Tien Geboden - inleiding Tien Geboden - inleiding

Context
We vinden de Tien Geboden op twee plaatsen in de bijbel, in Ex 20 en Deut 5. De overeenkomsten tussen beide verhalen zijn groot, maar er zijn ook verschillen:

  • in beide versies is Israel olv Mozes uit Egypte ontsnapt, onderweg naar het beloofde land.
  • in Exodus is de naam van de berg Sinai; in Deut Horeb,
  • bij de berg sluit God een verbond met zijn volk (Ex 24: 8, vgl Deut 4: 13 en 5: 2-3)
  • bij dat verbond horen de vele regels en voorschriften die we in Ex, Lev, Num en Deut vinden.
  • de kern van de vele wetten zijn 'de Woorden van het Verbond', 'de Tien Woorden' (Ex 34: 27 – 28, Deut 4: 13 en 10: 4) bij ons de Tien Geboden genoemd, of Dekaloog (kerkvader Ireneüs).
  • ze staan op twee stenen tafelen (platen), ook wel 'de twee tafelen der getuigenis' genaamd.
  • ze werden er door God zelf opgeschreven (Ex 31: 18; Ex 34: 1; Deut 4: 13; Deut 5: 22, Deut 9: 10)
  • bij de berg vindt de afgoderij van het gouden kalf plaats (Ex 32, Deut 9) Dat is reden voor Mozes om de stenen platen te verbrijzelen.
  • omdat God genadig is, moet Mozes opnieuw stenen platen uithakken en naar de berg brengen om door God te laten beschrijven.
  • de Tien Geboden in Ex en Deut verschillen bij een aantal voorschriften van elkaar. Dat komt bij de bespreking van de afzonderlijke geboden naar voren.

Verbond
De geboden horen bij het verbond dat God sluit met Israel. Bij verbond kunnen we het beste aan Hethietische vazalverdragen van die tijd denken. De machtige koning van het rijk van de Hethieten (13-de en 14-de eeuw vC) belooft zijn hulp en bescherming aan minder machtige stadsvorsten. Die zijn op hun beurt belasting en gehoorzaamheid en evt militaire hulp aan hem verschuldigd. Duidelijk is, dat zo'n verdrag niet gelijkwaardig is: de koning staat boven de stadsvorsten. Zo is het ook met het Verbond: God legt het volk Israel zijn wil op en verwacht dat het volk Hem terzijde staat, nl in Zijn strijd met de afgoden en het oprichten van zijn Rijk van recht en vrede. De geboden zijn dus geen expressie van een absolute, objektieve wet die slaafs is te voldoen. Ze horen bij een verbond, waarbij beide partijen zich aan elkaar toewijden en aanvaarden. Dit verbond staat of valt met het houden van de geboden. Als het volk de geboden nakomt, leeft het in Gods vriendschap en mag het de zegen van Zijn nabijheid verwachten. Als het volk de afspraken overtreedt, raakt de vrienschap beschadigd en is het onheil niet ver weg. Zo plaatsen de geboden de mens voor het aangezicht van God. Coram Deo. Hij moet gewetensvol leven.

Ark van het verbond
De hoge status van de tien geboden blijkt uit wat de bijbel vertelt:
  • ze werden door God zelf geschreven: ze zijn bekleed met het hoogste gezag.
  • de eerste twee geboden staan in de eerste persoon (Ik, Mij) en komen zo nog nadrukkelijker naar voren dan de volgende.
  • ze zijn geschreven op stenen platen (Hebr. loeach èven): ze staan vast, daar valt niet aan te tornen.
  • de stenen platen werden bewaard in de heilige ark of kist (Hebr. aroon)
  • de heilige ark op zijn beurt stond in het heilige der heilige van tabernakel en later tempel. Het is de plek waar God troont. Hij zetelt ahw op de wet en waakt erover.
Bij de verwoesting van Jeruzalem en de plundering van de tempel in 597 vC is de ark met de stenen platen verloren geraakt. Of al eerder? Het is nl opmerkelijk dat de ark niet vermeld wordt in de lijst van buitgemaakte tempelschatten (2 Kon 25).
De tien geboden waren wel zo bekend dat ze ook zonder stenen platen bekend bleven.

