GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Verzoening

2 Kor 5: 20

Eén woord, twee betekenissen
In veel talen zijn er twee woorden voor wat in onze taal verzoening heet.

  • Het ene betreft verzoening die in de cultus tot stand komt. Dan gaat het om offers als boetedoening om de schuld te delgen. Duits: Sühne, Engels: Atonement; Frans Expiation; Latijn: Expiatio; Grieks: Hilasmos.
  • Het andere woord is in gebruik voor verzoening in het profane leven: een ruzie die wordt bijgelegd, vijanden die vrienden worden. Duits: Versöhnung, Engels en Frans: Reconciliation, Latijn: Reconciliatio, Grieks: Katallagè

De moeilijkheid is dat we in het Nederlands één woord voor allebei hebben: verzoening. Waar we dit aantreffen in het Nieuwe Testament kan het dus een vertaling zijn van Hilasmos, maar net zo goed van Katallagè. Daardoor ontstaat gemakkelijk verwarring en krijgen we niet goed mee wat de bijbel ons wil zeggen. We halen ze daarom uit elkaar en bespreken ze afzonderlijk.

Verzoening (cultisch)

Achtergrond
In de landen om Israel heen was verzoening met de goden mogelijk door het brengen van offers. Daarmee kun je de goden weer gunstig stemmen. Ik geef opdat jij geeft (do ut des).

In Israel is het precies omgekeerd. Daar zijn de offers het geschenk van God aan mensen. Wie een offer brengt doet dat niet om God op andere gedachten te brengen. Door een offer te brengen geeft de offeraar aan dat hij zich zijn falen en tekort realiseert. En hij is dankbaar dat God niet zijn leven vraagt, maar iets van zijn bezit – het offer van een dier laat gelden als verzoening voor zonde. Dat wist zijn schuld en tekort uit. Zo vindt hij vergeving: God is hem genadig. Hij mag in zijn leven weer de zegen van God verwachten.

Wat is het aantrekkelijke van een offer? Een offer doet pijn. Je wordt dan wel niet zelf geofferd, maar iets van jouw bezit : een dier – en niet het eerste het beste, maar een gaaf dier –  wordt geslacht. Dat raakt je in de portemonnee, zeggen we tegenwoordig. En op een bepaalde manier is dat goed. Je wilt toch een beetje gestraft worden. Want door die pijn weet je dat de zonde echt geboet en uit de wereld is. Dat dringt zo veel meer tot je door, dan wanneer de priester enkel zou zeggen “ga heen, en zondig niet meer”.

Hebreeën
In het Nieuwe Testament heet Jezus een paar keer ‘verzoening’ in de cultische zin van zoenmiddel, genoegdoening of offergave die schuld en tekort delgt (Heb 2: 17; Rom 3: 25; 1 Joh 2:2 en 4:10). Daarmee geven de schrijvers aan dat onze schuld is geboet en de zonden  vergeven zijn. God is ons genadig. We kunnen opgelucht adem halen en met een goed geweten leven.

Vooral Hebreeën werkt dat uit: Jezus wordt gepresenteerd als hogepriester bij God in de hemel om daar de zonden van het volk te verzoenen (2: 17) nl. door voor hen te pleiten (9: 25). Dat kan omdat hij een betere hogepriester is dan de gewone (7: 27). Hij gaf zichzelf als een smetteloos offer (9:14; 10: 12). Maw wij hoeven geen offers als boetedoening meer in de tempel te brengen; Jezus staat voor ons in bij God.

Beoordeling
Verzoening in cultische zin spreekt ons niet direct aan. De wereld van priesters, tempels en offers is ons vreemd geworden. De symboliek ontgaat ons. Alleen als we uitleg bij krijgen kunnen we ons er in verplaatsen en de waarde ervan op het spoor komen.

Verzoening (cultisch) heeft iets van een transactie. Het is zakelijk, onpersoonlijk. Het lost het probleem van de zonden op: die zijn vergeven, de schuld is geboet, de dood is overwonnen. Dat kan een grote opluchting zijn voor wie daar onder gebukt gaan.
Van het onderliggende probleem
– de verkeerde mentaliteit waardoor de mens een zondaar is – helpt het ons niet af. Wie over zichzelf inzit en zich afvraagt ‘hoe word ik ooit zondaar af?’ vindt hier geen antwoord.
Voor mensen echter voor wie dit een luxe vraag is, omdat hun leven elke dag in het teken van overleven staat, is deze verzoening van grote waarde: het biedt hun uitzicht op verlossing.

Het zakelijkje karakter vergroot de kans dat we deze verzoening begrepen of onbegrepen maar voor kennisgeving aannemen, zonder dat het ons echt verandert.

