GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

gezondheid

Gemengde gevoelens

Helaas liet het bloedonderzoek deze week zien dat de concentraties van een aantal stofjes in mijn bloed zijn opgelopen en de veilige bovengrens hebben overschreden. De betreffende stofjes wijzen op leverschade en dat komt door de alvleesklier/pancreas. Die was de vorige keer gezond en normaal van omvang, maar is nu blijkbaar weer vergroot waardoor de lever beschadigd raakt. De hoeveelheid prednisolon die ik nu gebruik (10 mg) is dus onvoldoende om de auto-immuun pancreatitis (AIP) te onderdrukken.

De behandelend arts adviseert om het afbouwen van de prednisolon te stoppen – dus op 10 mg te blijven – en eind volgende week weer bloed te prikken. Als de bloedwaarden dan verder zijn opgelopen krijg ik er een andere ontstekingsremmer bij naast de prednisolon: azathioprine. Ik hoop dat dat niet nodig is, want de kans op vervelende bijwerkingen van dat medicijn is behoorlijk groot, maar ik vrees dat ik er niet aan ontkom. Ondertussen voel ik me totaal niet ziek:  ik sport bijna dagelijks en het slapen gaat ook beter dan voorgaande jaren.

Dat meldde ik vanmiddag aan de bedrijfsarts. Zijn advies luidt dan ook dat ik per vandaag weer voor 90% aan de slag mag. Geen 100% want hij wil nog een paar maanden aanzien hoe mijn gezondheid zich ontwikkelt. Bij nu al 100% verdwijnt hij uit beeld.
Ik moet zoveel mogelijk vanuit huis werken (richtlijn overheid) maar mag wel enkele pastorale bezoeken afleggen met in acht neming van de anderhalve meter enz. Om de herwonnen nachtrust niet te verspelen moet ik mijn werk concentreren in de ochtend en middag. Dat is nu, buiten het vergaderseizoen geen probleem.

Al met al een beetje goed en een beetje slecht nieuws, maar het kan allemaal nog op z’n pootjes terecht komen. Ik wacht het in goed vertrouwen af en ik ben blij dat ik wat meer aan het echte werk toe kom. Dat is ook nog eens een goede afleiding.

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on reddit
Share on whatsapp
Share on email
Share on print

Op het haakje

De behandelend arts had goede berichten voor me: de concentraties van allerlei stofjes in mijn bloed liggen op één na alle in het normale bereik. De CT-scan laat weer een ontstekingsvrije alvleesklier zien, zonder pathologie.
Van de bedrijfsarts mag ik weer 75% werken, al zijn er wel twee voorwaarden:
– niet ’s avonds, om het herstel van mijn slaap niet te frustreren.
– geen bezoeken bij mensen thuis of in het ziekenhuis, omdat de prednisolon me kwetsbaar maakt voor corona en andere besmettingen.
Als alles goed blijft gaan, verwacht ik eind juli 100% en zonder beperkingen mijn werk te kunnen doen.

Drie maanden geleden leek de deur naar het leven met een klap dicht te vallen. Toen stond die een tijdje op een kiertje. Hij zwaaide weer open toen de prednisolon aansloeg. En nu zit hij weer op het haakje. Ik voel me fit en gezond als anders. De schrik en onzekerheid van het begin maken plaats voor opnieuw vertrouwen in m’n lijf en  gezondheid.

Dat gevoel kwam al een beetje terug, maar dat was natuurlijk een subjectieve indruk. Je kunt je zelf ook wat wijsmaken. Nu is er de bevestiging bijgekomen van iemand in een witte jas. De specialist. Haar objectieve oordeel heeft gezag en legt gewicht in de schaal. Het versterkt mijn indruk dat het echt de goede kant op gaat.

Dit bepaalt me ook bij m’n eigen rol als predikant. Wat wakker ik bij mensen aan? Hun zorgen? Hun twijfels? Hun vooroordelen? Of versterk ik hun verlangen naar wat echt is en waar en goed? Naar God? Zullen mijn woorden hen helpen mensen van geloof, hoop en liefde te zijn?

De hele geschiedenis heeft me ook anderszins aan het denken gezet. Wat betekent deze ziekte? Wat waren mogelijke oorzaken? Hoe voorkom ik dat het terugkomt? En vooral: ben ik wel bezig met de dingen die ik echt belangrijk vind? Wat zijn mijn prioriteiten? Ik wil niet meer tijd verknoeien aan dingen die er niet toe doen. Daarvoor is het leven me te kort en te kostbaar.
Dat zijn vragen die ik u ook wel eens zal stellen als ik mijn bezoekwerk weer oppak. Voor nu eerst een goede zomer gewenst.

