GeHoLi

Geloof, Hoop en Liefde

bij de tijd

Jeugd en Kerk

Dat wekte toch wel enige opschudding: vier mensen maar dit jaar die belijdenis van hun geloof in het midden van de gemeente aflegden. In voorgaande waren het er veel meer. Wat is er aan de hand? Ligt het aan de geloofsopvoeding van ouders thuis? Geven ze wel het goede voorbeeld? Probeer je kinderen maar eens met mes en vork te leren eten, als je het zelf niet doet. Of ligt het aan de kerk: knappen jongeren op de diensten af, of spreekt de catechisatie niet aan?

Deze en andere redenen spelen vast ook een rol, en een deel van de oplossing van het probleem ligt hier. Maar hier niet alleen. Ik denk dat het echte probleem dieper zit dan dat we het met een combo’tje in de dienst of een cabaretier als voorganger of nóg afwisselender catechese zouden kunnen oplossen.

Ik houd het op het volgende: de religieuze ervaring is voor velen van ons een probleem geworden. We beleven de dingen één dimensionaal. We missen de diepte in het gebeuren. We kunnen het leven maar moeilijk meer als met God verbonden ervaren. Een bloem, is ons geleerd, is een product van chemische reacties, van eiwitten en zonlicht. De wereld: het voorlopige resultaat van een toevallig proces (evolutie). Wie verwondert zich nog over de macht, de wijsheid van de Schepper? De bijbel: mensenwerk; komt het nog met zoveel kracht op ons toe dat we het als Woord van God beleven? En je naaste is gewoon een ander, dat in hem of haar Christus op je afkomt (Mt 25:31vv) is ons vreemd geworden. De loop van je leven: daarin ga je gewoon je eigen gang en wat je overkomt dat is toeval: pech of geluk gehad; dat God het leidt, er de hand in heeft, wie beleeft het nog zo? En bidden: dat is praten in jezelf, dat je zo in verbinding staat met de Eeuwige is voor velen niet meer mee te maken. De regenboog? Die maken we in het klein zo na met een prisma, het is niet meer de boog van het verbond. De lijst is nog veel langer te maken.

Wanneer de diepte-dimensie ontbreekt, wordt geloof tot kerkelijkheid, tot gewoonte en folklore. Best leuk en aardig (of niet) maar in elk geval niet echt en vol waarheid. De grote woorden van het geloof: God, Christus, de Geest, toekomst, vertrouwen, schuld en vergeving, komen dan in de lucht te hangen. Ze appelleren niet aan eigen ervaring. Wie ze in deze situatie probeert over te dragen kan zo veel uitleggen als hij wil, maar degene voor wie ze bedoeld zijn, zal ze als “aangepraat” ervaren.

Ondertussen proberen velen van ons het wel bij elkaar te houden, de oppervlakte en de diepte, maar het is een hele toer. Het is nauwelijks ervaring die ons overkomt of beleving die je geschonken wordt. We beredeneren dat de evolutie toch een Schepper niet uitsluit.bv. Dat is natuurlijk prima, we hebben ook met heel ons verstand te geloven. Ja, maar niet met enkel ons verstand: ook met hart en ziel (die staan zelfs voorop) en onze kracht. Bovendien komen we met een verstandelijk geloof altijd in de discussie terecht, in welles – nietes, en de “slimste”wint. Weinig opbouwend.

Hoe is het zover gekomen? Dat heeft veel te maken met de cultuur waarin wij leven: materialistisch, haastig, prestatie-gericht. Daar is bitter weinig ruimte voor een open, ontvankelijke houding. We worden niet geschoold of gestimuleerd de dingen dieper te zien en te beleven of daar woorden bij te vinden. De antenne daarvoor houden we ingetrokken, net als de voelsprietjes van een slak inkrimpen als je ze aan raakt. Op school leren we hoe alles verklaarbaar is: natuurwetten. Wat buiten meten en weten valt telt niet. Poëzie, kunst, filosofie zijn “softe” vakken. Het verschijnsel godsdienst is ook al wegverklaard: een aangeprate behoefte van mensen, of een reactie op angst enz. En de welvaart geeft ons de illusie dat we zelf de makers van ons leven en geluk zijn: met geld is alles te koop.