Aard en karakter
Het opschrift of de aanhef van de tien geboden luidt 'Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.' (Ex 20: 2 en Deut 5: 6)

De herinnering aan de bevrijding uit de slavernij maakt direct al duidelijk dat de geboden bedoeld zijn om de vrijheid te waarborgen. Wie de geboden niet in acht neemt, legt zichzelf en anderen weer vormen van slavernij op.
Als we de tien geboden opvatten als een soort verkeersborden, en ons voorstellen dat ze in een hele ruime kring staan, met de afbeelding naar het midden gericht, dan is die cirkel binnen de borden het woonerf waar het goed leven is.
De Tien Geboden zijn niet echt wetten. Definities van termen als echtbreuk enz ontbreken. Straffen worden niet genoemd. Allerlei levensterreinen (bv ziekte, handel, reizen, oorlog) worden niet behandeld. Het gaat vooral om basale, morele voorschriften die heel algemeen apodiktisch zijn geformuleerd: 'gij zult' of of 'gij zult niet'
Deze uitgangspunten, waarden en normen vragen in de praktijk om een nadere invulling waarbij van geval tot geval (casuistiek) bekeken wordt wat er gebeurd is, en welke straf daar bij hoort. Die aanvulling is ook gekomen: Zie bv de regels over vrijsteden in Num 35: 9 - 14. Daarin doet het OT wel denken aan de wetgeving van Hammoerabi (1795 - 1750 vC Babylon).

Ontwikkeling
Er zijn aanwijzingen die er op duiden dat de Tien Geboden oorspronkelijk korter waren geformuleerd en in de loop van de eeuwen van uitbreidingen zijn voorzien door geïnspireerde priesters (Deut 31: 9):

  • huis en rund van het tiende gebod veronderstellen dat Israel niet meer onderweg is, maar al in het land van belofte is aangekomen.
  • de toelichting op het tweede gebod is in de eerste persoon (want Ik), de toelichting op het derde en vierde gebod in de derde persooon (want de HERE)'.
  • de toelichting op het sabbatsgebod wijst in Ex naar de schepping, in Deut naar de uittocht uit Egypte.
  • in de Hebreeuwse grondtaal is soms een ongebruikelijke woordvolgorde (bv 'noch enige gelijkenis') die in het Nederlands is wegvertaald.
  • Ex 19 vertelt voorafgaande aan de tien geboden, dat Mozes de berg op gaat en daar met God spreekt. Dat gedeelte eindigt met 'Mozes ging terug naar het volk en bracht hun dit over.' (Ex 19: 25). Maar in de Hebreeuwse grondtekst staat het woordje 'dit' er niet. Daarom is het beter om te vertalen: 'Mozes ging terug naar het volk en zei tot hen...' En daarop volgt dan Ex 20: 1 'God sprak al deze woorden zeggende'.. Met daarna de eerste twee geboden, die opvallend genoeg in de Ik-Mij vorm worden overgeleverd (Ex 20: 1 - 6). Maw: het is of Mozes deze woorden letterlijk van God heeft gehoord. Zou dit de oerkern van de Tien Geboden zijn?


Perspectief van de man
De geboden stammen uit een paternalistische tijd. De man was het hoofd gezin, familie, stam, volk. Dat blijkt wel uit het zevende gebod (Gij zult niet echtbreken) dat in de casuïstiek zo werd toegepast, dat een man wel van zijn vrouw kon scheiden, maar omgekeerd een vrouw van haar man niet. In het tiende gebod (Gij zult niet begeren) is weer de man aangesproken: hij mag niet begeren de vrouw van zijn naaste. Dat omgekeerd een vrouw de man van haar naaste zou begeren, kwam kennelijk niet op bij Mozes.

