GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Tom Wright, Eenvoudig Christelijk en Verrast door Hoop

Sinds enkele jaren verschijnen er bij uitgever Wever te Franeker vertalingen van het werk van Tom Wright. Hij geldt als een vooraanstaande Britse theoloog, een van de belangrijkste uitleggers van het Nieuwe Testament. Hij is niet alleen wetenschapper, maar ook jaren bisschop van Durham geweest in de Anglicaanse (Engelse) Kerk.

In ‘eenvoudig christelijk’ legt Wright de basisprincipes van het christelijk geloof uit. En in ‘Verrast door Hoop’ schrijft hij over de christelijk hoop. In een zeer toegankelijke stijl haalt Wright een aantal punten naar voren waarin het doorsnee christelijk geloof behoorlijk is verwijderd geraakt van de originele bijbelse boodschap.

Geregeld spreekt Wright van een drievoudige bederf:

(1) onder invloed van het Griekse denken zou het doel van het geloof verschoven zijn naar ‘zielen die in de hemel komen’ (ipv leven hier en nu als mensen die als beeld van God zijn liefde en zorg weerspiegelen)

(2) het verkeerde van mensen wordt moralistisch opgevat: we doen verkeerde dingen (ipv dat de overtredingen een signaal zijn dat er iets fundamenteel mis met ons is)

(3) uit het heidendom hebben we daarvoor deze oplossing overgenomen: een mensenoffer kalmeert de toorn van de godheid (ipv dat God in en door Jezus aan het kruis de macht van de zonde breekt)

In meerdere van zijn boeken laat Wright zien dat de bijbelse boodschap een heel andere is.

Om nog even bij zijn eerste bezwaar te blijven: wat geloven we over het hiernamaals? Christenen zeggen dan ‘de hemel’ of ‘ik geloof wel dat er nog iets is’ en ook wel ‘ik weet het niet’ of ‘ik denk dat dit leven het enige is’. Wright brengt de bijbelse boodschap op deze formule: er is leven na leven na de dood: eerst is er het aardse leven. Op een dag sterven wij en begint het leven na de dood. Dat is dat we mogen rusten bij Christus, in het paradijs, in de hemel. Maar dat is tijdelijk. Het uiteindelijk doel is wat daarna komt: leven (na het rusten in de hemel) in Gods nieuwe wereld, als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde gekomen zijn. Ook wij zijn dan nieuw: we krijgen een verheerlijkt lichaam.

Wright geeft een interessante vergelijking door: Als we denken dat dit allemaal niet kan (dood is dood, einde verhaal) dan zouden we eens kunnen denken aan onze computer. Het apparaat (kast met voeding, processor, videokaart, enz.) is nodig voor de programma’s (tekstverwerker, spelletjes enz.). De programma’s (software) gaan eigenlijk nooit stuk; het apparaat (hardware) raakt op den duur wel versleten. Dan is een nieuw apparaat nodig, om de software op over te zetten.

Ons aardse lichaam is als de hardware: op een dag versleten. Onze identiteit is als de software. Als wij sterven vergaat ons lichaam, maar onze identiteit blijft bewaard bij God. Hij kent ons bij name: Hij weet wie wij echt, wie wij ten diepste zijn. Beter nog dan wij onszelf kennen, kent Hij ons (Ps 139). Daarom zingen we op de eeuwigheidszondag ‘Heer, herinner u de namen” (Lied 730). Hij bewaart ons in zijn hart (de hemel). Daar zijn wij veilig en geborgen en zo rusten wij in vrede tot de dag dat God voor nieuwe hardware zorgt. Dan geeft Hij ons een eeuwig en onvergankelijk lichaam op een nieuwe aarde onder een nieuwe hemel.

Wright vindt het niet nodig het bijbelse geloof in moderne, vrijzinnige categorieën over te zetten. Liever laat hij de oorspronkelijke rijkdom van de bijbelse verhalen aan het woord komen door ze te ontdoen van wat de kerk er in de loop van de eeuwen van gemaakt heeft. De klassiek christelijke boodschap die hij zo opdiept, blijkt een verrassend goed verhaal op te leveren. Eén dat onverminderd actueel is en prima de concurrentie aan kan met wat er verder te vinden is op de markt van welzijn en geluk.

(Kerkklank sept-okt 2018)