GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. (Mat 5:14, NBV)

Er is van alles wat niet kan. Stenen vallen niet omhoog. De zon gaat niet in het oosten onder. En een stad op een berg kan niet verborgen blijven. Tegenwoordig weten we dat zelfs het kleinste dorpje op aarde zichtbaar is: voor de satellieten is niets verborgen en met Google Earth is het allemaal te zien.

Als Jezus van een stad op een berg spreekt, zal hij wel aan een van de vele stadjes in Israel gedacht hebben. Van oudsher werden die op de bergen gebouwd, niet in de vruchtbare dalen. En vast heeft hij gedacht aan Jeruzalem, gebouwd op de bergen Sion en Ofel. Vanuit de verte zagen de pelgrims de stad al liggen als ze vanuit het lager gelegen Jericho vertrokken om op te gaan naar de stad van God. Niet te missen. Daar moesten ze naar toe!

Er is eigenlijk niets onduidelijk aan de tekst. Maar wat wel aandacht vraagt is de toepassing ervan. De woorden staan in de Bergrede (Mat 5-7), die hoofdstukken met vele opvallende en radicale uitspraken van Jezus. Voortdurend roept hij zijn discipelen op de wet en het overgeleverde geloof voluit en vooral van harte te doen: niet haten, maar liefhebben, niet terugslaan maar de andere wang toekeren, bidden voor je vijanden, je geen zorgen maken, leven bij de dag. Een boek over de Bergrede kreeg niet voor niets als titel mee «Meer dan het gewone». Niet op een zuinige en afgepaste manier de geboden doen, maar die royaal en uitbundig vervullen. Zo heeft God ze bedoeld, ja zo is God zelf ook: Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Mat 5:45). Proberen we zo te leven?

Blijkbaar bedoelt Jezus dit: als jullie in mij Gods liefde ontdekt hebben, dan gaan jullie daar werk van maken. Jullie geloof kan gewoon niet onzichtbaar blijven. Dat is even onmogelijk als dat een stad op de berg niet te zien is. Het moet wel opvallen als er mensen zijn die gewoon goed zijn, vriendelijk, vergevingsgezind. Die niet roddelen, niet elkaar een loer draaien, niet hebzuchtig zijn. Dat moet wel opvallen in een wereld die helaas zo vaak precies het omgekeerde te zien geeft.

Met opvallen moet je wel oppassen. Gelovigen doen het niet om zichzelf te bewijzen. Geldingsdrang is niet de juiste motivatie. Dat zegt Jezus meermalen zelf ook (Mat 6: 4.6.18). Waar het om gaat is dat in je doen en laten, je spreken en zwijgen iets van Gods royale goedheid meekomt. En dat de mensen dat zien en bij zichzelf zeggen: ‘en toch is deze wereld niet van God verlaten’. En God die in hemelen is danken, loven en prijzen (Mat 5:16).

Vallen u en ik op zonder dat het licht op onszelf valt?

En als we bedenken dat een stad meer is dan een enkel huisje, dan is het ook een vraag aan ons met z’n allen: zijn we met elkaar als kerkelijke gemeente, zichtbaar, herkenbaar, opvallend als die warme, hartelijke, gastvrije gemeenschap waar iedereen welkom is die iets van Gods liefde wil opvangen? Daar blijven we ons best voor doen.

(Kerkklank juli-aug 2019)