2 Pe 3: 10 2 Pe 3: 10

Een tekstkritische geval
De dag van de Heer is de dag dat Christus komt, het einde der tijden.
Wat er die dag zal gebeuren, hangt af van welke vertaling je leest.

  • De NBV (2004) heeft: De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.
  • De NBV (2021) heeft precies het omgekeerde: ....de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt.

De verschillen in vertaling hebben te maken met de Griekse tekst van het Nieuwe Testament. Dat is een samengestelde tekst. De originele handschriften van Paulus en Petrus en anderen zijn immers verloren gegaan. We hebben alleen oude en minder oude copiën en vertalingen. Voor het grootste deel stemmen die overeen, of zijn er kleine, onschuldige verschillen. Maar soms, zoals hier zijn de verschillen groot. Dan moeten we beredeneren welke versie de oudste is, en hoe die verschillen met de latere manuscripten zijn ontstaan.

Voor onze tekst zit het vast op het woordje 'niet'.

  • Dat ontbreekt in sommige oude Griekse handschriften en Syrische en Aramese vertalingen. Die lezen dus 'wordt gevonden' (NBV: komt aan het licht).
  • Maar andere Syrische en Koptische vertalingen hebben wel het woordje 'niet'. Daar staat dus 'wordt niet gevonden'. (NBV21: verdwijnt). Wat is dan waarschijnlijk de oorspronkelijke lezing?

De moeilijkste lezing
De wetenschap die zich met deze vragen bezig houdt heeft verschillende regels bedacht om dat vast te stellen. Eén daarvan is de volgende: de moeilijkste lezing is waarschijnlijk de oorspronkelijke. Want het ligt meer voor de hand dat een moeilijke lezing bij het overschrijven of vertalen werd vergemakkelijkt of verduidelijkt, dan dat een duidelijke lezing onduidelijk wordt gemaakt door de copiïsten of vertalers.

De moeilijkste lezing in dit geval is 'en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden'. Deze lezing is zo moeilijk omdat:

  • Het niet duidelijk is wat dit zou kunnen betekenen.
  • Het verband waarin deze tekst staat, spreekt ervan dat de tegenwoordige hemel en aarde zullen aan het vuur worden prijsgegeven (vs 7), de hemelsferen en elementen gaan in vlammen op (vs 10 en 12), dit allemaal gaat te gronde (11).
  • In hetzelfde verband is sprake van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (13).

M.a.w. de context wijst in de richting van een complete vernietiging van alles wat is, inclusief de aarde. Hoe zou dan de aarde ook nog gevonden kunnen worden? En wat moet dat dan betekenen?

Deze moeilijkheid is al heel vroeg gezien en sommige overschrijvers hebben daarom het woordje 'niet' er aan toegevoegd. Maar er waren ook andere mogelijkheden om de tekst een meer logische inhoud te geven, bv door 'wordt gevonden' weg te laten, of ipv 'zal gevonden worden', te schrijven 'zal verbrand worden'. Op deze teksten baseert zich de Statenvertaling (1637, 1997, 2010) en de NBG (door vuur vergaan). Zo zijn er meer tekstvarianten. Later hebben nieuwtestamentici nog andere oplossingen voor deze moeilijkheid voorgesteld.

Conclusie
Op grond van de beschikbare handschriften is dus duidelijk dat 'zal worden gevonden' de beste, meest waarschijnlijke lezing is.
Of het ook de originele woorden zijn, valt nog steeds te betwijfelen, want het blijft een raadselachtige uitdrukking in dit verband. Misschien stond er in de allereerste versie van de 2 Petrus-brief toch wel 'zal niet gevonden worden'. net als in sommige Syrische en Koptische vertalingen. De hele context wijst daar immers op. De betekenis moet vrijwel zeker in die richting gezocht worden want het is niet voor niets dat alle secundarie varianten de tekst in die zin meenden te moeten verbeteren.

Hoe dan ook:

  • De NBV van 2004 baseert zich op de betere tekstvariant 'zal gevonden worden' en vertaalt deze met 'komt aan het licht'.
  • De NBV van 2021 laat het gewicht van de context (die spreekt van vergaan) zwaarder wegen dan het gewicht van de best mogelijke tekst, en heeft dus het secundaire 'zal niet gevonden worden'. En vertaalt dat met '...verdwijnt'. De NBV21 zet daarmee de traditie van StatenVertaling en NBG 1951 voort.
     
terug