GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Kruisgeloof

1 Kor 1: 17-18

Inzet
Kruisgeloof neemt zijn aanvang in de verhalen van de bijbel over Jahweh en Israel, over Jezus en het evangelie. Het wil die serieus nemen en niet direct al in de rede vallen met ideeën over God afkomstig uit de natuurlijke theologie (filosoferend over God) of de algemene openbaring (beschouwingen over natuur en geschiedenis).
Kruisgeloof zet in bij hoe God zichzelf voorstelt: als Jahweh,  als de Vader van Jezus Christus. Die liefdevolle God (en niet het Opperwezen) is de Schepper van hemel en aarde. Die liefdevolle God zal ooit blijken de Heer van de geschiedenis te zijn.
We volgen daarmee de traditie van de wereldwijde kerk. Die begint haar apostolische geloofsbelijdenis nl niet met ‘Ik geloof in een almachtige God, de Schepper van hemel en aarde, de Vader’. Alsof Vader een bijstelling is bij de almachtige God. De kerk spreekt uit ‘Ik geloof in God de Vader’. En van deze God gelooft de kerk dat hij almachtig is en de Schepper van hemel en aarde. Almachtig en Schepper zijn dus nadere bepalingen bij God de Vader en niet andersom:
Daarom gaan we na deze pagina verder met de bijzondere openbaring van God in Jezus. Zijn lijden en sterven gelden als het sleutelverhaal dat ons de ogen opent voor wat er mens en wereld aan de hand is, en hoe God ons daarvan geneest.

Verschil en overeenkomst met ongeloof
Kruisgeloof verschilt dus van ongeloof en atheïsme omdat het wel in God gelooft. Maar het heeft ook overeenkomsten met het atheïsme: het deelt veel van de kritiek op geloof en godsdienstigheid. Niet omdat het atheïsme daarmee komt, maar omdat de bijbel zelf voorop gaat in kritiek op geloof, nl waar het afgoderij en comfortgeloof betreft.

Verschil en overeenkomst met comfortgeloof
Kruisgeloof verschilt van comfortgeloof omdat het niet bij de mens, zijn mogelijkheden, goede bedoelingen, behoeften en idealen inzet, maar bij de bijbelse God. Want wat in ons leeft aan vragen en verlangens is niet maatgevend. Het kruisgeloof wil weten hoe de wereld en wij er voor staan van God uit gezien. Dan blijkt dat onze idealen en verlangens bedorven zijn door de ik-zucht: zelfs in geloof en godsdienstigheid zoeken we onszelf overeind te houden. Dat gebeurt in alle religies, ook in jodendom en kerk. We zoeken voortdurend onszelf te bewijzen. Zo proberen we onze angst voor dood, voor schuld, voor leegte en zinloosheid te bezweren.

Kruisgeloof haalt een streep door ons naieve geloof. We moeten afscheid nemen van:

  • onze ingebeelde God (het Opperwezen)
  • het beeld dat we van onszelf hebben (autonomie, zelfontplooiing, regisseur van m’n eigen geluk)
  • de religieuze waarde van goede werken
  • onze dromen over de toekomst (maakbaarheidsidealen, vooruitgangsgeloof).

Zulke ideeën zijn als een roze bril waarmee we de werkelijkheid mooier voorstellen dan die in het echt  – in Gods ogen – is. Zo misleiden we onszelf en komen we juist niet toe aan het echte leven. Daar moeten we mee ophouden. Het is veel beter om ons te laten gezeggen door de bijbelse openbaring. Dan nemen we afscheid van onze illusies en bekeren we ons tot de minder rooskleurige maar wel echte wereld. Dat doet weliswaar zeer – je lijdt een verlies – maar het is ook winst: je leeft met een Vader in de hemel, je volgt Christus op zijn weg naar de ander, de Geest van God woont in je en wekt geloof, hoop en liefde.
In die zin biedt ook het kruisgeloof comfort, zij het langs een andere weg dan het comfortgeloof. Het is er nl niet van meet af aan op gericht, maar vindt het in tweede instantie. Houvast, zingeving, zekerheid en troost als bijprodukt bij het leven naar Gods wil.