Er gaat ook iets verloren: een offer moest een beetje zeer doen om de offeraar ervan te doordringen dat het echt vergeven en vergeten is. Maar die pijn is er niet meer omdat de verzoening van Jezus alle offers overbodig maakt. Dan kan er toch onzekerheid ontstaan bij de gelovige: is het wel echt in orde tussen God en mij? Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat er in de kerk altijd weer bewegingen zijn opgekomen die opriepen tot boete, ascese en zelfkastijding zoals de flagellanten of geselbroeders.

Verzoening (sociaal)

Achtergrond
In het sociale leven van mensen onder elkaar gebeurt het regelmatig dat er misverstanden en conflicten zijn. Buren, collega’s, vrienden of huwelijkspartners komen als vijanden tegenover elkaar te staan. Dat kan alleen maar opgelost worden als beide partijen niet alleen naar de stem van hun teleurstelling en woede luisteren, maar zich ook hun gedeelde verleden met de jaren van goede betrekkingen, vriendschap en liefde herinneren. In dat licht verliezen conflicten en misverstanden veel van hun gewicht. Die kunnen uitgepraat en bijgelegd worden en daarmee is de relatie hersteld.

Paulus
Het is vooral Paulus die op deze manier over de betekenis van Jezus heeft gedacht. In zijn visie is de relatie tussen God en mensen verbroken geraakt. Dat ligt niet aan God, maar aan ons: wij leven ahw de verkeerde kant op, bij God vandaan. God onderneemt een ultieme poging om ons weer bij zich terug te brengen. In Jezus komt hij in onze wereld en bewijst ons zijn liefde. Die liefde gaat tot het uiterste als Jezus sterft aan het kruis. Door dit betoon van liefde neemt God ons voor zich in (Rom 5: 8). Wij laten ons verzet varen. God wint ons terug. Ipv vijandschap is er nu vrede (Rom 5: 1)

Paulus schrijft dus niet: God verzoent zich met mensen (alsof God veranderen moet; wij zijn de weg kwijt), maar: God verzoent met zich mensen (die van hem vervreemd zijn) (2 Kor 5: 18-19)

Wat is er dan met mijn zondige ik gebeurd? Het is weg. Het is ahw met Christus meegekruisigd en begraven (toen ik door de grond ging bij het horen van het sleutelverhaal)
Wat leeft er dan voortaan in mij? Een nieuwe bezieling: de Geest van Christus. (Gal 2:20). Ik leef niet steeds verder van God af, maar verbonden met God. Niet vijandig, maar in vrede. Zo heeft God de verhouding hersteld en verzoening bewerkt door Jezus.

Plaatsvervanging
Jezus kreeg aan het kruis wat wij in onze  vervreemding van God over onszelf afroepen (onheil, dood). Wij krijgen wat hij als rechtvaardige zou moeten krijgen (geluk en leven). Er is sprake van een merkwaardige ruil en plaatsvervanging. We komen diep onder de indruk van Jezus die dit voor ons en alle mensen wilde doen (1 Kor 15: 3; 2 Kor 5: 21). We voelen ons beschaamd en dankbaar tegelijk.
Het is dit besef, dit geloof dat ons rechtvaardig maakt voor God (Rom 4). (Daarmee komen we in een ander taalveld: de wereld van de rechtbank > juridische beeldspraak)

Beoordeling
Verzoening als herstel van relaties is een heel toegankelijk en sterk beeld. Wij voelen direct aan waar het om gaat en wat er op het spel staat.

Deze verzoening gaat verder dan het delgen van schuld; het bewerkt een verandering in onszelf. Wij worden er andere mensen van. Niet langer onderhevig aan de zonde, maar onder invloed van de goede Geest van God. Niet langer zondaar, maar heilige. Weliswaar vallen we ook telkens terug in oude patronen en verkeerd gedrag, maar even zo vaak mogen we ook opnieuw beginnen.
Voor wie elke dag in het teken van overleven staat, is deze verzoening niet zo interessant. Maar voor mensen die de luxe hebben om over zichzelf na te denken en aan zichzelf en de omgeving te werken, ligt dat anders.

Deze verzoening spoort ons aan om voor de vrede en de gerechtigheid te gaan. Om goede verhoudingen met elkaar en alle mensen na te streven. Dat kost offers van tijd, geld en energie. Dat is onvermijdelijk, verzoening komt nu eenmaal niet vanzelf tot stand. Iemand moet daar zijn best voor doen en het initiatief in nemen. Als het goed is wachten christenen niet tot anderen als eerste over de brug komen maar gaan ze daarin zelf voorop. Zo zet het verzoenende werk van God in Jezus zich voort en breekt in deze wereld iets van zijn koninkrijk door. Gods nieuwe wereld laat zich zien waar vrede en goede verhoudingen tot stand komen.