 

 

Share on facebook
Share on whatsapp
Share on linkedin
Share on print
Share on email
Share on pocket
Share on twitter
Share on reddit

Weer aan het werk

Van de bedrijfsarts mag ik weer aan het werk. Voor 50% voorlopig, om te kijken hoe het gaat. Met als voorwaarde dat ik niet onder de mensen kom omdat ik ivm corona tot de risicogroep behoor. Dat is vanwege de prednisolon die ik gebruik. Die heb ik nodig om de te heftige onststekingsreactie in de alvleesklier af te remmen. Dat werkt gelukkig heel goed, maar het gevolg is dat wanneer ik bv een longontsteking zou krijgen, het afweersysteem daar ook geremd en dus onvoldoende op reageert.

Ik moet mijn werk dan ook vooral op mijn werkkamer doen en het contact met gemeenteleden per telefoon onderhouden. De collega’s doen al een paar maanden niet anders en ik merk nu wat een behelpen dat is. Om een afspraak te maken is de telefoon prima, maar een echt gesprek? Het kan wel, maar je mist het gezicht, de expressie, de nabijheid. En om nu over de telefoon met en voor iemand een gebed uit te spreken…

Hoe dan ook, ik doe weer mee en daar leek het een tijdje terug helemaal niet op. Ik mag niet klagen over een afgebroken leerhuis, over kerkenraad en commissies die niet meer echt samen komen, over kerkdiensten in afwezigheid van de gemeente. Maar ik besef heel sterk hoe mooi we het hadden  – ondanks de bezuinigingen in onze gemeente – in de goeie oude tijd van vòòr de corona-epidemie. Ik zie uit naar de dag dat het nieuwe normaal van de anderhalve meter samenleving wordt opgeheven. Dan kunnen we weer met elkaar omgaan zoals het hoort bij de sociale wezens die we zijn. En ’s zondags als gemeente samen komen om dichtbij God te zijn en in het geloof gesterkt te worden.

Niemand weet wanneer het zover is, maar die tijd komt vast weer terug. Op de eerste zondag dat we dan weer echt dienst hebben maken we er een groot feest van en zingen we het dak van de kerk met Ps 122 “Hoe sprong mijn hart hoog op in mij / toen men mij zeide: ‘Gord u aan / om naar des Heren huis te gaan.”

Geen zorgen voor de dag van morgen

Volgens de dokter is het tijd om met het afbouwen van de prednisolon te beginnen. De meeste bloedwaarden zijn weer op een gezond niveau. Alleen die voor bilirubine (dat je oogwit en huid geel maakt) is nog te hoog, maar de verwachting is dat die nog wel verder zakt.
Dat afbouwen gaat in kleine stapjes en over lange tijd: ipv 20 mg moet ik nu 17,5 mg prednisolon gebruiken gedurende vier weken. Dan eerst weer een uitgebreid bloedonderzoek aangevuld met een CT-scan om te zien of het allemaal nog steeds goed gaat. Zo ja, dan volgt weer een verlaging van de medicatie. Over ‘zo nee’ wil ik niet nadenken, daar is op dit moment geen aanleiding voor. Vandaag zijn er wel andere dingen om me druk om te maken.

We moeten bij de dag leven en ons geen zorgen maken voor wat er allemaal wel niet zou kunnen gebeuren, zei Jezus ooit (Mat 6: 34). Dat klinkt geruststellend, maar dat komt omdat ik alleen maar de zonnige helft aanhaalde. Als je doorleest volgt er “de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Kortom: er is en er zal altijd wel wat zijn. Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar.

Maar ook dat is maar de helft van het verhaal. In hetzelfde verband zegt Jezus dat God, onze Vader in de hemelen, heel goed op de hoogte is van onze zorgen om kleding en voedsel, onze eerste levensbehoeften. Hij zal er in voorzien, ruimschoots. Beter dan God voor de bloemen des velds en de vogelen des hemels zorgt, zal hij dat voor ons doen (Mat 6: 25-30). Jezus moedigt ons aan om daar op te vertrouwen en dus onze zorgen om wat morgen zou kunnen gebeuren los te laten. Het is al moeilijk genoeg om van deze dag wat moois en goeds te maken.

Je vindt je geluk niet door bij je zorgen in te zetten. Daar komt geen einde aan. Als je eten en drinken geregeld hebt, is er kleding nodig en een onderdak, dan een opleiding, een baan en vrije tijd en niet te vergeten vriendschap en liefde en tenslotte ‘jezelf kunnen zijn’ (vrijheid). Maslow, een bekende psycholoog, beeldde het uit als een pyramide van steeds hogere wensen.