Indeling
Overigens is de nummering van de tien geboden niet in alle tradities hetzelfde. Ga je uit van de werkwoorden, dan is het mogelijk om 'Gij zult geen andere goden hebben', 'geen gesneden beeld maken', 'voor die niet buigen' en 'die niet vereren' op te vatten als vier geboden. En 'gij zult niet begeren uws naasten huis' en 'gij zult niet begeren uws naasten vrouw' als twee geboden. Dan kom je uit op al met al 13 geboden.

Om toch op tien geboden uit te komen - want zo heten ze nu natuurlijk niet voor niets - vat men in de Roomse traditie 'geen andere goden' en 'geen beeld maken' 'en niet buigen' en 'niet vereren' op als één gebod, en heeft men twee geboden om 'niet te begeren'

In de Protestantse traditie vindt men het meer voor de hand liggen om 'geen beeld maken','niet daarvoor buigen' en 'die niet vereren' als één gebod op te vatten. Evenzo vat men 'gij zult niet begeren het huis van...' en 'niet begeren de vrouw van...'.als één gebod op. We vinden de protestantse telling het meest logisch en houden die in het vervolg aan.

       

Exodus 20: 1 - 17

Deut 5: 6 - 21

RKK 

Prot 

 

2 Ik ben de HEER

6 Ik ben de HEER

 

 

1

3 Vereer geen andere goden

7 Vereer geen andere goden.

1

1

2

4 Maak geen godenbeelden,

8 Maak geen godenbeelden

1

2

3

5a Kniel er niet voor neer

9a Kniel er niet voor neer

1

2

4

5b En vereer ze niet

9b En vereer ze niet

1

2

5

7 Misbruik niet de naam van de HERE

11 Misbruik niet de naam van de HERE

2

3

6

8 Houd de sabbat in ere

12 Neem de sabbat in acht

3

4

7

12 Heb eerbied voor uw vader en moeder

16 Heb eerbied voor uw vader en moeder

4

5

8

13 Pleeg geen moord.

17 Pleeg geen moord.

5

6

9

14 Pleeg geen overspel.

18 Pleeg geen overspel.

6

7

10

15 Steel niet.

19 Steel niet.

7

8

11

16 Leg geen vals getuigenis af.

20 Leg geen vals getuigenis af

8

9

12

17a Begeer niet het huis van uw naaste

21a Begeer niet de vrouw van uw naaste

9

10

13

17b Begeer niet de vrouw van uw naaste

21b Begeer niet het huis van uw naaste

10

10


De eerste vier geboden betreffen vooral de verticale dimensie: het religieuze leven met God. De volgende zes regelen vooral het horizontale: het sociale leven. Maar dit onderscheid is kunstmatig: het al dan niet nakomen van de eerste vier heeft een uitwerking op het sociale leven. Heel duidelijk is dat te zien aan het gebod om de zevende dag te rusten: knecht en dier moeten dan ook rust krijgen. En omgekeerd: het al dan niet doen van de sociale geboden heeft gevolgen voor de zegen van Boven. Het vijfde gebod laat dat duidelijk zien: aan je ouders eren is de zegen van een lang leven in het beloofde land verbonden.

Andere volgorde
In Mc 10: 19 (parr Mat 19: 18 en Luc 18: 20) zegt Jezus tegen de rijke jongeling dat hij zich aan de geboden moet houden om het eeuwige leven te beërven. Dan noemt Hij: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ Dat zijn de zes horizontale geboden. Opvallend is de volgorde: Jezus noemt achtereenvolgens het zesde, zevende, achtste, negende, tiende (?) en als laatste merkwaardig genoeg het vijfde gebod. Lag de volgorde van de tien geboden toen nog niet vast?

Andere regels OT
In de Torah vinden we 613 voorschriften: 365 verboden en 248 geboden. De kerk heeft die over besnijdenis, offers en de tempel niet overgenomen. Want:

  • het evangelie zegt dat het niet meer uitmaakt tot welk volk je behoort. Dan is een besnijdenis als merkteken niet meer nodig.
  • het evangelie verzekert dat de verzoening door Christus tot stand is gekomen. Dan zijn offers, tempels, priesters enz overbodig geworden.

