GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Verlossing en Losprijs

Mc 10: 45

Losprijs
Het gebeurt wel eens dat iemand wordt ontvoerd en pas na het betalen van veel geld – de losprijs – wordt vrijgelaten. In de klassieke oudheid kwam het voor dat mensen door armoede zichzelf en soms ook hun kinderen tot slaaf moesten verkopen. Hun familie en vrienden konden proberen hen terug te kopen door een losgeld aan te bieden aan de eigenaar van de slaven.
In Israel mocht een volksgenoot niet tot slaaf worden gemaakt. Men wist uit ervaring (Egypte) hoe erg dat was. Bij schulden was het dan zo geregeld dat iemand zich voor een bepaalde tijd verpandde aan zijn schuldeiser. Hij zou dus na verloop van tijd vanzelf weer vrij komen. Maar zijn familie kon hem ook eerder uit zijn semi-slavenbestaan vrij kopen door een losgeld aan de schuldeiser te betalen.

Jezus
Nav een discussie onder zijn discipelen zegt Jezus dat wie de grootste en belangrijkste wil zijn een dienaar moet zijn. Dan wijst hij op zichzelf: “want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.” (Mc 10: 45; Mt 20: 28).

Om welke bevrijding gaat het?
Het gaat nu niet letterlijk om het vrijkopen van slaven. Jezus doelt op de bevrijding uit een andere slavernij: het leven onder het juk van de wet: honderden geboden en verboden om na te leven.  En telkens weer vaststellen dat je daarin bewust of onbewust te kort schiet en faalt. Je staat rood: je hebt schuld en dat wordt meer. In het verlengde daarvan doemen dood en oordeel op. Zo eindigt een gewetensvol leven geleidelijk aan in een bestaan waaruit alle vreugde verdwijnt.

Paulus ziet de bevrijding dan ook vooral in de vergeving van overtredingen (Ef 1: 7 en 14), zonden (Kol 1: 14), van ongerechtigheid (Titus 2:14) maar ook – op het einde der tijden – in de verlossing van ons sterfelijk lichaam (Rom 8: 23).
Petrus, schrijvend aan christenen van niet Joodse komaf, betrekt de verlossing  op hun voorchristelijke, heidense leven dat hij zinloos noemt (1 Pe 1: 18).
Hebreeën ziet de verlossing in het verzoenen van de overtredingen van het eerste verbond (Hebr 9: 12-15).
Bij Lucas heeft de verlossing ook betrekking op bevrijding van politieke, onderdrukkende macht (Luc 1: 68; 2: 38; 24: 21) die op het einde der tijden zal komen (Luc 21: 28).

Losgeld
Hoe zou je onder het juk van de wet en de gevolgen van zonde uit kunnen komen? Van oudsher zijn er de middelen van berouw, offers, lijden en dood. Die wegen op tegen schuld en delgen het tekort. De dood van een martelaar (2 Makk 7: 37-38) of van een rechtvaardige (Jes 53: 4-10) weegt zelfs zwaarder dan die van een ander. Dit heeft Jezus als zijn weg gezien: als een rechtvaardige zichzelf te geven als een losprijs voor velen.
Op andere plaatsen heet het dat God de gelovigen verworven heeft (Hnd 20: 28; Ef 1: 14, 1 Pe 2: 19, Hebr 9: 12).

Kostbaar
Leven is niet met geld te koop (Ps 49: 8-10; vgl Mc 8: 37). Jezus betaalt dan ook niet met geld, maar met het kostbaarste dat hij heeft: zijn leven, zijn bloed. Buitengewoon kostbaar in zijn geval omdat het van iemand is die volkomen onschuldig is. Op tal van plaatsen in het Nieuwe Testament wordt dit benadrukt: 1 Pe 1: 18 (kostbaar bloed van een lam zonder smet of gebrek); Hnd 20: 28 (bloed van zijn eigen Zoon), Heb 9: 14 (een offer zonder smet) Joh 1: 29 (lam van God).