Maar een enkele keer vallen we uit onze rol: als een kind geboren wordt zeg je niet zo gauw: “dat hebben we samen mooi gemaakt”, dan voel je je enkel bevoorrecht; “ons kleintje komt uit de hemel, het is een wonder, een geschenk van God, wij zijn gezegend”. Al is zelfs die ervaring aan vervlakking onderhevig en kun je soms een geboorte kaartje krijgen met de maten en gewichten van de pasgeborene.

In die cultuur, die zich sterk aan ons opdringt, 24 uur per dag en 7 dagen per week, en die wij ook over ons afroepen en opzoeken, groeit onze jeugd op. Prof A. van den Beukel, gepensioneerd hoogleraar natuurkunde te Delft schrijft (in: De dingen hebben hun geheim. Met andere ogen, Geen beter leven dan een goed leven) indringend over deze ontwikkeling. Zijn boeken zijn een goed bewijs ervoor dat wetenschap en geleerdheid heel best met geloof kunnen samen gaan. Aanbevolen, evenals van ter Horst, “christelijke geloofsopvoeding”. Hier vind je handvaten om werk te maken thuis (voorop) en in de kerk van het bijbrengen en ontwikkelen van een open, ontvankelijke houding die voorwaarde is voor een geloof dat niet alleen van het verstand leeft, maar ook in het hart geworteld is. Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan.

Euthanasie en christelijk geloof

Euthanasie – opgevat als opzettelijk levensbeëindigend handelen, op verzoek van de zieke bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden- is een fenomeen van de moderne tijd. Een ondraaglijk en uitzichtloos lijden duurde vroeger nooit heel lang. Door de medische wetenschap kan het leven echter enorm gerekt worden. De bijbel geschreven vele eeuwen geleden heeft het nergens over euthanasie. En schrijft dus ook niet voor hoe gelovigen over euthanasie moeten denken. Overigens geldt dat van eigenlijk alle ethische kwesties: abortus, homofilie, geweld, genetische manipulatie, economie en milieu enz. We vinden in de bijbel geen kant en klare recepten, geen tijdloze waarheden. Zo komen we er niet. Toch willen ook christenen een mening vormen over euthanasie. En dat doen ze door de bijbel in de geest van het geloof uit te leggen. Het is ooit Pinksteren (Hand 2) geworden. Dwz de Geest is gekomen. De Geest van Jezus. Die Geest zal de gelovigen de eeuwen door heen helpen een weg te vinden (Joh 16:12-15). Ook met het vinden van een houding tov euthanasie.

Christenen heten naar Christus. Zij vinden in Jezus het sleutelverhaal voor hun eigen leven. In het verhaal van Jezus, zijn lijden, sterven en opstaan ontdekken ze twee dingen: aan de ene kant de liefde van God voor mensen in Jezus, aan de andere kant het bederf, het geweld in mensen dat die liefde afslaat. Uitgerekend Jezus, de meest liefdevolle doen wij het kruis aan!

Dat is onthutsend. Christenen zijn voortaan niet meer zo zeker van zichzelf. Ze weten iets van het onredelijke, het beestachtige, het egocentrische en al die andere vormen van angst die in ons schuil gaan. Aan de andere kant hebben ze nu juist oog gekregen voor de vertrouwenwekkende liefde van God die aan kruis en in graf maar niet te doven is (Pasen). Christenen geloven dat die liefde naar hen en naar ieder mens uitgaat. Dat die liefde in ons wil wonen en verlichten en verwarmen en bemoedigen. Voor die liefde stellen christenen zich open. Die liefde willen ze nooit meer kwijt. Zo vernieuwt Christus/de Geest hun leven. Christelijk leven is in de praktijk de worsteling om bij deze liefde te blijven. Er is zoveel dat ons afleidt (werk, hobbies, verplichtingen), zoveel dat ons hindert (aanleg en opvoeding), zoveel dat ons verlamt (zorgen, verdriet). Maar dit is het ene allernodigste zegt Jezus tegen Martha (Luc 10: 38-42). Zonder deze aansluiting op de bron van vertrouwen, hoop en liefde kunnen christenen niets doen (Joh 15: 5). Dan gaan ze niet open naar de ander en het leven. Dan blijven ze in zichzelf gekeerd, bezorgd en angstig.

