GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Van een andere orde

Jes 29: 16

Van een andere orde
Niets of niemand is God. Hij is anders dan alles wat bestaat. Want mensen, planten en dieren, aarde, wind, vuur en water, de zon, maan en sterren, de zwaartekracht, licht en magnetisme en wat we verder maar aantreffen in onze werkelijkheid, dat neemt allemaal een kleine of grote plek in, en bestaat een korte of langere tijd. Dat kun je van God niet zeggen. Hij is de Schepper van de ruimte en de tijd en van alle dingen die daarin voorkomen. Omdat hij het wil, is het er allemaal, alles is afhankelijk van hem.

Bijbelse voorbeelden om dit te begrijpen
In een visioen heeft de profeet Jesaja God gezien en in die confrontatie beseft hij het grote verschil tussen God en mens. ‘Wee mij’ roept hij uit als hij tegenover de heiligheid van God zijn eigen onreinheid ziet. (Jes 6: 1-7).

Later zegt Jesaja “Kan het maaksel over zijn maker zeggen: ‘Hij heeft mij niet gemaakt’? Of het aardewerk over de pottenbakker: ‘Hij brengt er weinig van terecht’?” (Jes 29:16) De beeldspraak van de pottenbakker vinden we oa bij Jeremia (Jer 18) en Paulus (Rom 9: 20) terug. Er is geen gradueel verschil tussen het aardewerk en de pottenbakker, alsof het aardewerk toch wel wat van de pottenbakker heeft. Het verschil is niet kwantitatief, maar kwalitatief, oneindig. Een pottenbakker is van een compleet andere orde dan de aarden kruik die hij maakte.

Paulus zegt “Het was Gods bedoeling dat ze hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien hij van niemand van ons ver weg is. Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.” (Hand 17: 27-28)  Een vis leeft en beweegt en is in het water maar weet daar zelf niets van. Hij heeft zelfs niet door dat hij nat is. Zo is een mens en alles wat bestaat in God, zonder Hem op te merken (totdat God hem aan de jas trekt).

God is trans-cendent (alles overstijgend)
God omvat de ruimte (hij is alomtegenwoordig) en omvat de tijd (hij is altijdig). Alles bestaat in en door Hem. Hij is het pure zijn dat aan alle dingen aanzijn geeft. Al wat is laat hij bestaan en al wat gebeurt laat hij geschieden. Hij is van een fundamenteel andere categorie. Daarom hoort bij God het woordje zijn. Bij de schepping het woordje bestaan. Je kunt dan ook beter niet zeggen dat God bestaat. Want dan krijg je al gauw vragen als: waar is hij dan? en hoe oud is hij? Natuurlijk bedoel ik niet dat je moet zeggen dat God niet bestaat. Maar zeg liever ‘God is’. Want bestaan is iets voor de dingen die geschapen zijn.

Jahweh
De naam van Israels God is Jahweh. Dat is wel eens vertaald met ‘Hij die is’ of ‘De Zijnde’. Dat laat zich goed verbinden met het pure zijn van de transcendente Schepper-God en filosofische theorieën. Maar de juiste vertaling is: ‘Ik zal er zijn’. Dat betekent dat God niet alleen de hoge, verheven, hemelse Schepper is, maar ook dat hij zich in onze wereld, in onze levens meldt. Hij is er bij.
Deze nabijheid is geen immanentie alsof God in alle dingen verblijft of woont, zoals het pantheïsme aanneemt. God kan zijn nabijheid ook terug nemen zoals het volk Israel ervaarde, toen het vele jaren ver van huis in Babel doorbracht. En zoals wij wel eens gemerkt als we ons van God verlaten voelden (Ps 22). We moeten daarom maar liever niet zeggen dat God overal is. De bijbelse boodschap is dat God zich overal kan melden. Zelfs in onze moeilijkste omstandigheden. Daar is Hij niet te hoog en te verheven voor. Hij ontfermt zich zelfs graag over zijn mensenkinderen. In de taal van de bijbel: dan laat hij zijn aangezicht over ons lichten. Dan voelen we ons weer in het licht gezet, alsof de zon opnieuw over ons opgaat. Deze nabijheid heet ook wel condes-dendentie.
De bijbelse God is zowel ver, hoog en verheven als nabij, laag en menselijk.

Aantekeningen

Share on facebook
Share on linkedin
Share on reddit
Share on tumblr
Share on whatsapp
Share on skype
Share on email
Share on print