GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Vergeving

Mat 6: 12

Sociale leven
Jezus’ dood heeft met vergeving te maken. Met die term verlaten we de wereld van de slavenmarkt en komen we op het terrein van het sociale: een ruzie tussen twee vrienden kan worden bijgelegd door het betuigen van spijt en berouw, door vergeving te vragen en te schenken. Daarmee wordt de relatie hersteld. Deze vergelijking levert waardevolle gezichtspunten op om de betekenis van Jezus’dood te verstaan.

Breuk
Hoe zou God je zijn vriendschap, goedheid en zegen kunnen geven als je dingen doet die ingaan tegen zijn wil en bedoelingen? Daarom is zonde zoveel meer dan een overtreding: het veroorzaakt een breuk in je relatie met God.
Pas wanneer je de vriendschap met God mist, besef je wat er gebeurd is. Eerst had je alleen spijt van een verkeerde daad, maar nu besef je dat je God kwijt bent en misschien wel tegen je hebt. Je vreest te leven onder Gods toorn (Ps 38). Alles wankelt. Dat is berouw.

Herstel
Ging het om enkel de overtreding, dan zou je met een boete of schadevergoeding kunnen volstaan om ‘het weer goed te maken’. Maar het gaat om meer: om een breuk in de relatie. Hoe zou jij die moeten repareren? Jij bent niet in de positie om dat af te dwingen. Als het weer goed komt, zal het van de andere kant moeten komen: God moet over zijn hart strijken en in zichzelf redenen vinden om met jou verder te willen.
Het Oude Testament houdt ons voor dat God genadig is (Ex 34: 6-9). Zijn liefde voor mensen wint het keer op keer van zijn teleurstelling om hun slechte gedrag. David ervaart het als een grote opluchting dat God toch met hem verder wil (Ps 32).

Jezus
Jezus vergeeft een verlamde man (Mc 2: 1-6) en een ‘zondares’ (Luc 7: 36-50) hun zonden. Wanneer ze hem eerder slecht hadden behandeld, zouden we ons kunnen voorstellen dat hij zoiets zou zeggen als “vooruit, ik zie dat je er spijt van hebt, zand erover”. Maar er is niets tussen hen voorgevallen. Jezus zegt hun vergeving toe namens God. En daarover verbaast men zich, want wie kan vergeven dan God alleen? Een terechte vraag. Wanneer je niet gelooft dat in Jezus God zelf gekomen is, is zijn vergeving een godslasterlijk gebeuren (Mc 2:7).

Maar dit heeft Jezus als zijn roeping gezien (Luc 4: 18): om de band tussen God en mensen te herstellen. Om vergeving toe te zeggen. Hij luidt de nieuwe tijd in waarin God inniger dan voorheen met de mensen verbonden zal zijn (Jer 31: 31-34).

Waar is dan het reinigings- of hersteloffer dat volgens het Oude Testament bij vergeving gebracht moest worden? Waar het bloed dat bij het sluiten van een verbond moest worden gesprenkeld over altaar en volk? Daarvoor wijst het evangelie op Jezus: hij is het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt (Joh 1: 29). Door dit ene offer zijn alle andere overbodig geworden (Heb 10: 18).

Bidden om vergeving
Wie in Jezus gelooft, leeft in vriendschap met God. Natuurlijk (helaas) doe je nog steeds dingen die niet bij die vriendschap passen. Maar wanneer je dat betreurt en terugverlangt naar een goede relatie met een ‘ Vader in de hemelen’ mag je ook om vergeving bidden. Dat is toch wat een vader doet: zijn kinderen vergeven? Het is niet voor niets een bede in het onze Vader. En vervolgens mag je geloven dat je vergeving krijgt en je band met God vernieuwd wordt.

Je zult vast nog wel eens terugdenken aan de grote fouten in je leven en je daarvoor schamen. Want vergeven en vergeten dat lukt ons niet. Zo vergeven kan God alleen: hij komt er niet op terug. Voor hem is veel belangrijker dat hij weer met jou verbonden is. Daarom wil hij voor lief nemen wat van jou zo lief niet was. Hij bedekt het met de mantel der liefde. En als God er zo mee omgaat, dan moeten wij onszelf er ook niet mee blijven plagen door het telkens weer op te rakelen.

Elkaar vergeven
In het onze Vader leert Jezus ook dat wij elkaar zullen vergeven (Mat 6: 12). In het onderling vergeven spiegelt zich hoe God ons vergeven heeft. In de gelijkenis van de onbarmharige knecht (Mat 18: 21-35) maakt Jezus heel duidelijk dat wanneer je je schuldenaars niet vergeeft, je Gods vergeving verspeelt en zijn toorn of woede over je afroept.
We horen dus geen wraak te nemen als Lamech die pralt dat hij geen zeven keer maar 77 keer wraak neemt (Gen 4: 23-24). We horen ook niet evenredig te vergelden (oog om oog, tand om tand). 
Het is dan ook geen goede vraag van Petrus hoe vaak we elkaar zullen vergeven. God doet dat eindeloos vaak. Dan zullen wij daarin ook royaal zijn. Niet zeven keer zoals Petrus voorstelt, maar zeventig maal zeven keer. Dat betekent in dit verband niet 490, maar zo vaak dat je de tel kwijt raakt. Een mens van liefde denkt niet meer in getallen en evenredigheid. Hij gaat uitbundig te werk. Nog uitbundiger dan Lamech zelfs, maar dan in het vergeven.

Ongevraagd vergeven?
Dezelfde gelijkenis maakt ook duidelijk dat vergeving schenken volgt op het vragen om vergeving. De opdracht om te vergeven betekent niet, dat je als gelovige al het kwaad dat je van mensen ondervindt niet erg vindt en maar ‘laat zitten’. Als er geen vraag om vergeving komt valt er niet te vergeven. In zo’n geval is er de opdracht om geen wraak te nemen en om voor je vijand te bidden (Mat 5: 38-45). Een moeilijke opdracht omdat je heel wat weerstand bij jezelf moet zien te overwinnen. Maar wel goede raad, want daarmee voorkom je dat je van binnen verbittert en verhardt. Een mooi voorbeeld daarvan is ‘het napalmmeisje’ Kim Phuc. ‘Ik wil niet vasthouden aan mijn haat’ zegt ze in een interview.

Opdracht van de kerk
Het behoort tot de missie van de kerk om mensen bekend te maken met de liefde van God en hen op te roepen in zijn vriendschap te gaan leven (Joh 20: 23). De christelijke gemeenschap heeft ook de moeilijke en gevoelige taak om vast te stellen wat wel en niet zonde is en in bijzondere gevallen de leden aan te spreken op hun gedrag (Mat 18: 15-18).

Onvergeeflijk
God wil en kan alles vergeven, zelfs lasterlijke woorden over God en Jezus. Er is volgens Jezus één uitzondering: voor zonde tegen de heilige Geest bestaat geen vergeving. (Mat 12: 31v). Wat daarmee bedoeld is vind je in de bijbelstudie over dit gedeelte. Als je erover inzit of je tegen Gods Geest gezondigd hebt, dan is het antwoord nee. Je ongerustheid geeft nl al aan dat je besef hebt van zonde en van vervreemd zijn van God. Iemand die tegen de heilige Geest zondigt heeft daar geen last van. Die heeft zich opgesloten in zichzelf en zit ahw potdicht voor God. Die wil niet anders. Dat is onvergeeflijk want hij komt niet tot inkeer en berouw. God kan toch niet zijn koppige wil overrulen en hem tegen zijn zin vergeven?