GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

De bron van het geloof

Rom 15: 4

Woord van God?
Christenen geloven in God. Om het wat preciezer te zeggen in God zoals we hem door Jezus leren kennen. Jezus zelf is de beste uitleg van God, het Woord van God bij uitstek. De bijbel is belangrijk omdat en voorzover hij het geloof in de God van Jezus ondersteunt en voedt.

We lezen de bijbel dus niet om ons te laten informeren over het ontstaan van het leven, de ouderdom van de aarde of de jaartallen van de geschiedenis van het Midden Oosten. We hebben geen biologische, geologische of historische interesse. Dat laten we graag aan de biologen, geologen en historici over. En zij mogen best op onjuistheden wijzen en met andere theorieën aankomen dan die we in de bijbel vinden. Zolang ze maar geen uitspraken doen over God. En dat doen echte wetenschappers niet: die laten God er buiten. Wij lezen de bijbel uit geestelijke interesse: we willen door de bijbel meer vertrouwd met de God van Jezus raken en groeien in geloof, hoop en liefde.

De bijbel is dus niet één op één het Woord van God zoals Jezus dat is. De bijbel kan woord van God voor ons worden, nl wanneer de Geest door de woorden, teksten, verhalen van de bijbel ons aanspreekt in hart en ziel. Elk woord van de bijbel is daarvoor geschikt, want geïnspireerd door de heilige Geest (2 Tim 3: 16). Elke preek wordt gehouden in de hoop dat het bijbelwoord tot leven komt en ons hart bereikt. En wie thuis in de bijbel leest en erover nadenkt, doet dat om dezelfde reden. 

Een bibliotheek
De bijbel (Grieks voor boeken) is niet één boek, maar een kleine bibliotheek van 66 boeken. Sommige staan vol met verhalen, andere hebben vooral spreuken of liederen, weer andere zijn eigenlijk brieven. De bijbel is dus niet van één schrijver afkomstig, maar van vele en soms vind je in één enkel bijbelboek de hand van meerdere auteurs. Het boek van de Psalmen heeft bijv. liederen van David en Asaf. Een ander woord voor bijbel is de (heilige) Schrift.

Testament
De christelijke bijbel bestaat uit twee hoofddelen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Je moet dan niet denken aan een testament zoals wij dat bij de notaris laten opmaken om de erfenis te regelen. Testament is hier de vertaling van BeRieT (Hebreeuws) en diathèkè (Grieks) dat Verbond betekent. We komen het in bv Ex 24 en Jer 31 tegen: een verbintenis met plechtige afspraken tussen God en mens.
De naam Oude Testament heeft de kerk van Paulus overgenomen. Hij heeft het in 2 Kor 3: 14 over ‘het oude verbond’. Jammer genoeg klinkt oud als voorbij, afgelost door het Nieuwe. Maar dat kan niet de bedoeling zijn. Het Oude Testament hoort er echt bij en is onmisbaar. Liever zou ik spreken van Eerste en Tweede Verbond.

Canoniek
De eerste 39 boeken horen bij het zgn. Oude Testament, de andere 27 bij het Nieuwe Testament. De boeken van het Oude Testament zijn dezelfde als in de Joodse bijbel, de TeNaCh. De kerk deelt die met de synagoge.
Deze 39 zijn in de loop van de tijd boven komen drijven en hebben zich bewezen als boeken die met Jahweh, de God van Israel verbinden. Rabbijnse Joden hebben dat op een vergadering rond het jaar 100 vastgesteld. Daarom heten ze canoniek, dwz betrouwbaar (letterlijk: volgens de richtlijn, de regel).

Het Oude Testament is grotendeels in het Hebreeuws geschreven, alleen in Daniël vinden we een paar hoofdstukken in het verwante Aramees.
In een oude (ongeveer 250 vC) Griekse vertaling van de TeNaCh staan nog wat meer boeken zoals Judith, Tobit, 1 en 2 Makkabeeën. Die hebben in de kerk niet dezelfde status als de 39 kanonieke. In de protestantse kerken worden ze apokrief (lett: verborgen – moeilijk te begrijpen) genoemd, in de Katholieke kerk heten ze Deutero-canoniek.

Voor Jezus en alle Joden van toen en ook voor de eerste christenen was de TeNaCh de bijbel. Het Nieuwe Testament was er nog niet. Die 27 ‘boeken’ werden geschreven tussen 50 en 100 na Christus. De oudste zijn de brieven van Paulus. Vanaf ongeveer het jaar 70 werden de vier evangeliën op schrift gesteld. De Openbaring van Johannes stamt waarschijnlijk uit de tijd van de christen-vervolgingen rond het jaar 100. De oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament is Grieks, de wereldtaal in het Midden-Oosten van toen.

In de loop van de tweede eeuw en daarna verschenen nog tal van evangeliën en brieven enz. Maar de 27 uit de eerste eeuw bleken in alle landen van de kerk in gebruik. Een kerkvader (Athanasius) maakt er in het jaar 367 in zijn Paasbrief melding van. Sindsdien gelden deze als canoniek. De latere evangeliën en brieven hebben die status in de kerk nooit gekregen vooral omdat ze inhoudelijk zo afwijkend waren.(> Na het NT)

Waarom nog het Oude Testament?
Christenen geloven in de God van Jezus. Daarvoor hebben ze het Nieuwe Testament. Toch hoort Oude Testament ook tot de christelijke bijbel. Dat heeft verschillende redenen: 

  • Je kunt het Nieuwe Testament niet begrijpen zonder het Oude Testament. Er staan ongeveer 3.000 citaten en aanhalingen uit het Oude Testament in het Nieuwe.
  • Jezus is vaak in discussie met de schriftgeleerden over de betekenis van de tien geboden en andere teksten uit de TeNaCh
  • Jezus zocht en vond zijn weg bij de TeNaCh.
  • Het Oude Testament is onmisbaar om de wereld van toen te kunnen begrijpen. Het vertelt uitvoerig van tempels, offers en priesters. We vinden er messiaanse verwachtingen en profetische beloften.
  • In het Nieuwe Testament draait het vooral om de verzoening van God en mens, het koninkrijk dat komt en het eeuwige leven. Het Oude Testament is breder met zijn aandacht voor het gewone leven hier en nu. Koningen en politiek, oorlog en vrede, gerechtigheid en onrecht, armoede, honger; arbeid en handel, sexualiteit, de schepping. Wanneer je als gelovige ook op die terreinen naar Gods wil en bedoeling vraagt, heb je het Oude Testament nodig.
Share on facebook
Share on linkedin
Share on reddit
Share on tumblr
Share on whatsapp
Share on skype
Share on email
Share on print