GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Handelingen 9: 17

Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.’ 18 Meteen was het alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, 19 en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten. (Hand 9: 17.)

Het kan verkeren: zo ben je een vervolger van de christenen en van de een op de andere dag ben je de zendeling van de jonge kerk. Als je het in de bijbel naleest, lijkt het of het Saulus allemaal overkomt, alsof hij er zelf door werd verrast. Maar als zijn bekering volkomen onverwacht is, als een donderslag bij heldere hemel, dan is dat voor ons wel een heel vreemde geschiedenis, die wij niet mee kunnen maken. Zou een bekering echt zo zonder voorbereiding gebeuren? Bij nader inzien is dat ook bij Saulus niet het geval. In de eerste plaats wist hij alles af van het evangelie.

Hij had zich er grondig in verdiept. En als knappe rabbijn ging hij de discussie met de jonge kerk niet uit de weg. Onderweg naar Damascus om de christenen daar te bestrijden is hij met deze dingen bezig. Het broeit in hem. En dan opeens breekt het licht door (oogverblindend) en ontdekt hij wat christenen toch in het evangelie zien. Het tweede is het verrassende optreden van Ananias. Hij gaat naar het huis waar de gevreesde Saulus verblijft en hij begroet zijn vijand met ‘broeder’. Dan gaan Saulus de ogen open. Het kwartje is gevallen.

De kerk in ons land heeft de wind tegen. De belangstelling neemt af. Bekeringen zijn zeldzaam. Er zijn vele oorzaken geopperd. Eén die ik niet zo vaak hoor is deze: zou het er mee te maken, dat wij als kerk zo onopvallend, zo weinig irritant zijn? Waarom zou iemand die niet gelooft zich druk maken om het evangelie of om de kerk? Waarom zou hij of zij er tegen in gaan als ooit Saulus? Als wij ‘buitenstaanders’ niet prikkelen, gaat het ook niet broeien en dan komt het niet verder.

Waar blijven gedurfde uitspraken van de kerk over geloof, over waarden en normen? Waar de verrassende daden? Hebben we niets te zeggen over de tijdgeest, over vereenzaming, over hebzucht, over drankmisbruik, over oppervlakkigheid, over islam en andere geloven, over het behoud van de schepping? Ik hoop dat we het nieuwe seizoen bij mensen aan de rand, en bij buitenstaanders onrust zullen veroorzaken en uitdagend zijn door van het verkeerde duidelijk afstand te nemen en voor het goede te gaan.

Dat is de ene helft. Daar kan het niet bij blijven. Een uitdagende opstelling in woord en daad is niet genoeg om anderen over de streep te trekken. Dan zijn er mensen nodig. U en ik die laten merken dat we om de ander geven. De kerk is er niet om alleen maar op te vallen en de ander te irriteren, laat staan een slecht gevoel te bezorgen. Tenslotte is het Ananias die Saulus over de streep trekt. Als hij hem opzoekt en met vrede begroet, weet Saulus dat het echt is. Zo zijn wij geroepen het evangelie voor te leven en te delen met anderen.

 

(kerkbode okt 2007)