Christenen die opzien tegen het lijden (m.n. pijn) dat aan het sterven voorafgaat en euthanasie overwegen, zullen zich eerst moeten afvragen of hun zorg niet vooral paniek is, die voortkomt uit angst. Angst is een slechte raadgever, ook in deze zaken. Dan is goede, zakelijke voorlichting van groot belang: de behandelend arts kan informeren over pijn-bestrijding, over het stoppen van een zware behandeling, over sedatie en ook over euthanasie.

Maar belangrijker nog is dat de angst voor het lijden en de dood wordt weggenomen. Voor christenen gebeurt dat in het geloof dat God bij hen is. Dat zijn liefde hen ook in het lijden zal weten te bereiken (Rom 8: 31-39). Christenen verstaan hun lijden niet als een als een vloek of een straf maar als een weg die ze met God mogen gaan. Hij weet wat het is om mens te zijn (Hebr. 4: 15). Met zijn kracht komt hij onze zwakheid tegemoet (2 Kor 12:9).

In dat vertrouwen wordt de vraag naar euthanasie minder urgent. Des te belangrijker wordt de vraag wie of wat de liefde van God reëel en dichtbij kan brengen. Als dat niet gebeurt is het praten over Gods liefde maar een slag in de lucht waar de zieke alleen maar nog zieker en eenzamer van wordt.

Gods liefde wordt geloofwaardig in de deskundigheid van artsen, in de zorg van de verpleging, in het bezoek van familie en vrienden, in de kaartjes van de buurt, in de voorbeden van de gemeente. U bent daarom allemaal heel belangrijk: U kunt de liefde van God zichtbaar maken of verbergen.

Een christen ziet Gods liefde ook in allerlei andere voertuigen van genade: de stilte van de nacht, een droom, een wolkenlucht, een tekst uit de bijbel, een sterk gevoel dat je niet alleen bent, een gebed, muziek en zang. Indrukwekkend vond ik het sterven van een christen die vlak voor zijn einde samen met zijn vrouw en kinderen nog 1 x het avondmaal wilde gebruiken. Net als Jezus ooit op witte donderdag: met de dood voor ogen. Met de hemel/het paradijs/het eeuwige leven als uitzicht.

Een christen ziet Gods liefde ook hierin dat hijzelf als zieke en patiënt nog een taak heeft: hij kan bezoek ontvangen…liefde en waardering geven, troosten, bidden. Niet verbitteren of onverschillig worden. Uiteindelijk afscheid nemen. Dit stukje van de levensweg is niet zomaar waardeloos of zinloos. Hier worden hoge waarden gerealiseerd. Jezus aan het kruis weigert de verdovende wijn om helder van geest te blijven om “…te bidden voor zijn vijanden, om Maria een nieuwe zoon te geven, om de moordenaar niet vergeefs “denk aan mij”te laten roepen…”(Okke Jager)

Veel christenen doen in hun lijden de ervaring op, dat ze meer aan kunnen dan ze van te voren (in hun angst en paniek) dachten. Ze kunnen een stapje terug doen, pijn en moeite verdragen en zelfstandigheid verliezen. Waardoor? Omdat de liefde van God hen omringt en de draagkracht vergroot. Niet constant als was het geloof een bezit. Maar op de manier van “zien, soms even” (Huub Oosterhuis). Van kracht tot kracht gaan zij steeds voort (Ps 84) Daarom: geen zorgen voor de dag van morgen (Mat 6: 34).

Vaak gaat de wens naar euthanasie helemaal voorbij. Bijna altijd blijkt na verloop van tijd de bestrijding van pijn en benauwdheid mbv morfine en zuurstof effectief genoeg te zijn. Mijn collega’s en ik hebben maar een enkele keer met euthanasie te maken gehad. Bijna altijd werd gekozen voor sedatie en/of het stoppen met voeding door een infuus. Het gegeven dat euthanasie in elk geval bespreekbaar was, droeg daar zeker aan bij.

