1 Tim 4: 8 1 Tim 4: 8

Op een frisse zaterdagmorgen jogden we door het bos. Onderweg kwamen we iemand tegen die zijn hond uitliet. Hij riep ons toe 'de oefening des vlezes is van weinig nut'... Wij lieten ons niet uit het veld slaan en renden dapper door. Eenmaal thuis wist google te vertellen dat deze woorden van Paulus afkomstig zijn. We vinden ze terug in 1 Tim 4: 8a.

Heeft de man met de hond gelijk? De vraag is natuurlijk wat nuttig is. Voor iemand die wat kilo's kwijt wil, is hardlopen heel nuttig. En als je beter wilt kunnen voetballen ook, maar als je beter wilt kunnen lezen, is joggen niet echt nuttig.

Voor we verder gaan: Paulus zelf moet een ijzersterk gestel hebben gehad: hij heeft eindeloze voetreizen gemaakt door wat we nu Israël, Turkije en Griekenland noemen, meermalen schipbreuk geleden en uren in de zee zich drijvend moeten houden, hij heeft zweep en stokslagen gekregen (2 Kor 11: 23 - 29) en zich veel zorgen gemaakt om de jonge gemeentes die hij had gesticht.

Als echte Jood was voor Paulus het lichaam belangrijk en waardevol: het hoorde bij de goede schepping. Zeker niet was het iets om minderwaardig te vinden, alsof ziel en verstand hoger waren dan het lijf. Zo dachten velen juist in de Grieks-Romeinse wereld. Zij hielden het erop dat de mens eigenlijk een 'idealistisch wezen' was: een ziel gevangen in de kerker van het lichaam. Maar het is zeker dat dit niet achter die woorden van Paulus zit. In de hele bijbel vind je niets van deze strekking.

Merkwaardig genoeg was er in die Grieks-Romeinse wereld toch een zekere fascinatie voor het lichaam ontstaan. In vele plaatsen werden wedstrijden gehouden, niet alleen in Olympia - waar de huidige Olympische spelen op terug gaan - maar ook in Sparta, Rome enz. Elke zichzelf respecterende stad had een een stadion waar strijdende atleten, vuistvechters en worstelaars bewonderd werden door duizenden mensen op de tribunes. Sporters die wat willen bereiken moeten natuurlijk oefenen. Voor dat doel is trainen zonder meer nuttig.

Maar dat is niet het doel en nut dat Paulus op het oog heeft. Voor hem gaat het erom dat mensen van God en zijn verzoenende liefde weten en die geloven of aannemen. Dwz die liefde in zich laten wonen om zich daardoor te laten omvormen. Dit is wat Paulus nuttig vindt: dat je je open stelt voor de Geest van Christus, zodat geloof, hoop en liefde in je op gang komen. Christus moet groeien, mijn ik moet kleiner worden, schrijft hij in Gal 2: 20. En dat open stellen voor Gods Geest kost moeite en strijd: je kleine ik werkt daar niet zonder slag of stoot aan mee. Er is verzet tegen Gods wil, er zijn ingesleten gewoontes, vooroordelen, karakterfouten, verslavingen die overwonnen moeten worden. Dat is de stijd die je hebt te voeren. Oefen je liever in die dingen, dat is pas echt nuttig. In dit leven al, en daarna. Daarom laat Paulus op zijn woorden volgen: '...doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst.' (1 Tim 4: 8b)
Op een andere plaats doelt Paulus op hetzelfde en schrijft hij '....doet de Here Jezus Christus aan' en waarschuwt 'wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt. (Rom 13: 14)

Die man met de hond had dus wel gelijk toen hij zei, dat de oefening des vlezes van weinig nut is. Maar hij had niet door dat de hond uitlaten evenmin erg nuttig is. Of postzegels verzamelen. Of TV kijken. Allemaal niet verkeerd om te doen, maar het maakt Christus niet groter en je ikzucht niet kleiner.

terug