Inclusief taalgebruik

Inclusief taalgebruik
Als we God voornamelijk als man, vader of koning voorstellen, zullen vele vrouwen en LHBTQ-ers zich afgewezen voelen. Maar ook woorden als 'blinden' of 'slaven' liggen gevoelig, het gaat immers om 'mensen die niet kunnen zien' of 'mensen die tot slaaf gemaakt zijn'.


bezwaren
Hoe sympathiek ook het pleidooi om zulke woorden niet meer te gebruiken, daar kleven toch wel een paar bezwaren aan:
  • Het wordt minder concreet: de NS bv heet reizigers niet meer welkom met 'beste dames en heren' maar met het algemene 'beste reiziger'.
  • Het probleem verschuift. Om bij het voorbeeld van de NS te blijven: niet iedereen is reiziger. Er zijn ook mensen die hun vrienden van de trein afhalen, of hun kinderen op het station afzetten. Die voelen zich niet aangesproken met 'beste reiziger'.
  • Woorden als rijken en armen, Joden en Grieken, werklozen, werknemers en werkgevers, fietsers en automobilisten enz. moeten we dan ook allemaal omschrijven als mens met..., of persoon die...
  • Zwaarder dan deze praktische bezwaren weegt het volgende. De voornaamste bron voor het geloof, de bijbel, stamt uit een tijd dat het mannelijk perspectief overheerste. In de NBV is dat weliswaar ten dele ongedaan gemaakt, bv door 'broeders' voortaan te vertalen met 'broeder en zusters'. Maar het 'onze Vader' begint nog steeds met 'onze Vader' (Mat 6: 9). En God wordt nog steeds met 'Hij' aangeduid. Het is in de brontalen Hebreeuws en Grieks en in de doeltaal Nederlands nu eenmaal een mannelijk woord. Dat zijn dingen die je niet met terugwerkende kracht ongedaan kunt maken.
voorbeeld
De moeilijkheid doet denken aan het omstreden beeld van J.P. Coen in Hoorn. Je kunt het wel weg willen hebben omdat je het teveel eer vindt voor 'de slager van Banda'. Maar met het verplaatsen van het beeld is het koloniale verleden nog steeds niet ongedaan gemaakt. Alleen maar verdrongen. Je kunt het beeld ook gebruiken om er van te leren. Zodat je meer begrip kunt opbrengen voor de nazaten van de onderworpen bevolking.

Dat lijkt me ook de manier om met de geloofstraditie om te gaan. Daar is vanuit onze beleving van alles op aan te merken. Maar we kunnen niet alles waaruit een mannelijk, westers, dominerend perspectief spreekt doorstrepen. Of vervangen door wat anders. Dat zou betekenen dat we een bijbel op onze maat maken, aangepast aan onze cultuur. Dan heeft die ons niets meer te zeggen.

Het is beter om de 'gevoelige passages' te laten staan. Dan kunnen die tegenspraak oproepen en het gesprek daarover op gang brengen. Daar leren we van. En zo zetten we onze traditie, die niet heilig of onaantastbaar is, creatief verder.


toepassing
Waar ik op de website de bijbel citeer, sluit ik me bij de vertaalkeuzes van het NBG aan. De nieuwste vertalingen zijn al een stuk inclusiever. Waar in de oorspronkelijke taal 'man' staat is vaak met 'mens' vertaald (bv Ps 1: 1), en waar 'broeders' staat is dat in de vertaling vaak aangevuld met 'zusters' (bv Mat 5: 22; 1 Kort 1;10).

In m'n eigen teksten ga ik niet doven, werknemers enz omschrijven als 'mensen die niet horen kunnen' of 'mensen die moeten werken voor de kost'. Het is immers duidelijk dat het om mensen gaat. Dat betekent dat ze altijd meer zijn dan hun doofheid, hun baan enz.

Waar ik schrijf over de gelovige, christen, discipel, leerling enz is aan het hele spectrum van mannen, vrouwen en LHBTQ+ers gedacht. Waar hij (en z'n) betrekking heeft op de gelovige enz. is dat eveneens
inclusief bedoeld.

 
terug