Aan wie betalen?
Er is wel eens gedacht dat het offer van Jezus aan de duivel wordt betaald. Die zou dan geen recht meer hebben om zondaars nog langer vast te houden in zonde en schuld. Maar als Jezus met zijn leerlingen spreekt over zijn weg van lijden en kruis, en ze hem daarvan willen weerhouden, ziet hij daar het werk van satan in (Mc 8: 33). Maw: die wil juist voorkomen dat er losgeld wordt betaald. Het losgeld wordt dus aan God betaald, bij wie de mensen ‘rood staan’.

Leven geven ‘voor velen
Dat is een ‘Hebraïsme’ – een Joodse manier van spreken. Wij zouden eerder zeggen: voor ‘allen’. Maar allen is niet per se heel veel. In het geval van dagen in de week is alle slechts zeven. Maar vele dagen kunnen er honderden, duizenden zijn of nog meer, zelfs alle. Een losprijs voor velen is dus heel ruim bedoeld: Jezus heeft alle mensen op het oog.

De nieuwe vrijheid
Door de losprijs van Jezus hoeven we ons niet langer slecht te voelen en gebukt te gaan onder het besef dat onze schuld alleen maar groter wordt. We zijn in aanraking gekomen met Jezus die zichzelf gegeven heeft. We zijn van ons stuk gebracht door een liefde die voor ons (schuldenaars) tot het uiterste gaat. En dat namens God.
Als dat echt van God komt, en dat geloven we, dan verliest de wet zijn klem. Die hoeven we niet als dat zware juk weer op te pakken. En over dood en oordeel, de gevolgen van zonde en schuld, hoeven we ook niet meer in te zitten. Dood is niet voorgoed uitgewist worden, maar bewaard blijven. Het oordeel zal vrijspraak betekenen.
Zo zijn we bevrijd van de slavernij, van het juk der wet, van het zinloze. Voortaan vrij, bevrijd tot een leven van geloof, hoop en liefde. Geheiligd voor een leven toegewijd aan de levende God (Heb 9: 14), vol ijver om het goede te doen (Titus 2:14).

Beoordeling
De metafoor van de losprijs heeft een zakelijke achtergrond. Dat laat zich moeilijk combineren met een echte relatie van liefde tussen God en mens. Als die verstoord raakt – en dat gebeurt – spreken andere beelden meer aan. Bv de band herstellen door verzoening: spijt, berouw, vergeving vragen en schenken.

Maar vaak is je relatie met God en anderen geen zuivere liefdesrelatie. Er kleeft ook iets zakelijks aan (voor wat – hoort wat, straf – beloning). Dan past het beeld van losprijs heel goed. Wie zich slecht en schuldig voelen, horen hier de bevrijding klinken zoals de hoeren en tollenaren in de tijd van Jezus: iemand heeft voor ons de losprijs betaald. En wellicht besef je iets van de grote liefde waaruit Jezus dat heeft gedaan. Dan ga je het zakelijke uit je omgang met God en anderen zuiveren om er echte, vrije, wederkerige relaties van te maken.

Wie niet goed tot relaties in staat is, kan niet echt geraakt worden door woorden van verzoening. Dan is het fijn dat er ook deze zakelijke  beeldspraak is: er is een losprijs betaald, je bent vrij.

Kalavrita
Dat iemand zijn leven geeft voor anderen gebeurt een heel enkele keer. Een mooi voorbeeld is wat er december 1943 in Kalvavrita (Griekenland) gebeurde. In die streek was veel verzet tegen de Duitse bezetters. Als strafmaatregel werd dat dorpje compleet verwoest. Vrouwen en kinderen werden in een schoolgebouw opgesloten. Dat zou in brand gestoken worden en daarbij zouden ze allen omkomen. Een Duitse soldaat vond dat te ver gaan. Hij stootte met de kolf van zijn geweer de achterdeur open zodat ze konden ontkomen. Maar hij moest het met zijn leven betalen.

 

Share on facebook
Share on linkedin
Share on reddit
Share on tumblr
Share on whatsapp
Share on skype
Share on email
Share on print