Christus komen, en het rijk van God aanbreken, dan moet daarvoor alles wat niet deugt, aan de kant. In feite de hele schepping. Petrus verbindt hieraan de volgende conclusies:

  • Als dit zo grondig verdwijnt, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven. Maw als je niet wilt dat je ook spoorloos verdwijnt, leef dan zo dat je leven er mee door kan. Dit werkt Petrus verder uit in vs 14 - 16.
  • Christenen zijn mensen die naar die dag uitzien dat met het kwaad in al zijn vormen wordt afgerekend. Zij bespoedigen het aanbreken daarvan. Want door hun heilig leven komen de kwade machten te voorschijn. Hun goede gedrag roept spot, tegenwerking en geweld op. Tot de maat vol is en de Heer komt om aan die verdrukkingen een einde aan te maken. (Vgl Hnd 3: 19)
  • De Heer heeft zijn volgelingen zo lief en vindt hun redding zo belangrijk dat Hij zijn (gevallen) schepping in vlammen laat opgaan. Dit vuur is niet louterend, alsof het om renovatie of herstel zou gaan, maar destructief. De oude wereld, bedorven door zonde en ongerechtigheid, moet plaats maken voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. (Vgl Jes 66: 22) Die nieuwe aarde is geen luilekkerland, maar wordt gekenmerkt door gerechtigheid, dwz daar wordt de wil van God gedaan. (Jes 32: 16vv).

(Er zijn ook teksten en vertalingen die hier het tegenovergestelde hebben: 'de aarde met haar werken zal gevonden worden, klik hier)

2 Pe 3: 14 - 16     De eerste consequentie: leef zoals het hoort
De verwachting van het einde mag niet onverschillig stemmen, alsof het er niet toe doet hoe je leeft. Het is niet de bedoeling dat je met de armen over elkaar gaat zitten afwachten. Evenmin is het de bedoeling dat je er maar op los leeft, zolang het nog kan. Petrus spoort zijn lezers aan zich in te spannen, dwz moeite getroosten. Voor wat? Om smetteloos, onberispelijk en in vrede door Hem (Christus) te worden aangetroffen (bij zijn komst). Smetteloos betekent dat je je ver houdt van alles wat je onrein maakt. Onberispelijk houdt in dat er niets op je valt aan te merken, maw dat je Gods wil royaal en hartelijk doet. Christus, het lam Gods is smetteloos en onberispelijk, lezen we in 1 Pe 1: 19. Degenen die twijfel zaaien over de wederkomst, de tegenstanders, zijn juist niet smetteloos en onberispelijk (2 Pe 2: 13), maar leiden een losbandig leven. Ook Opb benadrukt het belang van een hoogstaand leven, ondanks alles (Opb 14:12; 18:4a; 22:11b)

'In vrede' ziet op de onderlinge band: de gemeenteleden leven als broeders en zusters met elkaar. Waar geschillen en conflicten zijn praten ze die uit en herstellen de vrede. 'In vrede' kan ook slaan op 'in vrede zijn met de Heer': vanwege bekering en geloof in de vergeving. Daarom is het goed dat de Heer zo geduldig is. Dat Hij nog niet gekomen betekent redding: nog is er de tijd om het goede leven te laten zien.

Petrus beroept zich voor deze dingen op zijn ambtsbroeder Paulus die ook in deze zin over het leven voorafgaande aan de wederkomst heeft geschreven. (bv in 1 Kor 15) Maar eigenlijk in al zijn brieven. Petrus geeft toe dat Paulus over dit onderwerp moeilijk te volgen is. Daardoor zien andere mensen hun kans om deze dingen te verdraaien. Hij noemt hen onwetend en onstandvastig: ze staan niet stevig op de grondslagen van het geloof. Zo dwalend en misleidend gaan ze ook om met de overige geschriften, waarbij Petrus misschien denkt aan zijn eerste brief en/of de eerste evangeliën of de eerste verzameling brieven van Paulus. Hoe dit ook zij, door zo te doen bewerken ze hun eigen ondergang.

2 Pe 3: 17 - 18     De tweede consequentie: wees standvastig
Petrus heeft een duidelijke uitleg gegeven over de wederkomst en is ingegaan op de vragen die de gemeente heeft. Nu weten ze genoeg van de toekomstige dingen. Het enige wat hij hun nu nog kan aanraden is, dat de gelovigen op hun hoede zijn. Want ze zullen niet met rust gelaten worden. Libertinistische tegenstanders - hier wettelozen genoemd - zullen proberen hen te winnen voor hun visie en bijbehorende levensstijl die een dwaalweg is. Maw de gemeente moet voet bij stuk houden en standvastig blijven bij de basisprincipes van het geloof. Ze moet zich toeleggen op het geloof en groeien in genade en vertrouwd worden (kennis met het hart) met onze Heer en redder: Jezus Christus. Met een lofprijzing eindigt de brief: Hem komt de eer toe, en nu en in eeuwigheid. Door te onderscheiden tussen nu en eeuwigheid onderstreept Petrus nog één keer het thema van de toekomstverwachting.

Naschrift
Er zijn ook andere stemmen in het Nieuwe Testament over het einde der tijden, die het minder destructief voorstellen. Paulus bv lijkt meer op het standpunt te staan van groei en loutering, niet van een ondergang in vuur. Datzelfde verschil zien we ook in het Oude Testament: Het apokalyptische geluid van Daniël naast de profetische stemen van bv Jesaja en Jeremia. Wat we moeten daaruit maken voor ons, mensen in de 21-ste eeuw die steeds meer het gevoel krijgen dat ze door 10 Egyptische plagen worden bezocht, of menen dat ze leven in het einde der tijden? Zie bij Nieuw begin en einde.

 

terug