Conclusies:

Voor een christen-patiënt is euthanasie iets wat als laatste mogelijkheid een optie zou kunnen zijn: als terminaal lijden zwaar en pijnlijk is en bestrijding van pijn en benauwdheid niet of nauwelijks helpen. Dan is aan te nemen dat de liefde van God niet meer beleefd kan worden. Eén van Jezus laatste woorden was: “mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?” (Mat 27:46). Daarna geeft hij de geest (Joh 19: 30). Voor een christen hoeft dat allerlaatste niet langer te duren.

Wat betekent dit voor een christelijke arts, christelijke verpleging en christelijke verzorgers? Mag u meewerken aan euthanasie? Volgens de Nederlandse wet mag dat onder strenge voorwaarden. Maar dat wilt u niet weten. U wilt weten: geeft het christelijk geloof mij die ruimte? Ik denk het wel: de patiënt is mondig. Alleen de patiënt kan uitmaken of het leven nog de moeite waard is of dat het lijden ondraaglijk is geworden. Die keus is zijn verantwoordelijkheid. Meewerken aan zo’n verzoek hoef je niet te zien als medeplichtigheid aan (zelf)moord. Het is veeleer te zien als de laatste daad van barmhartigheid aan iemand in een uitzichtloze situatie (Kuitert).

Ik kan me voorstellen dat dit tegen uw heiligste overtuiging in gaat. Dan moet u het niet doen. De overheid verplicht U niet om mee te werken aan euthanasie. Het christelijk geloof verbiedt (Rom 14) U zelfs om dingen te doen die tegen uw geweten ingaan.

Drie keer een stille week

Steeds meer begin ik te geloven dat ik een ‘gewone’ ziekte heb waarvan ik weer kan genezen. Ik kijk met nieuwe ogen naar de wereld om mij heen. De blauwe lucht, het frisse groen aan bomen en struiken, de eerste voorjaarsbloemen. Wat is het allemaal mooi! Dat was het vroeger natuurlijk ook, maar toen moest ik me zelf er toe dwingen om er bij stil te staan om het te zien. Nu gaat het vanzelf. Het dringt zich aan mij op. Datzelfde overkomt me als ik de brievenbus leeg haal en elke keer weer kaarten aantref afkomstig vooral van gemeenteleden die me sterkte toewensen en schrijven dat ze aan me denken of voor ons bidden. Anderen bellen me met dezelfde goede woorden. Of bezorgen opeens een prachtige bos bloemen. Het ontroert me keer op keer. Ik word er stil van. Ik merk dat het me heel goed doet en bemoedigt om er weer boven op te komen. Wat houd ik van de mensen, de natuur, van het leven. Ik hoop dat ik die ontvankelijkheid en dat blijde, dankbare gevoel kan vasthouden als ik beter ben en het werk weer oppak.

Door de Corona-crisis is het ook al zo stil en rustig in ons land: weinig verkeer, de straten bijna leeg, scholen gesloten, kantoren dicht, evenementen afgelast. Alleen in de ziekenhuizen en de zorg is het druk. Een stilte die lang duurt en voor kwetsbare mensen thuis en in zorginstellingen erg naar is. Dagen en weken dat er geen bezoek komt in een moeilijke periode van je leven. Anderen ervaren deze tijd van gedwongen rust als een weldaad, meer nog dan een vakantie. Want nu is er geen verre reis te maken, geen attracties te bezoeken. Nu kun je echt op adem komen. Ik denk wel eens: dat is de rust waar de zondag voor bedoeld was.

En dan is het ook nog de stille week in de kerk. Op witte donderdag, goede vrijdag en stille zaterdag gedenken we het lijden en sterven van Jezus, en zijn opstanding op de zondag van Pasen. Anders dan anders kunnen we als gemeente nu niet samen komen om van Jezus onder de indruk te raken. Maar ook als we thuis de lijdensgeschiedenis lezen en de diensten volgen kunnen we er stil van worden: wat een toewijding aan God, wat een liefde voor mensen!

Drie keer stilte. Drie keer krijgen we een vermoeden van nog heel andere dingen dan wanneer we opgaan in het ‘gewone’ leven. Drie keer voelen we iets van het geheim van de werkelijkheid: dat er in het verborgene een hart voor ons klopt. Een liefde die naar ons uitgaat, verwarmt en opent voor God en voor elkaar.