Maar vele andere regels en voorschriften, bv over sabbatsjaar en jubeljaar zijn binnen de kerk helaas wel erg gemakkelijk aan de kant geschoven. Daarmee is ook het doel dat ze beoogden buiten het zicht geraakt. We doen er goed aan die verwaarloosde geboden in ere te herstellen. De waarden en normen waarvan ze getuigen kunnen vandaag opnieuw inspireren om bv de schepping een adempauze te gunnen.

De vele regels en voorschriften waren aanleiding tot de vraag: waar komt het nu eigenlijk op aan? Jezus gaf op die vraag het antwoord dat bekend staat als het grote gebod dat wij God zullen liefhebben met al wat in ons, en onze naaste liefhebben als onszelf.

Andere regels NT
In het NT vinden we vooral in de brieven vele geboden (bv eert de overheid - Rom 13) en verboden (dronkenschap, wellust, losbandigheid -1 Pe 2). Het is voor de kerk duidelijk dat het evangelie van de vrijheid niet mag uitlopen op een losbandig, zedeloos leven. Jezus is niet gekomen om de wet te ontbinden, maar om die te vervullen.

Verder lezen we in Hand 15: 20 dat de jonge kerk besloten heeft, dat gelovigen van niet-Joodse afkomst 'zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf' (Hand 15: 20). Een regel die we trouwens niet bij Paulus terugvinden (Gal 2: 11 - 20). Dat is merkwaardig want door hem was de discussie over de wet juist ontstaan. Paulus verzette zich tegen het opleggen van besnijdenis en andere regels aan de gelovigen met een niet-Joodse afkomst. In 1 Kor 8 stelt hij dat het eten van vlees dat aan afgoden geofferd is, gerust kan tenzij men er andere gelovigen mee in gewetensnood brengt.

Belang
De tien geboden zijn voor christenen altijd belangrijk gebleven. Weliswaar was 'de wet' vervuld, en wist men van vergeving, genade en het leven in de vrijheid van de Geest. Maar zonder de tien geboden kan een volk niet functioneren en een kerk evenmin. De geboden goed uitgelegd en toegepast dienen om het leven bij de vrijheid te bewaren en mogelijk te maken. Het evangelie maakt nu eenmaal niet de regels overbodig. Het ontkent alleen het verdienstelijk karakter van het naleven ervan. Wie gelooft mag weten dat hij niet op zijn gedrag wordt afgerekend. Hij mag van genade en uit de vergeving leven. Zo maakt het evangelie een einde aan alle hoogmoed van mensen die het in eigen ogen heel goed doen. En aan alle mismoedigheid van mensen die er in de ogen van de hoogmoedigen (en voor hun eigen gevoel) niets van terecht brengen.

Mondelinge Torah
Volgens de Joodse traditie ontving Mozes niet alleen de tien geboden incl de Torah (Gen t/m Deut) maar ook een mondelinge boodschap. Die bevatte allerlei nadere bepalingen en toepassingen van de geboden. Die mondelinge Torah zou via Jozua en de voorvaderen (Abot) vele andere generaties overgeleverd en voortdurend geactualiseerd zijn, zich voortzettend in de overleveringen van Farizeeën en hun opvolgers de Rabbijnen. Een schriftelijke neerslag van hun werk is de Misjna en Talmoed.
Omdat de wereld waarin wij leven voortdurend verandert, blijft de mondelinge traditie zich ontwikkelen. Men wil op steeds weer nieuwe vragen een antwoord vinden, dat op een of andere manier spoort met de bijbelse wetgeving.

Deze mondelinge traditie heet ook wel een 'omheining om de Torah' die de gelovige Jood beschermt voor overtredingen. Door zich aan de mondelinge Torah te houden blijft hij binnen de veilige ruimte van Gods wet.

Voor een bespreking van de afzonderlijke geboden, zie het menu
 

terug