GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Uit de godsdienstpsychologie

tekst

Veel mensen hebben (soms) heel sterk het gevoel dat God bij hen is, dat er wel iets moet zijn, dat bidden of mediteren je bij God brengt, of dat je soms boven jezelf wordt uitgetild. Anderen getuigen van mystieke ervaringen, van bijzondere dromen, of van even in de andere wereld geweest te zijn (bijna-dood-ervaringen). De bijbel vertelt van mensen die engelen zagen, verschijningen van de opgestane Christus meemaakten of een goddelijke boodschap ontvingen (profeten).

Zulke ervaringen zijn er wereldwijd, alle eeuwen door. Er is geen goede reden om al deze ervaringen bij voorbaat als onwaar aan de kant te schuiven of voor iets anders te houden en weg te verklaren. Dat doe je bij andere ervaringen ook niet tenzij je enorm sceptisch bent en aan alle vormen van ervaring en waarneming twijfelt. Alleen als het aannemelijk is dat de schijn je bedriegt kun je een andere verklaring voor relligieuze ervaring zoeken. Maar het uitgangspunt moet zijn dat de religieuze ervaringen authentiek zijn. De meest voor de hand liggende verklaring is dat er inderdaad zoiets is als een God die op de meest uiteenlopende manieren zich aan mensen openbaart.

Dat deze ervaringen in de westerse cultuur minder vaak voorkomen heeft onder andere te maken met de sterk rationele instelling die mensen erop nahouden. Verstand en denken worden bij ons van jongsaf aan gestimuleerd en onze cultuur is er een van meten is weten, van harde feiten en zakelijkheid. Maar iets van God ervaren lukt niet door denken, onderzoeken, testen en concluderen. Dat levert neutrale, objectieve kennis op die heel nuttig kan zijn, maar het brengt je niet bij God.
Er is echter ook een andere vorm van kennis opdoen, nl participerend deel uit maken van de werkelijkheid door te luisteren naar wat je gevoel je zegt, naar wat er in je hart en ziel opkomt. Er is een zekere ontvankelijkheid nodig. Als je niet open staat voor verrassingen gebeurt er weinig.

Daarom is het zo oppassen met Godsbeelden. Enerzijds willen ze je de weg wijzen naar God, maar ze kunnen diezelfde weg ook blokkeren. Wil je iets van God ervaren, moet je je rationele voorstellingen van God ahw tussen haakjes kunnen zetten om je te laten verrassen door iets van God zelf.

Psychologisch onderzoek laat zien dat religieuze ervaring zich in een bepaald hersengebied afspeelt. Het heeft dus met chemische processen in je hoofd te maken en met stroompjes die er lopen. Anders dan wel eens gedacht is dat natuurlijk geen bezwaar tegen religieuze ervaringen. Want al onze ervaringen gaan gepaard met chemische stofjes en electrische spanningen. Zonder deze dingen kunnen we überhaupt niets waarnemen. Religieuze ervaringen zijn niet onwaar of verdacht als ze ook langs deze weg tot stand komen. Het is niet meer dan logisch dat het hier ook zo werkt.

Ondertussen is het onderzoek al weer verder. Bij proefpersonen werd een helm opgezet waarmee diezelfde ‘god-gevoelige’ gebieden van hun hersenen werden geprikkeld. Gesteld dat het zou lukken, zou je dan kunnen zeggen dat God enkel bestaat ‘in de hersenpan’ en religieuze ervaring niet door een God van buitenaf wordt opgeroepen? Natuurlijk niet. Vergelijk het met een test waarbij de hersenen van de proefpersoon worden geprikkeld om een heerlijke maaltijd te zien, ruiken en proeven. Dat bewijst toch niet dat er in het echt geen heerlijke maaltijden bestaan?