Terechte wensen, zeker, maar is er op aarde wel iemand te vinden die al deze behoeften weet te vervullen? Hoe realistisch is het te verwachten dat je door deze dingen na te streven gelukkig wordt? Zijn huis en baan en vakantie, kinderen en vrienden, gezondheid behalve bronnen van geluk ook niet bronnen van zorgen? En kunnen we daar uit komen met geld en gevulde voorraadkasten en verzekeringen? Ook als je daar veel van hebt, is dat geen garantie dat je gezond en gelukkig en in leven blijft.

Jezus’ advies is om de pyramide op z’n kop te zetten. Begin bij datgene waar je anders nooit aan toe komt: zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid (Mat 6: 31-33). Waar moet je dat zoeken? Bij Jezus. In het evangelie. Dat vertelt je van God en zijn liefde en trouw aan mensen. Daarmee neemt hij jou voor zich in en wekt hij vreugde en vertrouwen. Zo is hij de Koning in je leven en leef jij in zijn koninkrijk. En van de weeromstuit kun je je eigen zorgen flink relativeren. En komen die van andere mensen in beeld: degenen die het zoveel slechter getroffen hebben. Die kun je niet laten zitten. Dat is de gerechtigheid die we hebben te zoeken.

Worden we daar minder van? Jezus belooft het tegenovergestelde: Zoek eerst het Koninkrijk van God en daarboven op zal je al het andere gegeven worden (Mat 6: 34). Hij heeft vast gedacht aan Salomo. Die mocht aan God vragen wat hij maar wilde en vroeg toen om wijsheid nodig om een rechtvaardige koning te zijn. Dat gebed wordt verhoord: “…de HEER zei tegen hem: ‘Omdat je hierom vraagt … zal ik je … zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat je iedereen vóór jou en na jou overtreft. Ook waar je niet om gevraagd hebt zal ik je geven: zo veel rijkdom en roem dat geen enkele andere koning je tijdens je leven zal evenaren. En als je mij gehoorzaamt en je houdt aan mijn bepalingen en geboden, zoals je vader David dat deed, zal ik je een lang leven schenken.’ (1 Kon 3: 11-14) Er ligt een zegen te wachten voor wie inzet bij het enige dat echt belangrijk is.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on reddit
Share on tumblr
Share on pocket
Share on whatsapp
Share on email
Share on print

Een wondermiddel

Ik ben nu ruim een week vrij van de jeuk die me ’s nachts uit de slaap hield. Wat een genot om weer een goede nacht te hebben. ‘Hij geeft het zijn beminden in de slaap’ zegt koning en dichter Salomo (Psalm 127). Ik ben er meer dan blij mee, ik voel me er dankbaar voor.
De laatste dagen voel ik me zelfs beter dan ik me in jaren gevoeld heb. Het valt Noortje en de kinderen ook op. Zat deze kwaal me dan al veel langer dwars? De specialist denkt daar anders over en houdt het op de werking van de prednisolon. Jammer, want dat wondermiddel moet ik over een tijdje laten staan.
Maar hoe dan ook, het goede nieuws is dat het nu toch wel zo goed als zeker is, dat het niet om kanker gaat, maar om die zeldzame auto-immuun ziekte van de alvleesklier.

Een dokter beklaagde zich eens. “Als mensen beter worden danken ze God. Als ze niet herstellen, dan zeggen ze dat ik hen niet helpen kon”. Daar heeft hij wat mij betreft wel een punt. Persoonlijk zie ik het dus een beetje anders. Zonder laboratorium, ziekenhuis, apotheek was ik niet opgeknapt. Dus alle waardering voor laboranten, artsen, apothekers. Maar ik voel me ook buitengewoon bevoorrecht. Eerst leek het ‘einde oefening’, nu staat de deur naar het leven weer helemaal open. Ik kan niet anders dan even ‘tegen de pet tikken’ en ‘dank U wel’ zeggen. 

Voor mij is het dus allebei: én de dokter én God moet ik bedanken. Dat concurreert niet met elkaar: een arts maakt gebruik van de mogelijkheden die er in de schepping liggen voorzover bekend. Er zijn er nog vele meer. God kent ze allemaal. Hij kan alles wat kan. De in onze ogen gewone dingen, en dingen die wij buitengewoon vinden en voor een wonder houden. Voor God is het allemaal even eenvoudig. Hoe God zijn werk doet, daar komen we als mensen nooit achter. (Prediker 5:1) Dat is een kwestie van vertrouwen.

En eerlijk is eerlijk: dan moet ik ook als ik niet meer beter word, bij allebei zijn. Dus het niet enkel de dokter verwijten als hij me niet helpen kan op de manier die ik mij wens. Er gebeurt in deze wereld helaas niet alleen wat onze hemele Vader wil. Daarom bidden we toch ‘uw wil geschiede’ en ‘uw koninkrijk kome’? En daarom is er soms een kruis te dragen. En in dat geval zal ik proberen met de hulp van beide, God en dokter (en anderen), de weg te gaan die dan voor mij ligt.